Een puntige tekst met duidelijke boodschap: kunst prikkelt fantasie

Blauw of iets voor aan de muur van Moniek Merkx door Theater Artemis. Regie: Henri van Zanten. In: De Prekerspoort Den Bosch, 10 mei....

Op het eerste gezicht hebben ze niets gemeen, de welgestelde burgerman Stip en de opstandige kunstschilder Kras. Hun eerste ontmoeting - Stip heeft een nieuw huis en wil een gezellig schilderij aan de muur - loopt meteen uit op ruzie. Kunst is niet gezellig, vindt Kras en hij zet Stip buiten de deur. Onthutst roept Stip nog dat hij veel weet over de dood en dan spitst de schilder zijn oren.

Gaandeweg onstaat er vriendschap tussen deze twee heren, ondanks hun verschillen vullen ze elkaar prachtig aan. De kunstenaar ziet er niet tegenop de meest stellige uitspraken te doen en dat redt de eeuwige twijfelaar Stip. Het woord 'eigenlijk' waarmee Stip elke zin begint, is voor Kras reden om te rillen.

Op het toneel krijgt het contrast tussen de twee levensecht vorm door het ongewone acteurskoppel. Carel Alphenaar heeft zich voor de gelegenheid tot acteren laten verleiden, een deftige meneer, goed in het pak. Willem Kwakkelstein zet daar een morsige anarchist tegenover die de vloer aanveegt met beleefdheden.

Met vallen en opstaan blijft hun merkwaardige vriendschap overeind. Maar wat moet Kras schilderen voor zijn opdrachtgever? Een portret? Stip schrikt als hij het resultaat onder ogen krijgt en hij ziet er vanaf.

Stel je voor, iemand aan de muur die je overal volgt, hij is liever alleen. Tot slot krijgt hij zijn schilderij, een wit doek waarbij de verbeelding vrij spel heeft.

Moniek Merkx schreef met Blauw of iets voor aan de muur een geestige dialoog die gaat over kunst. Kunst die 'nergens op hoeft te lijken, maar toch iets is.' Ze is een meester in het schrijven van simpele dialogen die zoveel dubbele bodems hebben dat niet alleen kinderen ervan genieten. 'Ik ben blauw', zegt Stip als hij ladderzat op de grond zit.

Regisseur Henri van Zanten laat zijn spelers schijnbaar de vrije hand. Als twee oude jongens dollen ze over de vloer. Ongegeneerd storten ze zich in het spel met een hilarisch resultaat.

Af en toe wordt dat al te mallotig, als Alphenaar met een piepstem een fluitketel nadoet, is dat op het randje.

Intussen ontdekt het jonge publiek (vanaf 10 jaar) spelenderwijs wat kunst wel en niet kan zijn. In glasheldere taal weet de schrijfster elke belerende toon te vermijden. Toch is de boodschap ondubbelzinnig: kunst prikkelt de fantasie. En dat is precies wat deze tekst ook doet.

De voorstelling wordt de komende maand op allerlei locaties gespeeld, onder meer in musea. Het decor is uiterst sober, meer dan een schildersezel is niet nodig. Maar de kracht van deze productie schuilt vooral in de tekst die in de schrijfwerkplaats van Theater Artemis is ontstaan.

Het is te hopen dat deze broedplaats voor schrijftalent gehandhaafd zal blijven, ook na het vertrek van artistiek leidster Pauline Mol, die in 1998 opgevolgd zal worden door Matthijs Rümke.

In het jeugdtheater bestaat nog steeds grote behoefte aan nieuw repertoire. En een puntige, geestige tekst als deze is een welkome aanvulling.

Marian Buijs

Meer over