Een speedboot in de Oudegracht

Utrecht heeft het Nederlands Film Festival. Verder houdt de stad zich, als het om films gaat, op de vlakte. Dat is helemaal niet nodig, vinden betrokkenen....

TEKST RONALD OCKHUYSEN

Er rolt een rode loper door Utrecht. Hij gaat dwars door de stad, over de grachten, en wijkt voor niets en niemand uit. Een geparkeerde auto? De rode loper gaat er dwars overheen.

Woensdag begint het Nederlands Film Festival, en dat wordt aangekondigd met een marketingcampagne waarin de onstuitbare rode loper een hoofdrol speelt. De boodschap van het festival is duidelijk: Utrecht is the place to be voor iedereen die iets met film te maken heeft.

Zeg Utrecht en film, en de mensen roepen: Gouden Kalveren. Maar wat gebeurt er verder? Is Utrecht wel zo'n filmstad? Natuurlijk - de stad wordt wel als filmlocatie gebruikt, maar dan vooral door Utrechtse regisseurs. Jos Stelling draaide Mariken van Nieumeghen (1974) en De Pretenders (1981) er voor een deel, André van Duren nam er grote stukken op van Richting Engeland (1993) en Tijd van leven (1996), en Robert Jan Westdijk transformeerde de Utrechtse binnenstad tot het domein van powerbabe Phileine in Phileine zegt sorry (2003).

'Er gebeurt nog wel wat meer', zegt directeur Doreen Boonekamp van het Nederlands Film Festival, 'maar dat zijn specifieke dingen, zoals de scène op het station in Nynke, die in het Spoorwegmuseum is gedraaid.' Echt veel is het niet, erkent ze. 'Zeker als je bedenkt dat we het over de vierde stad van Nederland hebben.' Als locatiescouts voor een film een brug zoeken, komen ze bijna automatisch bij de Rotterdamse Zwaan uit. 'Dan denk ik: wij hebben de Prins Clausbrug. Gebruik die dan. Dat is weer eens iets anders.'

Boonekamp weet ook wel waarom filmmakers eerder in Amsterdam of Rotterdam dan in Utrecht uitkomen. Een groot deel van de filmwereld heeft Amsterdam als uitvalsbasis, en Rotterdam voert al jaren een beleid dat gunstige financiële voorwaarden schept voor de filmindustrie. Wie in Rotterdam draait, kan rekenen op alle medewerking. Boonekamp: 'Een stimuleringsbeleid zouden ze in Utrecht ook eens moeten overwegen. De stad doet veel aan promotie. Film zou daarin een rol kunomdat nen spelen. Utrecht is bijvoorbeeld een ideale premièrestad, mooi in het midden van het land, dicht bij Hilversum en Amsterdam. Maar daar koop je niets voor als er nog niet eens een fatsoenlijk premièretheater voorhanden is.'

Het is eigenlijk heel simpel, zegt André van Duren. Om het zo goedkoop mogelijk te houden, moeten filmlocaties op korte afstand van huis zijn, en dat huis staat voor de meeste regisseurs, acteurs en crewleden in Amsterdam. 'Daardoor komen in Nederlandse films steeds weer dezelfde Amsterdamse straten voorbij. Steeds weer die grachten, of Amsterdam-Zuid, met die gebouwen in de stijl van de Amsterdamse School. En als ze naar buiten moeten, komen ze in die saaie gehuchten rondom Amsterdam terecht.'

Voor Van Duren ('Ik ben in 1980 vanuit Brabant naar Utrecht geëmigreerd') is er geen twijfel mogelijk: Utrecht is als filmlocatie superieur aan Amsterdam. De binnenstad is volgens hem veel gevarieerder dan die van Amsterdam. 'Of neem de wijk bij het Wileen plek waar je zo een film kan draaien die zich begin 19de eeuw afspeelt. De bestrating: ook veel beter dan in Amsterdam. Daar is het een ramp met al die parkeervakken, gele trottoirbanden en willekeurig neergeplante bomen.' Pardon? 'Als je in Amsterdam op de grachten draait, wordt het shot bijna altijd verpest omdat er bomen in de weg staan. Die horen daar niet. Een beetje stad heeft weinig bomen.'

Toen Robert Jan Westdijk de roman Phileine zegt sorry (2003) van Ronald Giphart ging verfilstaan: men, wilde hij per se in Utrecht aan de slag. Niet omdat hij er woont en de stad kent, maar omdat hij vindt dat Utrecht en Ronald Giphart bij elkaar horen. 'Phileine is voor een deel uit verontwaardiging gemaakt. Verontwaardiging die opkwam toen ik de Giphart-verfilming Ik ook van jou zag. Daarin liepen Antonie Kamerling en Beau van Erven Dorens op een gegeven moment dronken langs de Maas. Ik dacht: dat kan helemaal niet. Het zijn toch Utrechtse studenten? Dat moet de Oudegracht zijn.'

De Nederlandse werkelijkheid is te klein, vindt Westdijk, om dat soort vrijheden te nemen. De speedboot-scène in Amsterdamned (1988), in Utrecht opgenomen omdat er in Amsterdam geen grachten met terras aan het water zijn, vond Westdijk destijds een afknapper. 'Een thriller in Amsterdam, en dan zijn daar opeens de werfkelders. Dan is de illusie voorgoed verbroken.'

Toch moest hij tijdens de opnamen van Phileine zelf ook een beetje smokkelen. Westdijk laat Phileine en haar vriendje romantische momenten beleven op de trap voor het stadhuis, in het dagelijkse leven een ongure hangplek. 'Ik loop er vaak langs, en dan denk ik: dat zag er in de film wel wat anders uit.' Voor het Utrechtgevoel was het beter zo. 'Ik heb Phileine daar neergezet omdat ik vanuit die positie de Dom heel mooi in beeld kon krijgen.'

Meer over