PoëzieGoed & Slecht

Een paar eenvoudige woorden het werk laten doen, dat is een risico

Een kort gedicht is een risico, ziet Arjan Peters, als hij Laurine Verweijen en Anne-Fleur van der Heiden leest.

null Beeld Getty / Bewerking Studio V
Beeld Getty / Bewerking Studio V

Twee dichters van in de dertig die een gedicht maken van twee strofen, beginnend met een als-vraag (‘Als je’, ‘Als ik’), en die een paar eenvoudige woorden het werk laten doen, nemen een risico. Het moet goed vallen, en snel ook, want de speelruimte is gering. Laurine Verweijen (1981) begint het gedicht ‘Tafels en stoelen’ in haar bundel Gasthuis (Van Oorschot; € 18,50) met een vraag zonder vraagteken:

Als je zou mogen kiezen
stonden er dan meer banken of
meer tafels in je huis
En zou je voor elk gebruik bijvoorbeeld
een andere tafel willen
Je zou bij het raam een kleine tafel
kunnen neerzetten
om aan naar buiten te staren
terwijl je de krant nauwelijks leest
Daar zou ook een bank kunnen staan
maar daarin zit je lager

Je hebt het zelf voor het zeggen
Het huis is helemaal van jou en leeg

Merkwaardig dat de stoelen uit de titel helemaal niet terugkomen. Het gaat kennelijk om tafels of banken. Vier keer ‘zou’, dat klinkt erg vrijblijvend, en ‘bijvoorbeeld’ is ook lelijk. De suggestie is dat de inrichting van het interieur iets zegt over de inrichting van je leven, vermoed ik, maar dan nog: mag het misschien pregnanter? Of is het slotwoord bedoeld als dramatisch: iemand is verlaten, en moet nu over alles nadenken, tot en met de banken en tafels aan toe.
Zeur toch niet zo, en zoek een paar meubeltjes uit.

Nog korter, en wél intrigerend, is Anne-Fleur van der Heiden (1987) in ‘Maanoog’, uit haar bundel Zaailingen (Nieuw Amsterdam; € 20,-):

Als ik niet verliefd kan worden
op het leven maar wel op een paard dat Misty heet
ben ik toch verliefd op iets
dat op leven lijkt, ik voel het
door het zachte briesen van zijn
snuit in mijn hand
omdat ik appels heb

Misty heeft een maanoog, indianen geloven
dat paarden met maanogen door het donker
kijken, misschien ben ik daarom verliefd op Misty
omdat hij door het donker kijkt

Het is bijna kinderlijk (‘daarom… omdat’), maar het rijm (‘lijkt’… ‘kijkt’) wijst er al op dat de dichter minder naïef is dan ze zich voordoet. Door het taalgebruik, dat paard, die snuit, de appels en dat maanoog (een licht oog, zonder pigment) zou je haast vergeten dat al die zachtheid dient om donkerte te bezweren.

Meer over