Een overweldigende drol die tot nadenken stemt

In Utrecht combineert de Amerikaanse kunstenaar luchtig kijkplezier met kritiek.

Marina de Vries

Daar ligt-ie dan, in een groene wei, met in de verte de kaarsrechte hoogbouw van de Universiteit van Utrecht. Exotisch als een rotslandschap. Rond en sensueel als een bloot mensenlijf. Komisch en weerzinwekkend als een reuzendrol.

En dat is precies wat het is. Een drol zo groot als een flatgebouw, gestikt van poepbruin plastic en gevuld met lucht. Vijftien meter hoog. Drieëndertig meter lang. De bollingen, uitstulpsels en puntige draaisels zijn aan alle kanten anders. Net als het beroemde Guggenheimmuseum van Frank O. Gehry in Bilbao, waar Complex Pile, Shit Pile (2007) – toeval of niet – in vorm aan doet denken.

De Amerikaanse kunstenaar Paul McCarthy (1945) is in het land, althans zijn gigantische inflatables zijn deze zomer in de Botanische Tuinen van de Universiteit Utrecht te zien, en dat zullen we weten.

Hij staat bekend als shockkunstenaar en provocateur, die de grenzen niet opzoekt, maar gretig overschrijdt. Al sinds eind jaren zestig voert McCarthy performances op en bouwt hij op Disneyfilms en commercie leunende installaties, waarin seks en geweld, ketchup en spaghetti de hoofdrol spelen. Nu behalve Amerika ook de rest van de wereld met overdadige consumptie wordt geconfronteerd, wordt McCarthy’s aanval op de consumptiemaatschappij in grotere kring gewaardeerd, hoewel hij nog volop op onbegrip kan rekenen.

Wie zijn grote overzichtstentoonstelling Head Shop/Shop Head twee jaar geleden in Gent bezocht, begrijpt waarom. Vooral in de onontkoombare installatie Caribbean Pirates vloeide zoveel nepbloed, werd zo woest geneukt en gierden de amputerende kettingzagen zo keihard, dat de bezoeker geneigd was het museum voortijdig en onpasselijk te verlaten.

De tentoonstelling in Gent was nauwelijks geschikt voor kinderen. Air Pressure in Utrecht is volgens de organisatoren geschikt voor het hele gezin.

Er vloeit inderdaad weinig nepbloed in Utrecht. De helft van de tentoonstelling bestaat uit oudere opblaassculpturen: pakjes sigaretten, een fles rum, een paar flessen tomatenketchup. Losgezongen van McCarthy’s universum verliezen deze symbolen aan kracht, en lijken ze brave varianten van de alledaagse objecten waarmee popart-icoon Claes Oldenburg in de jaren zestig en zeventig succes had.

Des te intrigerender is de andere helft van de tentoonstelling – de gigantische Complex Pile, Shit Pile, Santa with Butt Plug, Black Plug, Butt Plug en Piggies, allen uit 2007.

De huizenhoge drol, kerstman met buttplug (een speelgoedvariant van het beeld op het Eendrachtsplein in Rotterdam), over elkaar heen leunende varkensmoeder met kind en geabstraheerde anale genotsstaaf schommelen zachtjes, speels en lief in de wind, verleidelijk als reusachtige kinderklimkussens. Tegelijk zijn ze afstootwekkend in hun vunzige welvingen en vlezige huidplooien, in hun poepkleur, in hun associaties met overdaad, afval, lust en lijden – moeder varken zakt stervend door haar voorpoten, het kind is al onthoofd.

In Utrecht combineert McCarthy op verrassende wijze luchtig kijkplezier met tot denken stemmende kritiek, maar hij laat het daar niet bij. Net als in Gent overweldigt hij de kijker, niet middels overdaad, maar middels de onontkoombare schaal van de opblaasobjecten. Die directe, fysieke ervaring maakt een weergaloze indruk.

Meer over