Interview

‘Een twintiger van nu herkent probleemloos de emotie van de twintiger Schubert’

Wat heeft een klavierspeler te zoeken op het Internationaal Liedfestival in Zeist, dat vrijdag 13 mei begint? Liedpianist (noem hem geen begeleider) Hans Eijsackers (55) onthult de geheimen van zijn vak.

Guido van Oorschot
Nederlands pianist Hans Eijsackers.  Beeld Daniel Cohen
Nederlands pianist Hans Eijsackers.Beeld Daniel Cohen

‘Er hing lang een bepaalde sfeer omheen’, zegt Hans Eijsackers. ‘Zo van: als je niet goed genoeg bent voor het echte werk, kun je altijd nog liedbegeleider worden. Nou, ik kan je melden dat mijn vak een arsenaal aan talenten vereist. En het eerste is dat je gewoon ontzettend goed piano moet kunnen spelen.’

Vanaf vrijdag geeft Eijsackers (55) concerten en masterclasses op het Internationaal Liedfestival Zeist. Sinds de eerste editie in 2016 is het liedfeest een oase voor liefhebbers van een intiem genre: de versmelting van poëzie en muziek, tot leven gewekt door een zanger en een begeleider, doorgaans een pianist.

Pardon, zeiden we begeleider? Hans Eijsackers corrigeert. ‘Dat was misschien vroeger het idee: de man of vrouw achter de toetsen moest vooral niet opvallen. Tegenwoordig worden zanger en pianist gelukkig gezien als gelijkwaardige muzikale partners. Het is een serieus vak.’

Welk arsenaal aan talenten vereist het vak?

‘Alles begint met goed luisteren. Zangers zijn gevoelige types. Niet alleen omdat hun stem uit hun lichaam komt, ook uiterlijkheden hebben hun weerslag. Zing je ’s ochtend of ’s avonds, hoe druk is het, welke sfeer hangt in de zaal? Een liedpianist heeft oren op steeltjes.

‘Verder moet je een tekst tot in de finesses begrijpen. De dichtregels vormen per slot van rekening het vertrekpunt voor een componist. Ze inspireren hem tot een melodie, een samenklank, een vorm. Je komt best een eind met globaal aanvoelen waar een tekst over gaat. Vaak is dat natuurlijk een kwestie van Herz und Schmerz, hart en smart. Maar uiteindelijk praat een pianist tot in de kleinste nuances mee met de zanger.’

Bestaan er nationale stijlen?

‘Hooguit persoonlijke. Grote liedpianisten als Malcolm Martineau en Wolfram Rieger zijn echt medevormgevers. Misschien bestaat er een Russische stijl. Uit Rusland komen opvallend genoeg niet veel liedpianisten, tenzij ze het vak elders hebben geleerd. Russische zangers zetten de klep van de vleugel het liefst op het superkorte zangersstokje.’

Zangersstokje?

‘Om de pianoklank te smoren. Ze houden het achter hun rug kennelijk graag rustig.’

Welke stok gebruikt u?

‘Altijd de lange. Met de klep helemaal open kun je mooi zacht spelen, met behoud van alle kleur.’

Wat zijn typische beginnersfouten?

‘Pianisten zoeken de expressie algauw in hun rechterhand. Dat zijn ze gewend, daar zitten de mooie melodieën. Maar dat is toevallig ook het gebied waar de zanger actief is. En die levert een melodie per definitie zangrijker af, daarmee wil je niet concurreren. Je concentreert je op de expressie van de linkerhand.

‘Meeademen moet je ook leren. Vaak hebben zangers tijd nodig om in te ademen, maar soms nemen ze een retorische pauze die voortvloeit uit de tekst. Voor pianisten is dat even wennen. Ze hebben dan het gevoel dat ze een niet genoteerde tel moeten wachten.’

Hans Eijsackers Beeld Daniel Cohen
Hans EijsackersBeeld Daniel Cohen

En waarin schuilt de meester?

‘Neem het lied Gretchen am Spinnrade van Franz Schubert. Veel pianisten spelen de begeleiding snorrend en virtuoos. Maar Gretchen zit allesbehalve vrolijk achter haar spinnewiel. De kunst is om iets van haar geestelijke toestand te laten doorklinken in de begeleiding.’

Trekt het klassieke lied nog jongeren?

‘Ik geef les aan het conservatorium van Düsseldorf en zie nog elk jaar nieuwe studenten. Het is mooi om mee te maken hoe ze worden gegrepen door een eeuwenoude kunst. Een twintiger van nu herkent probleemloos de emotie van de twintiger Schubert.’

Die weleens wordt omschreven als eerste singer-songwriter.

‘Dat klinkt populair, maar in zijn geval zit er wel iets in. Hij schreef liedjes en begeleidde zichzelf op piano of gitaar.’

Vanaf volgend jaar programmeert u zelf het liedfestival in Zeist, samen met de bariton Henk Neven. Wat verandert er?

‘Ik kan me voorstellen dat we er andere kunst- en muziekvormen bij betrekken. Dit festival geven Henk en ik alvast een voorzet, samen met het Iraans-Syrische Duo Saba. Met werk van Goethe en de 14de-eeuwse Perzische dichter Hafez pendelen we tussen twee culturen. Niet alleen met piano, maar ook met oosterse tokkelinstrumenten als de tar en de ud.’

Internationaal Liedfestival Zeist. Kerk van de Evangelische Broedergemeente, 13 t/m 22/5.

Liedkanonnen

De hoogtijdagen van het klassieke lied liggen in de 19de eeuw. Goudomrande naam: Franz Schubert, die in 1828 de inkervende cyclus Winterreise schreef. Later zetten componisten als Robert Schumann en Hugo Wolf de Duitstalige traditie voort. Tot de kanonnen van de 20ste eeuw behoren Kurt Weill en Benjamin Britten. Een coryfee van nu is de Duitser Wolfgang Rihm. In 2019 verscheen zijn cyclus Vermischter Traum, over de slaap des doods.

Op vleugels

Auf Flügeln des Gesanges luidt het thema van het Internationaal Liedfestival Zeist, naar een vaak getoonzet gedicht van Heinrich Heine. De liedkunst verheft zich onder meer op de vleugels van zangers als Robert Holl (die afscheid neemt als artistiek leider), Katharine Dain, Henk Neven en de jonge Engelsman Laurence Kilsby. De Nederlandse componist Meriç Artaç brengt een nieuwe kijk op Heines gedicht in première.