Een onjuist bijschrift met grote gevolgen

Het jaaroverzicht van het Volkskrant magazine gaf met grote indrukwekkende foto’s onder meer een beeld van de korte oorlog tussen Israël en Palestijnen in Gazastad en van een dode Amerikaan in Afghanistan....

De foto van Gazastad toonde twee ontplofte fosforbommen boven de belegerde stad, maar dat werd in het bijschrift niet duidelijk. Daar stond het volgende: ‘Gazastad. Vanuit Libanon wordt op het noorden van Israël geschoten met raketten. De explosies die volgen, zetten de nachtelijke hemel tot in de wijde omtrek in lichterlaaie. De strijd tussen de Israëli’s en de Palestijnen, sinds 27 december 2008 weer hevig opgelaaid, gaat onverdroten door. Het Rode Kruis stelt dat de Israëlische troepen humanitaire hulp saboteren. De organisatie heeft grote moeite om met zijn ambulances de gewonden te bereiken, waardoor er nog meer slachtoffers vallen.’

Het bijschrift was onjuist. Te zien waren door Israël afgeschoten fosforbommen boven Gazastad. Dat is op verzoek van de correspondent in de regio direct gerectificeerd, maar dat heeft niet iedere lezer gezien.

De foto’s leidden tot een brief van een lezer die vindt dat de krant bewust een verkeerd beeld geeft van het conflict tussen Israël en de Palestijnen en van de oorlog in Afghanistan. Waarom geen beelden getoond van de vele burgerdoden, vroeg hij. Een citaat: ‘Gedurende de Gazabombardementen zijn in 12 dagen 1.400 Palestijnen gedood (onder wie 700 burgers en 450 kinderen), plus nog eens ruim 6.000 verminkten en gewonden. Aan Israëlische kant sneuvelden 13 soldaten. () Tot op de dag van vandaag sopt de Gaza-grond van het bloed. De VN sprak over een 'humanitaire ramp van ongekende omvang' en liet voor het eerst, na onderzoek, de term ‘oorlogsmisdaden’ vallen.’

De lezer verwijt de redactie dat ze wel oog heeft voor Israëlisch en Amerikaans leed, maar dat van Palestijnen en Afghanen verzwijgt.

De brievenredactie vroeg de fotoredactie van het magazine om een antwoord. Die liet weten dat de foto’s geen politieke keuze zijn, maar zijn gekozen om de gruwelen van de oorlog te laten zien. Het gaat om het beeld, niet meer en niet minder.

De ingezonden brief werd niet geplaatst omdat de redactie vond dat de suggestie van partijdigheid niet door feiten werd gesteund.

Daarmee nam de brievenschrijver geen genoegen. Hij schreef: ‘Kennelijk is het leidmotief van de fotografie uitsluitend 'sterk' als een Israëliet of een Amerikaan het slachtoffer is. En niet als het een Palestijn of Afghaan betreft.’

Zijn brief werd desondanks niet geplaatst, ook niet nadat hij de hoofdredacteur om een mening had gevraagd. Die schaarde zich achter de fotoredactie. Hij schreef: ‘Het niet publiceren van uw schrijven heeft niets te maken met een door u veronderstelde voorkeur voor een van de partijen in het Midden-Oostenconflict. Wij weten dat dit conflict van beide kanten grote emoties oproept, maar de krant in haar algemeenheid en de correspondent in de regio doen hun uiterste best om tot evenwichtige berichtgeving te komen. Naar onze bescheiden mening slagen wij daar goed in, hoe moeilijk het ook is in het huidige gepolariseerde klimaat om de voor- en tegenstanders van beide kampen in het conflict daarvan te overtuigen.’

Vervolgens vroeg de lezer mijn mening. De lezer heeft een punt, vind ik. Dat komt echter vooral doordat bij de foto van Gazastad een verkeerd bijschrift stond. Als daar was vermeld dat het (verboden) fosforbommen waren, afgeschoten door Israël, dan was niet het beeld ontstaan dat de redactie alleen kiest voor Amerikaans of, in dit geval, Israëlisch leed. Nu werd de suggestie gewekt dat Israël werd beschoten, terwijl het omgekeerde het geval was.

Met de fotokeuze op zichzelf is niets mis. In al zijn gruwelijkheid was de foto van de fosforbommen indrukwekkend. Mijn eerste gedachte was: je zult er wonen, arme Palestijnen. De foto van de Amerikaan staat volgens mij ook voor meer. Hij toont intens oorlogsleed. Een burgerdode zou het beeld niet hebben veranderd.

Naar mijn gevoel is juist door niet voor politiek correcte foto’s te kiezen, aangetoond dat het hier alleen ging om de kracht van het beeld. Je kunt twisten over de vraag of een jaaroverzicht ook een op een moet tonen wat er is gebeurd. De redactie van het magazine vond dat, anders dan ik, niet nodig.

De lezer heeft geen gelijk als hij de redactie partijdigheid verwijt. Ik heb afgelopen week de verslaggeving over de oorlog in Gaza en Libanon nog eens nagelezen. Er is steevast van twee kanten bericht. Maar helaas kan de krant het in dit conflict bij sommigen nooit goed doen.

Meer over