Een moedig man met straffe opinies

'IK HEB VOOR een nieuwe stijl van politiek bedrijven in Nederland gezorgd. Voor meer openheid. Voor meer directheid.' Dit zegt ex-VVD-leider Frits Bolkestein aan het eind van zijn donderdag verschenen 'biografie' tegen zijn portrettisten, de Vrij Nederland-journalisten Max van Weezel en Leonard Ornstein....

Het boek getuigt inderdaad van Bolkesteins buitenissigheid als Nederlandse politicus. De vraag is of die unieke stijl overleeft. Er is nog geen nieuwe Bolkestein in zicht. En Gerry van der List, die andere rechts-liberale ideoloog, zegt in het boek dat ook Bolkesteins gedachtegoed geen gemeengoed is geworden.

'Als Bolkestein onder de tram komt, verdwijnt zijn ideologische invloed als sneeuw voor de zon.' De auteurs zijn kennelijk aan deze vroege levensschets begonnen uit fascinatie voor het fenomeen Bolkestein; voor de stroeve en vaak tactloze man die uit het niets kwam, de bezem door de VVD haalde, paars vestigde en in de jaren negentig grotendeels de politieke discussie bepaalde.

Maar hun boek blijkt minder fascinerend. Bij nadere kennismaking is het fenomeen vermoedelijk toch wat tegen gevallen. Een resolute man met straffe opinies, moed, schrijftalent en (aangeleerde) vaardigheid met de media. Een geslaagd, maar beperkt politicus. Het lijkt wel of de auteurs niet goed raad met hem weten en dat valt ze niet kwalijk te nemen.

Het berokkent doet wel schade aan hun (gesubsidieerde) project. Bolkesteins politiek handelen en de hoogtepunten van zijn carrière worden grondig en vaak interessant beschreven. Maar zijn eindeloze polemieken kunnen na enige jaren toch minder boeien, mede doordat het verrassingseffect inmiddels is weggevallen. Een te groot deel van deze levensbeschrijving geurt naar de knipselmap.

Bolkesteins uitspraken of artikelen worden efficiënt samengevat, evenals de - boze - reacties van velen. De auteurs hadden beter radicaal kunnen kiezen voor een boek over de handelende politicus. De gedachten en intellectuele provocaties van de VVD-leider zijn elders uitvoerig geboekstaafd, vooral door hemzelf.

Van Weezel en Ornstein hebben niet zozeer een zelfstandig verhaal gemaakt. Ze leunen zwaar op talloze interviews. Velen zeggen veel onvriendelijks over Bolkestein, waarna deze zich verdedigt; soms een aardig procédé, maar ook nogal omslachtig. Het boek blijft afstandelijk en ietwat gemelijk. Het bevat nogal wat aanstellerig Engels: 'Paranoia struck deep' (tweemaal). Bolkestein heet zelfs nog in de jaren negentig 'the new kid in town'.

De warme belangstelling die de ware biograaf hoort te hebben, ontbreekt, evenals een zorgvuldige evaluatie van Bolkesteins Haagse jaren. Van deze auteurs had een ambitieuzer en indringender boek verwacht mogen worden en dan deze - toch nog redelijke - middelmaat.

Wél grappig is beschreven hoe de volstrekt onbekende Bolkestein in 1976 langs alle VVD-dames van de afdelingen ging om zich aan te bevelen. Met succes, behalve in Drenthe, waar de schoonmoeder van Hans Wiegel het heft in handen had. Een groot welkom kreeg de stroeve nieuweling bepaald niet bij de partijtop. Bolkestein: 'Een politieke partij is een organisme dat indringers afstoot. Als een koraalrif.'

Door zijn uitzonderlijke campagne en met enig geluk kwam de ex-Shell-onderhandelaar via een lage plaats op de VVD-kandidatenlijst begin 1978 in de Kamer. Daar bleek dat weer onderaan beginnen na een hoge functie niet meeviel. Bolkestein wist bijna niets van de Nederlandse politiek en zijn rivalen waren betere receptietijgers.

Ook als staatssecretaris voor Buitenlandse Handel (1982) imponeerde hij niet, en later evenmin als kortstondig minister van Defensie. Bolkestein bleek duidelijk meer denker en schrijver dan bestuurder. Mede daarom is hij tussen in 1994 en 1998 niet in het kabinet gaan zitten.

Een hoogtepunt van zijn carrière - ook van het boek - vormt de verbale afstraffing van VVD-leider Nijpels in het voorjaar van 1986, nadat die negen zetels had verspeeld en de partij grondig had verziekt. Bolkestein boorde hem in de fractie in veertig minuten de grond in, hoewel menigeen hem had gesmeekt dat niet te doen. Zijn moed werd niet (onmiddellijk) beloond. Hij schopte het bij de formatie niet verder dan vice-fractieleider.

