Wietse Pottjewijd en Philippus Zandstra

INTERVIEWPhilippus Zandstra & Wietse Pottjewijd

Een subtiel pleidooi voor legalisering van xtc? ‘Het is niet alleen een middel waar je hard op gaat’

Wietse Pottjewijd en Philippus ZandstraBeeld Aisha Zeijpveld

De Volkskrant sprak Philippus Zandstra en Wietse Pottjewijd, die een boek schreven over xtc. Een subtiel pleidooi voor legalisering?

In de epiloog van hun boek XTC – een biografie schrijven journalisten Philippus Zandstra en Wietse Pottjewijd over de zomer van 2020. De festivals zijn afgelast, de clubs gesloten. Maar in parken, bossen en onder viaducten schieten de illegale feestjes als paddestoelen uit de grond – inclusief het gebruik van het chemische roesmiddel dat de afgelopen dertig jaar op steeds grotere schaal verbonden raakte met de magie van de nacht. Onverantwoord in de context van een pandemie, maar dat waardeoordeel is hier niet terug te lezen.

Citaat uit het boek, over xtc anno covid-19: ‘Een middel om voor een paar uur een plek te creëren waarop iedereen even samen is en de realiteit empathischer en mooier is. Het is een tijdelijke droomwereld die toch heel echt aanvoelt, en die een enorme aantrekkingskracht blijft uitoefenen in een tijd waarin ons leven zich noodgedwongen steeds meer online afspeelt.’

De cafés zijn gesloten als we een datum prikken voor een interview. En het steriele Zoom achten we minder geschikt voor een gesprek over een pil die associaties oproept met volgepakte festivalweiden en zweterige nachtclubs. Zodoende vertellen Zandstra (38) en Pottjewijd (34) tijdens een wandeling door het Amsterdamse Westerpark over hun boek.

Zandstra: ‘Het viel ons zo’n vijf jaar geleden op dat op grote muziekfestivals rond de nacht een omslagpunt wordt bereikt waarop de meeste bezoekers met grote pupillen op de dansvloer staan. Dan denk je toch ook: eigenlijk best vreemd, een illegaal middel dat zo lijkt ingeburgerd.’

Pottjewijd: ‘En het overheidsbeleid is interessant. Aan de ene kant kun je je drugs nog steeds laten testen, bij tientallen testcentra in het land, aan de andere kant zit de politie met de handen in het haar omdat ze niet weet hoe ze de drugsindustrie moet aanpakken.’

Pottjewijd: ‘Er zijn allerlei misdaadboeken over de drugswereld. En er is al veel geschreven over de opkomst van de housemuziek. Wij vonden het culturele aspect interessant. Wat zegt het over Nederland dat xtc zo groot is geworden? Wie waren hierbij betrokken? Dat boek was nog niet geschreven.’

Oerkracht

In XTC – een biografie wordt de hang naar een incidentele roes niet alleen in de epiloog geschetst als een soort nauwelijks af te stoppen oerkracht. Zandstra en Pottjewijd laten zien hoe xtc-gebruik de afgelopen jaren haast volledig is ingeburgerd op ’s lands grootste muziekfestivals. Hoe de pil parallel aan de doorbraak van housemuziek in de zomer 1988 een groter publiek bereikte en al in de herfst van datzelfde jaar op de harddrugslijst van de Nederlandse Opiumwet belandde. Maar vooral ook hoe kenmerkend nuchter Nederlands daarop werd gereageerd. Als xtc een nationaliteit kent, staat in het persbericht voor het boek, dan is het de Nederlandse.

