DagboekJohn Ransom

Een tegenstander voor de beruchte kapitein Wirz

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Krijgsgevangenkamp Sumter, Andersonville. Beeld Corbis via Getty Images
Krijgsgevangenkamp Sumter, Andersonville.Beeld Corbis via Getty Images

Georgia, 19 mei 1864

Bijna twintigduizend man zitten hier nu vast (in het beruchte krijgsgevangenkamp Andersonville, red.). Er komen elke dag nieuwe bij. Zéér kleine, schrale rantsoenen. Het maïsbrood lijkt met kolf en al gebakken, iedereen vindt het verschrikkelijk. Honderden lijden aan oedeem. Mensen zwellen op tot wanstaltige vormen, niet om aan te zien.

Philo Lewis is vandaag overleden. Hij woog nog hooguit 40 kilo, terwijl hij ooit een lange vent van 85 kilo was. Jack Waker van het 9de regiment cavalerie van Michigan heeft de opdracht gekregen de doden te begraven, waarvoor hij met een extra portie maïsbrood wordt beloond.

20 mei

Hendryx bezorgde me een dozijn kleine uien en wat groene thee van buiten het kamp. Iemand die uit de misère wordt verlost en plotseling vrede en overvloed ervaart, zal niet dankbaarder zijn dan ik ben met deze giften. Een drom mensen heeft gezien hoe ze mij door het hek heen werden aangereikt en nu weet iedereen dat ik een vriend buiten het kamp heb die mij extra’s bezorgt.

Ik hoor van een samenzwering onder leiding van Hendryx om de wachten te overmeesteren en de gevangenen te bevrijden. Als kapitein Wirz (kampcommandant, in 1865 als oorlogsmisdadiger terechtgesteld, red.) dit ter ore komt, dan dient hij te weten dat hij een zeer gevaarlijke tegenstander heeft in George Hendryx.

John Ransom (1843-1919), Noordelijke soldaat in de Amerikaanse ­Burgeroorlog. Ingekort fragment uit Andersonville Diary. Berkley, 1988.