Een tuin der lusten

Het Engelse Alnwick Castle krijgt een lusthof van 46,3 miljoen gulden. De Vlaamse familie Wirtz ontwierp de droomtuin: 'We willen er geen pullovers in tientallen kleuren zien.'..

Het is helemaal geen slechte manier, vond de Britse aristocraat en excentriekeling George Macaulay Trevelyan, om een nieuw jaar op een vriesochtend te beginnen 'met een vossenjacht te voet tussen de vennen', helemaal tot op de top van de Great Cheviot, langs de grens van Engeland en Schotland in Northumberland, 'met beide koninkrijken weids in zicht'.

Hij hield zielsveel van het buitenleven en van de natuur, en was erom berucht nietsvermoedende gasten na de lunch voor een ommetje mee uit te nemen, wat dan vaak 'een wandeling van een kilometer of vijftig bleek te zijn'. De Engelse hogere standen, waartoe Trevelyan behoorde, houden nu eenmaal van de natuur en van buitenactiviteiten, van sporten en wandelen, en van tuinieren: bomen kappen, zodat je uit kan kijken op de bosjes, genieten van het uitzicht vanaf een heuveltje, of bloemen en co ni feren planten langs het gazon. De tuin is hun heiligdom, het aards paradijs, het landschap hun speeltje, en ze hebben er ook veel geld voor over.

In Alnwick, nauwelijks een inch verwijderd van Schotland, verrijst vanaf de komende lente op het ommuurde domein van de hertogen van Northumberland een indrukwekkende en moderne lusthof, waarvan alleen al de prijs de verbeelding tart: 46,3 miljoen gulden. De invisible gardens, als een sieraad verborgen achter grillige bosschages en stevige boompartijen, worden tuinen 'met alles erop en eraan': een labyrint, een toren, een blindentuin, een rozenpark, kruiden, giftige planten, follies en grottos, groene gaanderijen, watervallen en tientallen fonteinen.

In Engeland, meent de Britse natuurhistoricus Keith Thomas, hebben bomen en bloemen 'een troeteldierachtige status'. Planten worden aanbeden. Bossen of tuinen zijn 'een bron van genoegens en inspiratie'. Engelsen, zegt Thomas, bidden God zijn zegen te laten rusten op het tuinieren, 'tot Londen een stad vol palmbomen is'. Want het bladgroen streelt de zinnen, weet ook de hertogin van het Alnwick Castle, het stuifmeel prikkelt de geest, en daarom legt ze de tuinen aan.

De duchess echter, initiatiefneemster van het Alnwick Garden Project, koos geen Engelse tuinarchitecten - toch zowat de door God verkoren 'uitvinders van het lommerrijke groen' - , ze gaf de opdracht aan de Vlaamse familie Wirtz, bekende jardiniers uit het landelijke Scho ten nabij Antwerpen.

Jacques Wirtz en zijn zonen Peter en Maarten ontwierpen tientallen tuinen, fantastische en dromerige, melancholieke en klassieke, of heel strenge, zoals de Carrousel-tuin bij het Louvre. Toen de hertogin op zoek ging naar een tuinarchitect die haar gedurfde 'verborgen tui nen' kon vormgeven, werd haar aangeraden met de familie Wirtz te praten. Want de firma Wirtz legt op klassieke, zelfs renaissancistische leest geschoeide tuinen aan, met veel fantasierijk divertissement, precies datgene wat de hertogin van Northumberland in haar dromen voor ogen stond.

'Dat zoiets nog bestaat in Europa', zegt Peter Wirtz in het tot kantoor verbouwde koetshuis van het Schotense fa mi lielandgoed. 'Het is een uitzonderlijke plek.' Hij ontvouwt de plannen en omcirkelt het hertogelijk domein. 'Het is een historische site. Op de bin nenplaats van het middeleeuwse kas teel heeft Oliver Cromwell tijdens de vele oorlogen drieduizend Schotten laten ver hongeren. Bij Aln wick is hard gevochten.'

Achter het slot, het Windsor van het Noorden, 'ligt een wonderlijk en schilderachtig landschap, dat van horizon tot horizon door de hertogelijke gardener Lancelot Capability Brown is bebost met enorme linden en beuken. Tussen de bomen zie je hier en daar follies, neogotische bouwsels en torentjes van de beroemde architect Robert Adam, alles vrijwel onaangeroerd.'

De opdracht is moeilijk. De hertogin wil veel: water, veel groen, verrassing en, maar ook een klassieke groentetuin - want daar houden de Engelsen van.

Landgoed Alnwick Castle bestaat behalve de burcht nu nog uit ruïnes van oude kolenhokken, in elkaar gestorte serres en een domein dat vooral als boomkwekerij is gebruikt.' De tuin moet een toeristische trekpleister worden, een lusttuin vol stemmingswijzigingen, bizar en tegelijk kind vrien delijk. Geheel volgens het gedachtegoed van de familie Wirtz 'zal hij de schoonheid van het verleden en het visionaire van de toekomst' tonen. De Wirtzen verdedigen klassieke waarden, 'intimiteit, harmonie, architectuur, mise-en-scène en decor'.

De invisible gardens van Alnwick zijn geen Versailles. Ook geen Tuilerieën. 'In ons project voor het Carrousel-park (in opdracht van de voormalige Franse president Mitterrand) overheerst de geometrie, de Franse geest. Het is een trapeziumvormig terrein, tussen de gebouwen aan de Seine en de Rue de Rivoli, en die vorm mag je niet zien. Door een sterke geometrische ingreep in ons ontwerp vergeet je wat links of rechts staat. Maar in Alnwick was rechtlijnigheid onmogelijk. We vonden geen evenwicht. Dus zijn we maar asymmetrisch gaan ontwerpen.'

