Een metalen bloem voor Bilbao Frank Gehry bouwt het museum van de 21ste eeuw

Sinds de scheepswerven sloten en de zware industrie naar elders verhuisde, leek het leven uit Bilbao geweken. Een prestigieuze opdracht aan de Amerikaanse architect Frank Gehry moest de Baskische havenstad weer nieuw elan geven....

EEN OVERSLAGPLAATS van containers, volgestouwd met blokkendozen in alle kleuren, die door een enorme kraan van de treinstellen naar de vrachtauto's worden gedragen. De trein lijkt te voorschijn te komen uit de kelders van het nieuwe gebouw, maar bij nader inzien ontdek je dat hij er simpelweg aan de onderkant doorheen rijdt.

Aan de andere kant van het gebouw de Puente de la Salve, de brug die een van de drukste toegangswegen tot het centrum van Bilbao vormt. Vanaf de brug krijgt de automobilist de indruk dat hij dwars door het gebouw heen rijdt. Van beneden, op de rivieroever, is het of het stalen gevaarte van de brug zich er nietsontziend inboort.

Het is niet de eenvoudigste plaats voor het uithalen van een architectonisch hoogstandje. De oever van de Nervión is het kadaver van een industrieel tijdperk, de hele omgeving ademt een geur van verval. Deze bocht in de rivier bepaalde vijfhonderd jaar lang het industriële en commerciële ritme van Bilbao, maar die tijd is definitief voorbij. De scheepswerven en de zware industrie zijn hier verdwenen. Wat restte, was een niet te negeren gapende wond in het hart van de stad.

Maar Frank Gehry heeft het onmogelijke bewerkstelligd. Het nieuwe Museum Guggenheim van de Amerikaanse architect heeft de troosteloze, uitgewoonde rivieroever gereanimeerd en weer geïntegreerd in het historische centrum van Bilbao. Het museum wekt nadrukkelijk associaties met een gigantisch schip dat onder de brug is vastgelopen. De Puente de la Salve moest al in de eerste opzet van Gehry een integraal onderdeel van het gebouw worden. Hij maakte die illusie werkelijk door zijn creatie aan de andere kant van de brug nog even door te laten lopen.

Het museum is bekleed met titanium, een blinkend metaal dat de band met het verleden van dit gebied vasthoudt. De weelderige gekromde vormen met hun vele niveaus hebben het bouwwerk al de bijnaam Flor de Metal (Bloem van Metaal) gegeven.

'Het belangrijkste gebouw van onze tijd', oordeelde Gehry's collega Philip Johnson nog voor de voltooiing. 'Het museum van de 21ste eeuw', luidde de taakstelling van de opdrachtgever, de Baskische regering. Of hij zijn plaats in de komende eeuw al heeft veiliggesteld, betwijfelt Gehry, maar hij is tevreden met het resultaat. Het Museum Guggenheim, als bindende factor tussen de rivier beneden, de binnenstad aan de ene kant en de hoge bergen aan de andere, tilt Bilbao in een klap boven zichzelf uit. De grauwe industriestad begint aan haar tweede jeugd.

Guggenheim in Bilbao, het is even wennen. Ten slotte is Guggenheim een synoniem voor de grootste particuliere kunstcollectie ter wereld, met een onovertroffen thuisbasis in New York en een min of meer zelfstandige dependance in Venetië. En Bilbao staat nu niet direct boven aan de lijst van de toeristen die Spanje aandoen. Als die zich al naar Baskenland begeven, dan natuurlijk naar San Sebastian, de oude adelijke dame in de Bocht van Biscaje.

Het idee om de twee uitersten te verbinden, is afkomstig van de regering van Baskenland, de rumoerige deelstaat in het noorden van Spanje, die alleen het nieuws haalt als de terroristen van de ETA weer eens toeslaan. De Basken richtten zich in 1991 tot Thomas Krenz, de directeur van de Solomon R. Guggenheim Foundation, met het voorstel diens stichting te laten deelnemen in de 'revitalisatie' van Bilbao. Het voorstel was simpel: de Basken betalen de bouw van een nieuw museum (hetgeen is uitgelopen op 200 miljoen gulden), Guggenheim levert de kunst en gaat het museum runnen.

