Een nacht uit de slaap gehouden door Napoleon

Schrijvers en publicisten over de vijf boeken van hun voorkeur. Deze week Machiel Bosman1. Piet de Rooy – Republiek van rivaliteiten..

1. Meesterwerk van historicus Piet de Rooy. In kort bestek schetst hij vanuit elke denkbare tegenstelling de Nederlandse geschiedenis van de laatste twee eeuwen. Waarbij hij voortdurend, door precisie en beheersing, het evenwicht weet te bewaren tussen kern en bijzaak.

De Rooy kiest zijn anekdotes trefzeker en maakt ze tot schakels in een vloeiend betoog. De mooiste vond ik misschien wel dat toen Aletta Jacobs in 1883 wilde stemmen de autoriteiten de wet moesten wijzigen om haar dat recht te ontzeggen. Want dat vrouwen dat niet mochten was zo evident dat dat nergens formeel was vastgelegd.

2. Komende maand verschijnen bij Van Oorschot de eerste twee delen van het Verzameld Werk van Karel van het Reve. En juist bij Van het Reve is er veel voor om alles maar bij elkaar te voegen, want zijn boeken zijn toch vooral meer van hetzelfde – wat overigens als een aanbeveling geldt. Als ik er niettemin één zou moeten kiezen, zou het denk ik Uren met Henk Broekhuis worden. Waarin Van het Reve opgewekt de vloer aanveegt met allerhande gemeenplaatsen: dat we in een haastige tijd leven, of dat je niet mag zwemmen bij eb. Met steeds diezelfde opstandige vraag: hoezo dan?

3. Dit is het enige geschiedenisboek waar ik ooit een nacht voor heb doorgehaald. Wie met Presser naar Moskou trekt, rust niet voor hij terug is in Frankrijk. Zijn taalgebruik doet nu wat archaïsch aan, maar wát een verteller.

Het beeld van die monkelende broers en zussen van Napoleon die nooit eens tevreden zijn met welk koninkrijk ze ook toegeschoven krijgen, is onvergetelijk. Of die laatste aantekening van de jonge luitenant Napoleon in zijn notitieboekje: ‘St. Helena, eilandje in de Atlantische Oceaan’.

4. Voltaire is zo’n schrijver bij wie de lust hem te lezen je tijdens een studie geschiedenis vergaat. In elk handboek staat weer een alinea waarin zijn ironie en spotzucht zodanig worden aangeprezen dat je al gauw denkt: het zal wel.

Tot ik Candide in handen kreeg; toen was ik op slag verkocht. De ironie! De spot! Zijn vertellingen komen meestal op het volgende neer: hoofdpersoon reist naar exotisch land en merkt dat de mores thuis misschien niet deugen, maar elders ook niet. Meer kan ik er niet van maken, Voltaire wel. Scherpzinnig, oergeestig en altijd actueel.

5. ‘Gun ons een Voltaire’, riep Ayaan Hirsi Ali na de aanslagen van 11 september – en met ‘ons’ bedoelde ze de moslimwereld. Sommigen menen dat zijzelf vervolgens in die leemte is getreden, maar ik hou het liever op een andere kandidaat.

Niet de verbeten Somalische Nederlandse Hirsi Ali, maar de speelse Iraanse Française Marjane Satrapi. In haar magistrale getekende levensverhaal Persepolis, over haar jeugd in Iran tijdens en na de revolutie, brengt ze met humor, empathie en relativering kleur in een gesloten dictatuur.

Ze legt haar sluier af en laat zien wat we eigenlijk wel wisten: dat daaronder wezens schuilgaan wie niets menselijks vreemd is.

Meer over