Een optelsom van losse ideetjes

THEATER Piet Paaltjens * *..

Merijn Henfling

Leiden ‘Laten we dan maar iets zingen.’

‘Iets vrolijks.’

‘De zelfmoordenaar.’

En dan zingen ze het beroemde versje van Piet Paaltjens over een man die zichzelf ophangt aan een eikentak, ‘dik genoeg om zijn lichaam te torsen’. We kunnen ons een slechter begin voorstellen.

De muziektheaterproductie Piet Paaltjens gaat over het leven van François HaverSchmidt, de predikant en schrijver van Snikken en grimlachjes. Een man met twee gezichten: dichter van ironische, bittere versjes en dominee met een somber gemoed. Op 58-jarige leeftijd maakte hij een einde aan zijn leven.

Naar een idee van Theo Nijland produceerde Hummelinck Stuurman een muzikale thriller over het leven van HaverSchmidt. Naast Nijland staan acteur Porgy Franssen, kleinkunstenaar Daniël Samkalden en bariton Maarten Koningsberger: op papier een interessante samenwerking.

De praktijk is weerbarstiger: Piet Paaltjens is niet gelukt. Oorspronkelijk zou Ton Vorstenbosch het stuk schrijven, maar uiteindelijk hebben de vier spelers en schrijver Marcel Otten de teksten aangeleverd.

Het is regisseur Han Römer niet gelukt er een coherent geheel van te maken en de voorstelling een ontwikkeling mee te geven. Een thriller is het niet, daarvoor ontbreekt iedere suspense. Het is een optelsom van losse ideetjes geworden.

Het uitgangspunt is interessant: Franssen speelt HaverSchmidt, Samkalden zijn alter ego Piet Paaltjens. Vanaf de eerste minuut is Samkalden de kwelgeest van Franssen, zo extreem het tegenovergestelde dat het lastig voor te stellen is dat de twee in een geest huizen. Daarnaast lijkt Samkalden soms zijn eigen voorstelling te spelen, los van de groep. Zo begint hij een monoloog over het verstrijken van tijd, een scène die doodvalt.

De beste stukjes zijn wanneer er echt wordt gespeeld. Dan komt Franssen als depressieve dominee goed uit de verf. Maar dat wordt vervolgens onderbroken met losse monologen.

De groep zingt versjes van Paaltjens, op muziek gezet door Nijland en begeleid op akoestische gitaar en orgel. Bijna klassiek, zalvend, passend bij de gedichtjes. Helaas laat de verstaanbaarheid te wensen over en passeren de gevatte versregels zonder dat ze echt aankomen.

Het grootste probleem is dat het karakter HaverSchmidt en daarmee de voorstelling geen echte dramatische ontwikkeling doormaakt: hij is vanaf de eerste minuut een depressieve man. Oké, hij mag vijf minuutjes opgewekt doen in zijn studententijd, maar is daarna weer somber. Hoewel Paaltjens’ versjes ook een vrolijke kant hebben, legt deze regie de nadruk op de zwaarte van zijn leven en mist de voorstelling een lichtvoetige tegenkleur.

Merijn Henfling

Meer over