Een spoortje van een glimlach

Eén tot twee uur is de belichtingsduur die Kyungwoo Chun hanteert. In die tijd mogen zijn modellen doen wat ze willen: lachen, praten, huilen....

Een fotograaf is iemand om te wantrouwen. In ruil voor een portret vangt hij je ziel in een zwarte doos, waar hij nerveus blijft fladderen als een vlinder in de holte tussen twee handen. Spookverhalen? Natuurlijk - maar toch. Het idee is gevaarlijk aantrekkelijk. Stel dat een fotograaf tijdens het maken van een portret werkelijk in staat was om door te dringen tot de kern van de geportretteerde, om de essentie van diens persoonlijkheid te vangen, op welke manier zou hij dat dan doen?

Is iemands wezen het best afleesbaar van een onvoorbereid snapshot, zo'n ultrasnel genomen fotootje waarop het onderwerp zichzelf nauwelijks herkent maar waarvan iedereen roept: 'Maar zo zie jij eruit, dit bén jij'? Of blijft iemands diepste innerlijk alleen dan aan het lichtgevoelige materiaal kleven wanneer de fotograaf een opname uitsmeert over enkele minuten of zelfs langer?

Kyungwoo Chun (Korea, 1969) opteert voor de laatste mogelijkheid. Experimenteerde de fotograaf aanvankelijk nog met een belichtingsduur van een paar minuten, al snel breidde hij die uit naar een uur, twee uur, en zelfs een paar dagen (verdeeld in een aantal sessies). Hij laat zijn modellen plaatsnemen in zijn studio en geeft hen als enige opdracht mee dat ze in de camera blijven kijken. Verder mogen ze doen wat ze willen. Bewegen, praten, lachen, huilen - alles is toegestaan, sterker nog: die activiteiten juicht Chun van harte toe.

Het resultaat zijn ouderwets aandoende, sepiabruine portretten waarop slechts de zachte contouren van gezichten zijn te zien. Van emotionele uitspattingen is niets meer over; ieders gelaatsuitdrukking is neutraal, sereen, met hier en daar een spoortje van een glimlach. Het is alsof de camera, die zwarte doos, alle verschillende gemoedstoestanden die gedurende de opnametijd van de gezichten waren af te lezen, heeft opgezogen, het gemiddelde ervan heeft berekend en dat naar het fotopapier vertaald. Onaangedaan lijkt elk gelaat, onbereikbaar voor invloeden van buitenaf - en af en toe een beetje doods.

Door het gebruik van de lange sluitertijd doen Chuns portretten denken aan de allereerste portretfoto's die halverwege de negentiende eeuw ontstonden. De daguerreotypie, een fotografisch proces waarbij belicht zilverchloride werd ontwikkeld met kwikdamp, vereiste, vooral in het begin, een belichtingstijd van een halfuur tot een uur. En anders dan de modellen van Chun mochten de mensen in de studio van de daguerreotypiefotograaf niet bewegen.

Ze mochten niet praten, niet lachen, niet huilen - ze mochten niet eens met hun ogen knipperen. Er waren zelfs bepaalde klemmen in omloop die het hoofd van de modellen hielpen op zijn plaats te houden.

Vandaar dat de mensen op die eerste portretjes herkenbaar zijn aan hun starende, gefixeerde en lege blikken. En af en toe een beetje doods. Hun onbeweeglijkheid gedurende de belichtingstijd heeft opmerkelijk genoeg bijna hetzelfde resultaat als de levendigheid van Chuns modellen tijdens diezelfde tijd.

Hebben beide procédés nu de ziel van de geportretteerde te pakken? Je zou het bijna denken, want deze manieren van fotograferen doet vergeten dat foto's in principe reproduceerbaar zijn, dat een negatief meerdere malen kan worden ontwikkeld. In het geval van de daguerreotypieën is het simpel: die waren technisch gezien niet reproduceerbaar. Dat maakte ze kostbaar, zowel financieel als psychologisch. Men bewaarde die zilverkleurige fotootjes van zichzelf en zijn dierbaren als magische kleinoden.

De foto's van Chun kunnen in deze tijd natuurlijk wel meerdere keren worden afgedrukt (Chun werkt in oplagen van rond de vijf). Maar ze moeten juist de indruk geven de eenmalige weergave te zijn van een uniek moment in de geschiedenis, de samenkomst van model en fotograaf in de studio. En in het geval van het werk 68-00 (2002) is het zelfs het fotopapier zélf dat op alchemistische wijze aan geschiedschrijving doet, waardoor de foto een object wordt, een ding met betekenis.

68-00 is een portret van twee ex-geliefden die elkaar 32 jaar lang niet hadden gezien. Chun fotografeerde hen apart, elk zestien minuten lang, elk op een helft van het negatief. Op de uiteindelijke foto zijn ze naast elkaar te zien, als een tijdloos getrouwd stel dat besloot een foto te laten maken ter ere van hun zoveeljarig huwelijk.

Misschien zijn fotografen inderdaad niet te vertrouwen. Proberen ze niet alleen je ziel te pikken, maar toveren ze uit die zwarte doos ook nog eens situaties tevoorschijn die alleen bestaan omdat zij ze zo bedacht hebben.

Meer over