Het museum was onderdeel van een omvangrijk programma om Bilbao nieuw leven in te blazen, dat gestalte kreeg aan het eind van de jaren tachtig. Bilbao is een stevig bolwerk van de Baskische Nationalistische Partij (PNV), sinds de terugkeer van de democratie in Spanje de grootste regeringspartij in Baskenland. De thuishaven van de partij verdiende het eindelijk eens te worden vertroeteld.

De oude industriestad (met een miljoen inwoners de vierde van Spanje) had de harde klappen van de moderne economie te verwerken gekregen. Eerst ging de scheepsbouw ten onder, vervolgens de staalindustrie. De hoogovens werden vorig jaar definitief gesloten.

De bedoeling was niet alleen de economische basis van de stad te versterken door te gaan bouwen op de plaatsen waar tradioneel de scheepswerven en de zware industrie gromden, aan de lage oevers van de Nervión. Een museum van hedendaagse kunst moest de kern van de vernieuwing worden, het uithangbord van Bilbao anno 2000, en speerpunt in een omvangrijk programma, samen te vatten als de Renaissance van Bilbao.

Er is een miljard gulden gestoken in het uitbreiden van de capaciteit van de haven van Bilbao, de grootste van Spanje. Het vliegveld wordt drastisch verbouwd, met een nieuwe terminal van de hand van Santiago Calatrava, die half Europa heeft volgebouwd met bruggen. De Spaanse architect heeft ook toegeslagen in Bilbao, waar zijn voetgangersbrug Uribitarte over de rivier, op een steenworp van het Guggenheim, zojuist geopend is.

Aan de andere kant van het Guggenheim, stroomafwaarts, werkt men aan de bouw van een prestigieuze congreshal. Het hele gebied rond het museum, nu nog gedomineerd door kaalslag, zal een groot complex van parken, woningen, kantoren en winkels worden. En Bilbao beschikt sinds twee jaar over een metro om U tegen te zeggen, een project van de hand van Sir Norman Foster. De doorzichtige kromme pijpen à la Pompidou, bijgenaamd Fosteritos, zijn geen ordinaire toegangen tot de ondergrondse, maar doen een poging de bevolking te verleiden en naar binnen te lokken.

Maar het paradepaard van de stadsvernieuwing, het logo van het moderne Bilbao, moest het museum Guggenheim worden. De Baskische autoriteiten schreven een internationaal concours uit. Het door Frank Gehry razendsnel uitgewerkte model kwam zonder veel discussie als winnaar uit de bus. In 1993 gingen de arbeiders aan de slag en precies vier jaar en 200 miljoen gulden verder heeft Bilbao zijn embleem dat alle verwachtingen heeft overtroffen.

Gehry was onmiddellijk gegrepen door wat hij noemt 'de rauwe esthetische aantrekkingskracht van Bilbao'. Over de plaats waar zijn jongste creatie diende te verrijzen hoefde hij niet lang na te denken: 'Kunstmusea zijn intersectiepunten in alle grote steden van de wereld. De plek van dit project, precies in een bocht van de Nervión, geeft ons de gelegenheid zo'n kruispunt voor Bilbao te creëeren.'

De geest van Gehry is over de hele wereld uitgestrooid. Zijn grootste project dat nog op realisering wacht, is de Walt Disney Concert Hall in Los Angeles. Tot zijn laatste werken behoren het American Centre in Parijs en het nieuwe onderkomen van Nationale Nederlanden in Praag, een gebouw dat in de volksmond bekend staat als 'Ginger en Fred'. Iets ouder is het Fishdance Restaurant in het Japanse Kobe, een holle vis met kop en staart omhoog. Om de ronde vormen van dat bouwwerk technisch uitvoerbaar te maken riep de architect voor het eerst de hulp in van Catia. Zonder haar assistentie was het Guggenheim van Bilbao een fraai plan gebleven.

Want Frank Gehry mag de ontwerper van het museum zijn, Catia was zijn onmisbare rechterhand. Catia is een geavanceerd computerprogramma voor het vervaardigen van driedimensionale modellen, speciaal ontwikkeld voor het maken van kaarten van ronde oppervlakken voor de ruimtevaartindustrie. Het programma werd onder meer gebruikt door het Franse Dassault bij het ontwerpen van de Mirage straaljager.

Catia maakt het mogelijk sculptuurvormen te exploreren zonder de controle te verliezen over de relatie tussen de geometrie van de vorm en de mogelijkheid deze te bouwen, wat niet te doen is op basis van de tweedimensionale tekeningen van de traditionele architectuur. Catia gaf Gehry volledige vrijheid bij het ontwerpen, want het computerprogamma vertaalde zijn ideeën in een bouwsysteem.