De afgelopen drie decennia ontstond een fijnmazig ecosysteem waarin min of meer verantwoord gebruik van een verboden middel mogelijk werd gemaakt. Het boek eert wat dat betreft het pionierswerk van voormalig straathoekwerker August de Loor; die richtte in 1986 het Adviesburo Drugs op en was twee jaar later met zijn Safe House-campagne de grondlegger van pillentesten op feesten. Naast de testtafeltjes van De Loor werd de ehbo-post op housefeesten de standaard, voor als het onverhoopt toch misging. Door oververhitting van het lichaam bijvoorbeeld, of door verkeerde stofjes in de pil – waar De Loor vervolgens weer doelgericht voor kon waarschuwen.

Met XTC – een biografie schetsen Zandstra en Pottjewijd een waaier aan perspectieven op de pil. Van de populariteit binnen de Bhagwanbeweging en de opkomst van de house in de jaren tachtig tot de recentelijk toegenomen interesse en mogelijkheden voor therapeuten om mensen met een posttraumatische stressstoornis (PTSS) te genezen via therapie met mdma (de werkzame stof in xtc). Ze noteren de sterke verhalen van de eerste producenten en handelaren, eind jaren tachtig, begin jaren negentig: rasopportunisten die per zeilboot zakken vol xtc afleverden op feesteiland Ibiza. En geïnspireerd door een bezoek aan een opslagdepot van de politie, waar diverse soorten drugslabs staan opgesteld, houden ze een fraai pleidooi voor een xtc-museum.

Ook de jaren van repressie komen uitgebreid aan bod, vanaf het kabinet-Balkenende I. Zandstra en Pottjewijd beschrijven hoe die periode juist leidde tot een enorme toename in productie en gebruik, met crimineel geweld en het dumpen van drugsafval in natuurgebieden als voornaamste keerzijden.

Opwaartse lijn

Het duurde relatief lang voor de schrijvers persoonlijk met xtc in aanraking kwamen – en praten over eigen gebruik doen ze beiden niet heel graag. Zandstra: ‘Ik groeide op in de jaren negentig en ik was metal. Met veertien gasten in een ondergrondse hut in een dorpje bij Leeuwarden bierdrinken en meeschreeuwen met Slayer. We hadden totaal geen affiniteit met house. Voor mij is dat pas begonnen toen ik in 2010 naar Amsterdam verhuisde. Toen werd me wel duidelijk dat daar werd gebruikt.’

Pottjewijd: ‘Ik was skater, luisterde naar rockmuziek, dronk in het weekend bier en blowde af en toe. Ik had altijd een beetje een foute associatie bij xtc. Dat hoorde bij de gabbers die ik, waarschijnlijk geheel onterecht, ook als een stel criminelen zag. In de kroeg in Hardenberg, waar ik opgroeide, werd iedereen steevast zo dronken dat gesprekken vaak niet meer mogelijk waren – en er werd veel gevochten.

‘Ook ik verhuisde uiteindelijk naar Amsterdam. Ik ontdekte een nieuwe manier van uitgaan. In de clubs, waar de meerderheid op een gegeven moment aan de xtc zat, kreeg de avond juist een ópwaartse lijn: aan het eind van de nacht had je het idee dat je iedereen kende, en ondertussen voerde je diepe gesprekken met je vrienden én werd er lekker gedanst. Ik doe het nog steeds af en toe. Het is ook een middel om eens echt goed te praten met je geliefde.’

Pottjewijd: ‘Wat zegt het over Nederland dat xtc zo groot is geworden? Wie waren hierbij betrokken? Dat boek was nog niet geschreven.’ Beeld Aisha Zeijpveld
Pottjewijd: ‘Wat zegt het over Nederland dat xtc zo groot is geworden? Wie waren hierbij betrokken? Dat boek was nog niet geschreven.’Beeld Aisha Zeijpveld

De auteurs zochten uitvoerig naar de juiste toon van het boek. Wel of niet schrijven over eigen ervaringen? En waarom? Zandstra: ‘Ik ben wat gereserveerder in het delen van mijn eigen ervaring. Ik snap dat je die vraag krijgt als je een boek over xtc schrijft. Maar je doet het boek tekort door het over de ervaringen van de schrijvers te hebben. Gebruik moet ook niet te wervend klinken. Je wilt niet overkomen als een stel xtc-apologeten. We wilden een bepaalde journalistieke distantie in ons verhaal houden.’