Het wordt een soort kalligrafie in het landschap van Northumberland, een achter de muren van een bijna vijf hectare groot domein verborgen 'geheime tuin', helemaal niet sinister maar galant en vrolijk, 'met veel andantes en staccato's'. De tuinier is heer en meester over het grillige landschap nabij Alnwick, en ook zonder meetkunde ontstaat een hortus die, zoals Versailles, toch ook iets theatraals heeft.

Tuinen ontwerpen is kunst. 'Voor ons speelt bij het ontwerpen muziek een belangrijke rol. Dat is helemaal niet zo'n buitenissige opvatting. Muziek gaat, zoals bij het tekenen van tuinen, over sequenties: ritme, evenwicht, proporties, over thema's en con tra thema's die je ondermijnt of bewerkt, over structuur en over spanning. Het is een fantasierijke wereld, heel intrigerend en fascinerend. Je dwaalt met je geest over de site, je combineert op de ontwerptafel zeer verscheidene zaken, allerhande vormen en plantenmateriaal.'

Peter Wirtz schuift met zijn vingertoppen over de ontwerptekening, de partituur van de tuin, waarop met cirkels en spiralen het ritme en de muzikaliteit staan aangegeven. Elke tuin heeft een toon, een klank. Je ziet, je voelt, je hoort, je ruikt en je proeft een tuin. Wanneer hij tekent, houdt hij rekening met alle zintuigen. 'Je hebt plekken waar de geur blijft hangen, of waar het vochtiger is of juist droger, stil of lawaai erig, zoals bij het plenzen of het pompen van fonteinwater. Water speelt een belangrijke rol in het project. Het is, naar de wens van de opdrachtgever, de rode draad.'

In het midden van de tuin komt een bassin, de bron van al het water in de tuin, water dat door een ingenieus en computergestuurd pomp systeem gaat kabbelen, wiegen, trillen, gutsen en spuiten. Het vloeit in met rivierkeitjes gevulde kanaaltjes over het hele domein. 'De watertuin vormt de ruggengraat van het park, het water gaat er combinaties aan met geluiden met geuren, mist, ijs en nevel.' Er zijn cascades en onverwachte sensaties van regengordijnen, spiegelingen en bliksemschichten. 'Om het uur verandert het spektakel, nu eens onrus tig en storm achtig, dan weer kalm en arcadisch. Het water slingert en sijpelt, verfrissend en soms ook bedreigend, als een soort WaterMusic.

'Vanaf het paviljoen schakelt een opgaande slang alles aan elkaar, de blindentuin en het labyrint, de waterspelen en het rozenpark. Het is een voortdurende ontdekkingstocht in een tuin van spiralen en cirkels. Je kunt er verdwalen, omdat je wil weten wat er zich achter een volgende kromme lijn bevindt.

In een tuin 'vang je het oog'. In het labyrint, waar mensen gedwongen lo pen tussen muurtjes van opwaaiende grassen die elk seizoen van kleur veranderen, kijkt de ene naar de andere, 'maar nooit kun je veel volk om je heen zien'. Het is niet 'de bezoeker die de tuin bespeelt', maar de natuurelementen die hem of haar 'in hun macht hebben'. De tuin 'moet de baas blijven', verzekert Wirtz, 'ik wil er geen tientallen kleuren van pullovers zien'.

Alnwick Castle is 'een wereld van gisteren', zegt de Gentse architect Paul Robbrecht die samen met zijn collega Hilde Daem het ontvangstpaviljoen van de tuinen heeft ontworpen. Robbrecht was zeer onder de indruk van de 'getormenteerde natuur' en van het kasteel. 'Het is een vreemde wereld. In het slot hangen werken van Van Dyck en Poussin. Er is een fantastische bibliotheek met oude geschriften en boeken. De tijd staat er stil. De streek is ongerept. Capability Brown had een painterly idee van het landschap, waar op een geraffineerde manier elegantie en subversie samengaan. Die oude cultuur, daar kun je niet omheen.'

Ze ontwierpen een theatrale entree, 'een gordijn dat wordt opengetrokken', het hijsen van een doek dat het theater van de tuin tevoorschijn tovert, en een toren die uitzicht geeft op de hof, alsof het een bezoekersloge is.

'Het is allemaal een sensueel spel', zegt Peter Wirtz over zijn tuin. 'Je weet dat taxus in de winter bijna zwart is, als de zon laag staat en de hemel grijs is. Je kunt met schaduwen spelen, met heftige con tras ten, met zachte en strelende vormen. Mijn vader zegt altijd: je moet een tuin in de winter bekijken. Je kunt hem beter beoordelen in de wintermaanden, wanneer het duister is. Dan pas zie je hoe dramatisch een geknipte beukenhaag is, dat geraamte van ragfijne takjes, bruin en zwart, de verschillende tonen, het contrast.'

Wirtz is een groot bewonderaar van de 'horticulturalist' Frederick Law Olmsted, de ontwerper van het New Yorkse Central Park. 'Je weet echt niet wat je ziet. Zo'n sensatie, wanneer je van de ene kant naar de andere loopt.' Het park van Wirtz wordt tegelijk een oord van onvoorspelbare verrukking en van pastorale rust, met zijn rotsige uitstulpingen, verzonken wegen en greppels, en zijn tot verpozen uitnodigende wandelpaden. Het zal drie jaar duren voordat de lusthof van Alnwick eruitziet zoals de familie Wirtz dat uiteindelijk wil, maar 'niets is mooier dan tuinen te zien groeien.'

Meer over