Catia werd vervolgens gebruikt voor het besturen van een freesmachine die compleet model op schaal maakte. De computer berekende een schaalvergroting en leverde een precies bouwplan af.

0D EZE NIEUWE technologie stelt mij in staat dichter bij de uitvoering te komen', zei Gehry in een interview met het blad Architecture. 'In het verleden waren er veel lagen tussen mijn eerste schets en het uiteindelijke gebouw, waardoor de geest van het ontwerp het gevaar liep te verdwalen voor het tot bouwen kwam. Het is alsof ik een vreemde taal sprak en de uitvoerder mij plotseling verstaat. In dit geval is de computer niet een ontmenselijkende factor geweest, maar een tolk.'

Het museum bestaat uit onderling verbonden componenten, die verenigd worden door een bijzondere bedekking, een geheel van krommingen en bochten van glanzend titanium, dat de illusie van een Flor de Metal wekt. Rond het gebouw ligt, om de relatie met de rivier te benadrukken, een watertuin, die gevuld lijkt met ongezuiverd water dat stinkt als de rivier zelve.

Het meest opvallende kenmerk van het gebouw, afgezien van de weelderige vorm, is de zilverkleur van de buitenkant. Vrijwel het hele buitenoppervlak liet Gehry bekleden met titanium, een metaal dat vooral gebruikt wordt in de wapenindustrie. Het metaal komt uit een Australische mijn, is gesmolten in Frankrijk, in flinterdunne plakjes van eenderde milimeter gesneden in Pittsburgh en klaargemaakt voor gebruik in Groot-Brittannië en Italië.

Gehry had aanvankelijk overwogen lood of koper te gebruiken. 'Maar lood geeft te veel milieuproblemen, zoals we allemaal weten, en koper blijkt in de praktijk te donker uit te vallen. Met roestvrij staal gebeurt het tegenovergestelde, dat schittert te veel. Uiteindelijk heb ik gekozen voor titanium, dat glanzend is op donkere dagen en niet begint te schitteren wanneer de zon schijnt. Om het niet te duur te maken moest het titanium in heel dunne plakjes worden gesneden. Ik had graag het deel met de kantoren ook bekleed met het metaal, maar daar was geen geld voor.'

Het museum beschikt over tienduizend vierkante meter tentoonstellingsruimte, verspreid over drie verdiepingen, met als natuurlijk centrum een atrium van glas en staal dat aan een kathedraal doet denken. De grootste ruimte is een enorme galerie in de vorm van een boot van 130 bij 30 meter, zonder één pilaar. Hier kunnen installaties geëxposeerd worden die te groot zijn voor een conventioneel museum.

De creatie van Frank Gehry kan concurreren met het Guggenheim in New York van de hand van Frank Lloyd Wright. Het wordt gezien als een van de belangrijkste gebouwen van de tweede helft van deze eeuw, op één lijn met de Opera van Sidney. Op museumgebied is een dergelijke krachttoer niet meer vertoond sinds de bouw van het Centre Pompidou in Parijs.

Het Guggenheim van Gehry heeft meer van een sculptuur dan een gebouw. Het is zo dominant dat het de hele omgeving wegdrukt. De Baskische grootmeester Chillida heeft ervan afgezien een beeldhouwwerk te maken dat voor de deur geplaatst zou worden: hij kan niet wedijveren met het gebouw, zijn beeld zou totaal verdrinken. Alleen Jeff Koons durfde de uitdaging aan met zijn Puppy: een reusachtig hondenjong vervaardigd van viooltjes en afrikaantjes, die de komende weken geleidelijk in bloei komen te staan.

De vraag is of het gebouw van Gehry niet de aandacht zal afleiden van de kunst die het herbergt. Het is zo indrukwekkend dat het in feite weinig uitmaakt wat er binnen hangt. Is het niet teveel van het goede? Nee, benadrukte Gehry bij de presentatie in Bilbao:

'Het gebouw is een visie. Voor ik begon heb ik mij afgevraagd: moet het neutraal zijn, totaal gericht op de kunst die er komt te hangen? Maar de kunstwereld, althans voor zover ik die ken, heeft altijd gezegd: we willen een belangrijk gebouw. Als het niet kan wedijveren met de andere belangrijke gebouwen in een stad, dan zegt het dat de kunst binnen ook niet belangrijk is.'

Meer over