Boeiend is ook de beschrijving van de kabinetscrisis van 1989. Bolkestein, inmiddels minister in plaats van de weggestuurde Van Eekelen, 'stond erbij en keek ernaar'. Achteraf vindt hij dat hij toch had moeten ingrijpen, al was dat vooral de taak van vice-premier De Korte.

Politiek leider Voorhoeve liet zich door zijn fractie forceren tot een crisis, hoewel hij al een compromis in de zak had. Bolkestein: 'Een fractievoorzitter mag zoiets alleen laten gebeuren als hij er voor de volle honderd procent achterstaat.' Het CDA was blij met de crisis, waarvan de schuld zo duidelijk bij de ander kon worden gelegd. De VVD verloor vijf zetels en daarna bleek Voorhoeve een te softe oppositieleider.

In 1990 werd Bolkestein unaniem aangewezen als opvolger en hij slaagde, ondanks een moeizame start. Hij bracht de VVD weer bij elkaar en boekte in 1994 een mooie winst. Vanaf dat moment was hij een onaantastbare leider. De VN-journalisten maken duidelijk dat zijn vele daden en uitspraken daarna meer bevreemding dan enthousiasme in de VVD-top opriepen. Vooral het negatieve Europa-beleid overtuigde de partij niet, maar deze slikte zo'n beetje alles van Frits.

De periode 1994-1998 krijgt onevenredig veel ruimte in het boek, dat hier ook het meest opsommerig is. De auteurs nemen nergens stelling, ook waar Bolkestein duidelijk doorsloeg, zoals met zijn te neerbuigende verhalen over de moslimcultuur, zijn eng westerse vooroordelen en zijn grove generalisaties over het vroegere links dat massaal met de Russische communisten zou hebben geheuld.

Bij allerlei affaires wordt de woede van PvdA en D66 geregistreerd, alsmede het gunstige electorale effect voor de VVD. Maar Bolkestein heeft ook goede en nieuwe discussies op de rails gezet en veel hypocrisie in de Nederlandse politiek weggevaagd. Hij was vaak moedig en helder en doorbrak het sfeertje van verbale zoetsappigheid, zelfs met de media. Hij weigerde trossen parlementaire pers te woord te staan over zijn farmaceutische bijbaan, hoewel die daarvoor naar Cyprus waren gereisd. Een nog groter waagstuk was zijn uitval naar de geduchte Wouke van Scherrenburg (Den Haag Vandaag): 'U zeurt, mevrouw!'

Maar aan het eind van de vorige kabinetsperiode begonnen velen zich af te vragen waartoe alle provocaties en grote discussies eigenlijk hadden geleid. Het gewone handwerk van gedegen parlementaire controle en beleid beïnvloeden ontbrak grotendeels, althans bij Bolkestein zelf. Het was meer Bühne dan arena en het vulde hooguit opiniepagina's.

Vorig jaar behaalde Bolkestein meer zetels (38) dan Wiegel of Nijpels ooit was gelukt. Hij was toen definitief een groot VVD-leider, zij het al bij de uitgang. Er was afgesproken dat hij binnen een à twee jaar zou vertrekken uit de Haagse politiek en dat Hans Dijkstal hem zou opvolgen als fractie- en dus politiek leider.

In het boek wordt uit te doeken gedaan hoe dat proces werd versneld. Dijkstal pikte het niet om na een vice- premierschap minstens een jaar in de wachtkamer te zitten. Bolkestein - ook blijkens dit boek geen machtsmens - vond dat een redelijk bezwaar en trok zich meteen na de formatie als politiek leider terug. De politiek, toch al technocratischer geworden sinds Lubbers, werd meteen saaier (tot vorige week).

Aan het slot van het boek oreert de ex-leider over de fletsheid van PvdA en CDA met hun overleefde ideologieën. 'Alleen de VVD zit structureel goed.' De vraag rijst echter waarom de sociaal-democraten wél met lege handen staan na al hun successen en waarom dat voor de liberalen niet zou gelden.

De auteurs vragen zich onvriendelijk af of de VVD na Bolkestein in dezelfde ruzie-achtige verwarring zal vervallen als in de periode vóór hem. Inhoudelijk is de zaak minstens zo onduidelijk. Welke stokpaarden van Frits gaan op zolder en wie behoudt zijn nieuwe stijl voor Nederland? Dijkstal niet en Wiegel evenmin.

Meer over