Pottjewijd: ‘Onze eigen ervaringen horen niet in het boek thuis, besloten we. De pil en de wereld eromheen zijn leidend. Op weer zo’n journalistiek ik-verhaal over drugs zit niemand te wachten. Aan de andere kant denk ik nog steeds: als ik me uitspreek over het pilletje dat ik af en toe neem, is dat ook een manier om het stigma weg te nemen. Duidelijk maken dat je uitstekend kunt functioneren als je soms op een festival een pilletje slikt en daar verder vrij weinig problemen van ondervindt. Dat is de balk waarop ik balanceer.’

Belofte

In hun zoektocht naar de culturele betekenis van de xtc-pil van eind jaren tachtig tot nu werden Zandstra en Pottjewijd op weg geholpen door Jonge helden. Dat VPRO-programma maakte in 1988 een aflevering over de hype rond ‘ekstasie’ en definieerde de pil op ijzersterke wijze: aspirine voor de jaren tachtig, vitamine voor de jaren negentig. Zandstra: ‘De jaren tachtig staan in dit geval voor doemdenken. En voor heroïne – er was een waanzinnige gezondheidscrisis gaande. Het is nu bijna niet meer voor te stellen hoe delen van het centrum van Amsterdam destijds no-goarea’s waren. Het ging slecht met de economie. In 1988 sloeg de sfeer om: we wonnen het EK voetbal, de spanning tussen Oost en West liep op zijn eind. House en xtc waren een belofte: er was een nieuwe, betere tijd op komst.’

Die belofte werd ingelost in de ogenschijnlijk vrije, tolerante, zorgeloze jaren negentig.

De eeuwwisseling markeerde volgens de schrijvers het einde van de tolerantie. Zandstra: ‘Handhaven werd een sleutelwoord in de politiek. De teugels moesten worden aangehaald. Het eerste kabinet-Balkenende, met de LPF, bleef nog geen jaar bij elkaar, maar zorgde er wel voor dat drugstesten op feesten werden verboden. Het was symboolpolitiek, er werd in de jaren daarvoor al veel minder op locatie getest. Maar het leek heel krachtig van het CDA. Dat zie je vaker met drugs: de politiek kan er makkelijk mee scoren. Je laat er daadkracht mee zien, law-and-order.’

Pottjewijd: ‘Maar algauw drong door dat xtc toch niet zó schadelijk is voor de volksgezondheid. Op regionaal niveau werd er weer meer gedoogd.’

Zandstra: ‘Het opmerkelijke van het Nederlandse xtc-verbod van 1988 was dat er geen incidenten aan vooraf waren gegaan. De argumenten voor de stelling dat een verbod goed zou zijn voor de volksgezondheid waren zo te zien flinterdun. Het ging Justitie erom dat Nederland geen productie- en doorvoerland zou worden. Ik denk dat dat de legitimiteit van het verbod flink heeft ondergraven.’

In de jaren tien van de nieuwe eeuw signaleren de auteurs een nieuwe omslag. De overheid dacht de import uit China van PMK, een grondstof voor xtc, aan banden te hebben gelegd (dat leek even te lukken, resulterend in de ‘xtc-droogte’ tijdens Koninginnedag 2009), maar toen Nederlandse xtc-scheikundigen erin slaagden om zelf PMK te produceren, liep de expansiedrift aan de productiezijde volledig uit de hand.

Pottjewijd: ‘In het afgelopen decennium ontstonden ook de zichtbare problemen: de vaten vol drugsafval die in het bos worden geloosd. Die lekken nogal eens, waardoor de giftige chemicaliën direct de bodem in zakken. Uit de repressie ontstond voor de overheid een nieuw probleem, dat inmiddels behoorlijk onbeheersbaar lijkt geworden.’

