Een schaap in de hal

De Marokkaanse koning wil een eind maken aan ongezonde bewoning in zijn land. Alleen kunnen veel arme burgers de nieuwe appartementen niet betalen....

Hamid is een man van een jaar of 60 met de serene oogopslagvan iemand die zich door de grillen van het fortuin niet meer uithet lood laat slaan. Hij is oud, wat zou hij zich nog druk maken.Hamid, in grijze djellaba, was veertig jaar lang koopman op desoek, de markt, van Douar el Kora, maar de markt van Douar elKora, een krottenwijk in het zuiden van Rabat, is sinds een paarweken niet meer.

De paar honderd winkeltjes die hier stonden, op een terreinzo groot als een voetbalveld, zijn door de gemeente metbulldozers met de grond gelijkgemaakt. Men wilde van de soek af,trouwens, men wil van heel Douar el Kora af. Het is alweer ruimeen jaar geleden dat de koning met een nationaal plan tegen'ongezonde behuizing' kwam, en in Douar el Kora zijn inmiddelsde eerste stappen gezet. De markt is verdwenen, in deaangrenzende krottenwijk staan nog steeds een krappe tweeduizenduit allerhande materialen opgetrokken woningen, waar naarschatting twaalfduizend mensen wonen, en ook die woningen moetenallemaal weg.

Omdat ik nog niet veel kan zeggen in het Arabisch, vraag ikHouria of ze met mij wil meegaan naar Douar el Kora. Houria is24 jaar, ze werkt in het café annex lunchroom vlakbij mijn huis,en ze spreekt goed Frans. Ze studeert ook nog sociologie maaromdat ze zes dagen per week in het café werkt, vlot het niet ergmet de studie. Ze verdient vijftienhonderd dirham per maand, 150euro, maar ze woont nog thuis en haar salaris is een welkomeaanvulling op dat van haar vader. Datzelfde bedrag, 150 euro,verdiende de oude marktkoopman Hamid op de inmiddels verdwenensoek van Douar el Kora.

Hamid verkocht plastic speelgoed en aan Houria legt hij uitwaarom hij zijn nering niet wil voortzetten in hetspiksplinternieuwe witte gebouw dat de gemeente voor dekooplieden en bewoners van Douar el Kora heeft neergezet, palnaast de krottenwijk zelf. Beneden is ruimte uitgespaard voorwinkels, ja, zelfs is er middenin het gebouw een soort overdektemarkt gecreëerd, met stenen marktkramen, als je dat zo kannoemen: stenen tafels van verschillende vorm en afmeting, de enetafel voor het tentoonstellen van groenten of fruit, de anderevoor vlees, vis of kruiden.

Hamid beaamt dat niemand daarover ontevreden kan zijn, allesziet er allemaal even mooi uit, al vindt hijzelf de winkeltjesvan vier bij vier wat klein. Maar het is eenvoudig te duur voorhem, zegt hij, en niet alleen voor hem. Een winkel in het nieuwegebouw betrekken zou hem zo'n zevenhonderd dirham per maandkosten, de helft van wat hij maandelijks verdient. Het is teveel.

Douar el Kora bestaat al honderd jaar, het is de oudste en ookgrootste krottenwijk van de regio Rabat. Alle krottenwijken indit gebied moeten binnen twee jaar, in 2008, zijn verdwenen. Metde hele operatie, het slopen van de wijken en het bouwen vannieuwe woningen voor ruim een half miljoen armen, is zo'n 450miljoen euro gemoeid. Voor andere grote steden zijngelijksoortige ambitieuze programma's en het is duidelijk dat hetde koning ernst is met zijn strijd tegen de 'ongezonde behuizing'en tegen de armoede, mede ongetwijfeld omdat ongezonde behuizingen armoede een broedplaats voor fundamentalisme blijken te zijn - maar dat is een ander verhaal.

Douar el Kora ligt aan de kust, slechts gescheiden van hetuitgestrekte blauw van de Atlantische Oceaan door een drukkeprovinciale weg en door het stuk rotsige strand achter die weg.Het blijkt geen gevaarlijke wijk. Als ik Houria vraag er eensdoorheen te lopen, vindt zij dat geen probleem.

Er zijn wel mensen die ons aanstaren, maar zoveel nu ook weerniet en als we vriendelijk gedag zeggen, zeggen zij vriendelijkgedag terug. Het is de eerste zonnige dag na twee dagen regen,de aarde op de smalle paden tussen de krotten is nog vochtig, enoveral, tegen iedere lemen of stenen muur, tegen iederegolfplaat, hangt was. Stromend water is er in de huisjes niet,op sommige plekken zijn wel kranen, overal lopen vrouwen enmeisjes met jerrycans te sjouwen. Aan een vrouw van in de 40 dievlak voor haar huis bezig is graankorrels op een dienblad omhoogte gooien, om het kaf van het koren te scheiden, vraagt Houriaof zij naar een nieuw appartement in het nieuwe gebouw zou willenverhuizen.

Natuurlijk, zegt ze, maar die nieuwe appartementen zijn duur.Ze moet er tienduizend euro voor betalen, dus een leningafsluiten en per maand zo'n achthonderd dirham, tachtig euro,aflossen, en dat is te veel. Haar man werkt als sjouwer op eenmarkt verderop, en daarmee verdient hij per maand duizenddirham. Waar moeten zij van leven, zij en hun twee kinderen, alshun inkomen wordt gehalveerd?

Mogen wij eens in haar huis kijken? De vrouw heeft daar geenbezwaar tegen. Ze schuift het gordijn dat als deur dienstdoetopzij, en nodigt ons binnen. Daar zijn twee kleine kamers vantwee bij drie meter waar een paar oude matrassen liggen, en eris een ruimte die op een keuken lijkt. Naast ons in de piepkleinehal, vanwaar je alledrie de ruimten binnen kan kijken, staat eenschaap met wat stro voor zijn neus. Het schaap is voor hetofferfeest dat vandaag begint, het heeft duizend dirham gekost.

Veel arme mensen, legt Houria me later uit, willen niet datde omgeving denkt dat ze zich geen schaap kunnen verloorloven.Om er een te kopen lenen ze desnoods geld, of ze verkopen detelevisie, de oude Mobylette, kleding. Houria denkt dat in demeeste krotten van Douar el Kora dezer dagen wel een schaapstaat.

Meer over