Een seizoen vol vernederingen

De serieuze journalistiek in de Verenigde Staten ligt dezer dagen ongehoord onder vuur. Dat hebben de media aan zichzelf te danken....

MENIG Amerikaans journalist doet er dezer dagen wellicht verstandig aan de Watergate-klassieker All the President's Men weer eens in de videorecorder te schuiven. Ter geruststelling, of desnoods als broodnodige herinnering dat feiten heilig zijn.

Het illustere duo Woodward en Bernstein onthulde voor The Washington Post het schandaal dat tot de val van president Nixon leidde. Maar niet voordat hun hoofdredacteur zich ervan had verzekerd dat de (tot op de dag van vandaag geheime) bronnen betrouwbaar waren en dat het bewijs was geleverd. Zoals het hoort.

De waakhond van de democratie is de afgelopen weken enkele malen met de staart tussen de poten afgedropen. En dan gaat het niet om de onfortuinlijke blunder die Associated Press beging. Op de AP-website werd per abuis de dood van Bob Hope gemeld. De entertainer, weliswaar 95 jaar, bleek nog steeds springlevend.

Iemand had op een verkeerde knop gedrukt. Soit, kan gebeuren. Andere journalistieke uitglijders reiken veel verder. In een hoofdredactioneel commentaar sprak The New York Times met plaatsvervangende schaamte van 'een seizoen vol vernederingen'.

Die pijnlijke vaststelling kwam nadat CNN en Time eind vorige week ruiterlijk met de billen bloot gingen. Een controversieel nieuwsverhaal over vermeend zenuwgasgebruik door het Amerikaanse leger tijdens de Vietnam-oorlog in Laos bleek bij nadere beschouwing door een externe deskundige niet te kloppen.

Het was een co-produktie van de twee respectabele media, gepresenteerd in de eerste uitzending van het televisieprogramma NewsStand. Hetzelfde verhaal verscheen vervolgens in het tijdschrift. De poging om zoveel mogelijk publiciteit te krijgen voor de nieuwe rubriek was geslaagd, de consequenties waren verstrekkender dan op voorhand werd vermoed.

Twee producers werden ontslagen, een derde hield de eer aan zichzelf, en presentator Peter Arnett kreeg een stevige reprimande. 'Onderliggende vraag', aldus The New York Times in een commentaar, 'is of deze twee media te veel bezig waren een stevige plons in de overvolle hedendaagse markt te maken.'

Dat is ongetwijfeld het geval, zegt Bill Kovach. De curator van de Niemann Foundation for Journalism aan de Harvard University schrijft de misser toe aan 'de toenemende druk van marktgericht denken'. Kovach ziet een trend ontstaan 'waarbij journalisten zich laten verleiden tot onzorgvuldig gedrag omdat nieuwe concurrenten als het Internet en meer kabelzenders hen op de hielen zitten'.

Voorbeelden genoeg. Drie weken geleden kreeg columniste Patricia Smith van de Boston Globe de wacht aangezegd. Zij had tientallen personen met bijbehorende quotes gefingeerd. Vorig jaar nog was Smith genomineerd voor de Pulitzer Prize.

Ook de Cincinnati Enquirer ging door het stof. Een serie kritische artikelen over een plaatselijke onderneming werd ingetrokken. De krant plaatste op de voorpagina een verontschuldiging en betaalde tien miljoen dollar schadevergoeding, waarmee een rechtszaak werd voorkomen.

De betreffende verslaggever had op onrechtmatige wijze bewijsmateriaal verzameld. Door in te breken in het voice mail-systeem van het bedrijf had hij gevoelige informatie bemachtigd. Tegen de journalist is een strafrechtelijk onderzoek ingesteld.

Freelance journalist Stephen Glass was voor zijn lijvige productie in tijdschriften als de New Republic, Policy Review en George structureel op fictie teruggevallen. Hij kwam met personages, anekdotes en uitspraken die bij nadere bestudering volledig uit de duim bleken te zijn gezogen.

Journalisten in het hele land krabden zich na de incidenten eens goed achter de oren. Bij The Los Angeles Times riep de hoofdredacteur zijn staf bijeen en vroeg eenieder 'eens goed na te denken over de gebeurtenissen': 'Zijn we goed bezig?' Zelfreflectie is het enige medicijn tegen herhalingen.

In een commentaar noemde de Californische krant het maken van fouten 'onvermijdelijk', maar dat risico mag de essentie van goede journalistiek nimmer aantasten. 'Naar feiten moet altijd toegewijd en onverschrokken worden gezocht. Nooit met de bedoeling een stelling te bewijzen, maar altijd met opperste verantwoordelijkheid om het publiek te informeren.'

Zalvende woorden, die door Jim Carey, professor journalistiek aan de Columbia University in New York worden onderstreept. 'De aangerichte schade is onherstelbaar. Je kunt een fout niet terugnemen. Zoiets blijft je als medium achtervolgen.'

Dat valt nog te bezien, zegt ombudsman George Langford van The Chicago Tribune, die zowaar een positief element ontdekte. 'Het zal de antennes aanscherpen.'

Tijd heelt bovendien een hoop wonden, zo merkte het populaire tv-programma Dateline van NBC. De makers hadden enkele jaren geleden beelden gemanipuleerd. Na een publieke verontschuldiging ging de kijker over tot de orde van de dag. Dateline is nu een van de best bekeken actualiteitenrubrieken.

Op een slechter moment kon de serie blunders niet komen voor de serieuze Amerikaanse journalistiek, die onlangs met argwaan het nieuwe tijdschrift Brill's Content begroette. Dat blad beloofde de Amerikaanse media kritisch in de gaten te zullen houden. Het viertal kapitale fouten lijkt de levensvatbaarheid van die missie te rechtvaardigen.

In het magazine wordt fijntjes opgemerkt dat volgens een onderzoek 'slechts één op de veertien Amerikanen gelooft dat een journalist eerlijker is dan de meeste mensen'. Journalisten scoren daarmee ongeveer even goed als politici en verkopers van tweedehands auto's.

Peilingen naar de betrouwbaarheid van Amerikaanse media lopen uiteen. Het Pew Research Center for the People and the Press stelde vorig jaar vast dat 56 procent van de bevolking van mening is dat nieuwsberichtgeving onvolledig is. In 1985 was dat nog maar 36 procent.

CNN en USA Today verrichtten afgelopen jaar soortgelijk onderzoek: een krappe meerderheid (53 procent) van de Amerikanen zei vertrouwen in de media te hebben. Volgens een nog te verschijnen peiling van de American Society of Newspaper Editors is met name de geloofwaardigheid van kranten afgenomen.

Wanneer dat vertrouwen beschaamd is, zijn excuses alleen niet genoeg. De snelle respons vorige week van CNN, dat drie producers van hun taak onthief, werd unaniem toegejuicht. Voor mededogen is geen plaats, stelde Newsweek-hoofdredacteur Rick Smith. 'De pers is in het algemeen te snel op zijn teentjes getrapt.'

Er zijn grenzen natuurlijk. Tijdens een hoog opgelopen salarisconflict bij The Arizona Republic had uitgever Steve Knickmeyer zijn ontslagen verslaggevers 'vet, lui, incompetent en traag' genoemd. De uitspraak was gepubliceerd in een tijdschrift. De quote klopte. De betrokken journalisten hebben Knickmeyer wegens smaad voor de rechter gesleept.

Tim Overdiek

Meer over