Opnieuw gingen ontwikkelingen in muziek- en drugswereld hand in hand. De muzikale subculturen die tot dan toe altijd vrij streng van elkaar waren gescheiden, leken te verdwijnen of in elkaar op te gaan. ‘Ik trok vroeger niet met gabbers op, want ik was een metalhead’, zegt Zandstra. ‘Maar je ziet hoe grote festivals breder zijn gaan programmeren, waardoor mensen sneller in aanraking komen met andere genres en bijbehorende gebruiken. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het begon met de shufflefunctie op de iPod: opeens had je een enorme hoeveelheid muziek in je jaszak en kwam je met genres in aanraking waar je vroeger ver van bleef.’

Eigen conclusies

Tijdens het lezen van XTC – een biografie kan de lezer de gedachte bekruipen dat het een bar slecht idee is geweest om deze drug in de illegaliteit te duwen. De verboden werken averechts, het kat-en-muisspel tussen politie en xtc-producenten lijkt onbegonnen werk, terwijl de volksgezondheid slechts beperkt in het geding is, zeker vergeleken met andere middelen op de harddrugslijst.

Het boek haalt een onderzoek uit 2009 door het RIVM aan waarin drugs worden gerangschikt op hun schadelijkheid: crack en heroïne staan op 1 en 2, direct gevolgd door tabak en alcohol; xtc staat op plaats 12. Hebben Zandstra en Pottjewijd, ondanks hun journalistieke distantie, een subtiel pleidooi voor legalisering van xtc geschreven?

Pottjewijd: ‘We vertellen de geschiedenis zoals ze is gegaan, hopen we, en daar mag je zelf je conclusies aan verbinden. Maar als je goed luistert naar wetenschappers, dan zeggen ze op een gegeven moment bijna allemaal dat ze een onderzoek naar legalisering van xtc interessant zouden vinden. Maar hoe dichter je bij de politiek komt, hoe gepolariseerder het beeld over drugs is. Het debat komt daar nooit echt vooruit. Tineke Netelenbos van de PvdA deed in de jaren negentig eens een oproep tot legalisering; de laatste die dat deed was Kathalijne Buitenweg van GroenLinks, in 2018. Maar het onderwerp krijgt in verkiezingstijd nooit echt aandacht. Als het erop aankomt is het niet belangrijk genoeg.’

Zandstra: ‘In de politiek worden de drugsbestrijders gekozen, niet de politici die pleiten voor legalisering. Maar let wel, er zíjn natuurlijk risico’s aan gebruik.’

XTC, de documentaire

Er wordt momenteel gewerkt aan een documentaireserie gebaseerd op XTC – een biografie van Philippus Zandstra en Wietse Pottjewijd. Het Amsterdamse productiebedrijf Submarine heeft de filmrechten gekocht en is sinds een aantal weken in gesprek met een aantal potentiële regisseurs. De auteurs zijn volledig betrokken bij de research- en scenariofase. ‘Verhalen die we eerder niet helemaal hard konden maken en die het boek niet hebben gehaald, worden nu verder uitgezocht.’

Pottjewijd: ‘Er is verbale geheugenschade aangetoond; uit onderzoek blijkt dat xtc-gebruikers wat lastiger woorden onthouden dan niet-gebruikers. Al is het lastig om dit te interpreteren, want echt goed en grootschalig onderzoek ontbreekt. We spraken een onderzoeker van het Amsterdam UMC, neuroradioloog Liesbeth Reneman, die de eerste prospectieve studie naar xtc-gebruik heeft uitgevoerd. Ze maakte zo’n tweeduizend hersenscans van 180 jongeren die nooit xtc hadden gebruikt, maar dat vermoedelijk wel van plan waren. Zo kon ze scans van voor en na het gebruik met elkaar vergelijken. Hieruit bleek dat er geen volledig herstel in de hersenen plaatsvond na gebruik van xtc, en dat de hersenschade dus langdurig is. Of er ook permanente schade optreedt, is onduidelijk. Daarvoor zou ze de groep graag opnieuw onderzoeken, maar daar moet wel geld voor zijn. En dat is er niet.’

Reneman kreeg daarnaast vaak tegengeworpen dat onderzoek naar een recreatief middel, dat ook nog eens op de lijst met verboden middelen stond, niet ‘klinisch relevant’ zou zijn. Veel van haar collega’s zien het nut niet van onderzoek naar de gezondheidsrisico’s van een middel dat toch al verboden is.

Hoopvolle toekomst

Tijdens het schrijven van het boek werd een groot vooroordeel van de auteurs gelogenstraft: dat de politiemensen en ambtenaren die belast zijn met de bestrijding van xtc louter hoekige mensen zijn die drugs verschrikkelijk vinden en vanuit die opvatting tot op het bot gemotiveerd zijn om productie, handel en gebruik te bestrijden. Pottjewijd: ‘Ik heb bij gespecialiseerde eenheden met zeer deskundige mensen gesproken die nuchter genoeg zijn om te zeggen: we geloven niet dat we dit probleem oplossen door voortdurend drugslabs op te rollen. Ze hebben ook helemaal geen hekel aan drugs, maar doen dit werk omdat ze het rete-interessant vinden.’

Hier ziet Pottjewijd een uitweg in het xtc-dilemma. ‘Er is onlangs een denktank opgericht voor een nieuw mdma-beleid. Daarin wordt voor een tweesporenbeleid gepleit: aan de ene kant moet de overheid gaan reguleren, door de productie en verkoop van xtc zelf in handen te nemen, aan de andere kant moet drugscriminaliteit harder worden aangepakt, om de grote export van xtc in te dammen.’ De gebruiker krijgt volgens een door achttien deskundigen opgesteld plan een soort pillenpaspoort, waardoor de aankoop van xtc kunt vergelijken met een bezoek aan de apotheek. Pottjewijd: ‘Misschien gaat het deze keer nog wel werken ook.’

Een ander spoor richting een hoopvolle toekomst vinden de schrijvers in de VS, waar de Food and Drug Administration mdma naar verwachting in 2022 zal goedkeuren als medicijn voor traumapatiënten. Mocht dat gebeuren, dan is de verwachting dat Europa volgt, schrijven Zandstra en Pottjewijd. Zandstra: ‘Qua imago is cannabis in Amerika al verschoven van de stoners naar soccer moms uit de voorsteden, die er hun pijnklachten mee bestrijden. Stel dat oorlogsveteranen met PTSS in de toekomst bij Oprah vertellen over de effecten die mdma-therapie op hen heeft gehad. De resultaten die daar nu al mee worden bereikt zijn waanzinnig; 60 procent is genezen, dat is ongekend.’

Pottjewijd: ‘Het zou geweldig zijn als de therapeutische werking van xtc door dit boek meer in de schijnwerpers komt te staan. Dat dit niet alleen een middel is waar je hard op gaat.’

Afvoerputje

Nederland dreigt het afvoerputje van de wereld te worden als we gehoor geven aan de oproep om harddrugs te legaliseren, zei minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid afgelopen weekend in het tv-programma WNL op Zondag. De CDA-minister denkt dat legalisering buitenlandse bendes aantrekt. Hij zet zich daarmee af tegen de plannen van de onlangs opgerichte Denktank MDMA-beleid, waarin deskundigen pleiten voor legaal geproduceerde xtc in combinatie met een hardere aanpak van criminele drugsbendes. ‘In plaats van kritisch te kijken waarom die bendes hier nu al zitten, brengt het CDA het probleem terug tot het wel of niet legaliseren van xtc’, zegt Philippus Zandstra, auteur van XTC – een biografie. ‘Je kunt zien dat er volgend jaar weer verkiezingen zijn.’

Meer over