Een meningsverschil op weg naar een deadline

Veertien jaar schitterde Harold Evans, telg uit een arbeidersgezin in Darlington, als hoofdredacteur van kwaliteitsblad de Sunday Times...

Harold Evans (81) werd in 2001 door de Britse journalisten uitgeroepen tot hun grootste hoofdredacteur aller tijden. Negen jaar later heeft hij zijn autobiografie gepubliceerd, en alleen al om de vele kernachtige journalistieke wijsheden is dit boek aanbevolen lectuur voor elke geoefende krantenlezer – en haast verplichte leerstof voor elke collega-journalist. Hoofdredacteuren kunnen bescheidenheid leren van het adagium dat zij slechts ‘tijdelijke hoeders van een traditie zijn’. Tegelijkertijd kunnen ze daadkracht ontlenen aan het principe: ‘Een krant is een meningsverschil op weg naar een deadline. Als er geen meningsverschil is, stelt de krant niet veel voor. Maar de hoofdredacteur beslist uiteindelijk.’

Elke nieuwsverslaggever zou het dogma van Basil ‘Stuffy’ Walters, legendarisch hoofdredacteur van de Chicago Daily News, permanent in zijn achterhoofd moeten houden: ‘Tell it. Don’t write it. Tell it. Period.’ Harold Evans leerde die stelregel in 1956, toen hij als aankomend journalistiek talent uit Noord-Engeland een lange studiereis door Amerika mocht maken. Terugkerend naar zijn geboorteland besloot hij te proberen de beste elementen uit de Amerikaanse en de Britse journalistiek te combineren: de redactionele onafhankelijkheid en de onbevreesde onderzoeksjournalistiek van de kranten uit de VS (plus hun luxe katernen over boeken, wetenschap en economie) en de pakkende presentatie en de kundige eindredactie van hun Engelse tegenhangers.

Vijf jaar later, in juni 1961, werd Harold Evans voor het eerst hoofdredacteur, van de Northern Echo, het plaatselijke dagblad uit Darlington, halverwege Leeds en Newcastle. Daarmee had hij op zijn 32ste in feite de grootste sprong uit zijn loopbaan gemaakt. In de bevroren Britse standenmaatschappij van midden vorige eeuw was het geen geringe prestatie: de jongen uit de respectable working class van het noorden die doordrong tot de professionele elite.

Vanuit Darlington ging zijn opmars soepel verder. In januari 1966 trad Evans in dienst bij de Sunday Times en twaalf maanden later werd hij daar hoofdredacteur. De veertien jaar die volgden, vormden in dubbel opzicht een hoogtepunt, zowel in de carrière van Harold Evans als in de geschiedenis van de internationale kwaliteitsjournalistiek. Dat was in aanzienlijke mate te danken aan de voorbeeldige opstelling van de eigenaar, de Canadees Roy Thomson, die half schertsend placht op te merken dat ‘part of the social mission of every great newspaper is to provide a home for a large number of salaried eccentrics’. Gezien het fraaie rendement van de Sunday Times hoefde Thomson zich aanvankelijk ook weinig zorgen te maken – en anders kon hij altijd nog deterugvallen op zijn Schotse commerciële tv-station, dat hij ooit terecht omschreef als ‘a licence to print money’.

De Sunday Times van Harold Evans maakte furore met zijn hoogwaardige mix van hard nieuws en intelligente verstrooiing. Voor vakgenoten waar ook ter wereld gold het Britse zondagsblad in de jaren zeventig als het ideaal van de kwaliteitsjournalistiek. Het Insight-team bedreef niet alleen spectaculaire en vasthoudende onderzoeksjournalistiek, maar wist zijn bevindingen ook in een spannende vorm te gieten. Inderdaad: ‘Don’t write it. Tell it.’

Evans verhaalt met gerechtvaardigde trots over zijn succesvolle stuntwerk, zoals de onthullingen omtrent Kim Philby (de voormalige chef van de sectie Rusland van de Britse geheime dienst, die in werkelijkheid al decennia een agent van de Sovjet-Unie was), en de jarenlange kruistocht die nodig was om de Britse softenon-slachtoffers een fatsoenlijke schadevergoeding te bezorgen.

Tussen de bedrijven door formuleert Evans een serie essentiële grondregels voor de journalistieke campagne: ‘Begin nooit met publiceren voor je de zaak terdege hebt onderzocht, vervolgens hebt geconcludeerd dat er sprake is van een reële misstand, en ten slotte een haalbare, praktische remedie hebt gedefinieerd. Bied nadat je bent begonnen altijd ruimte aan afwijkende meningen en feitelijke correcties. En geef niet na een paar dagen op.’

Wat het laatste betreft, haalt hij met instemming de negentiende-eeuwse Amerikaanse hoofdredacteur Horace Greeley aan: ‘Het moment waarop een krant moe begint te worden van een campagne, is precies het moment waarop lezers het beginnen op te merken.’ Daar knoopt Evans wel meteen de nuchtere vraag aan vast: ‘But how to keep up the momentum and not bore everyone to tears?’ En zo keert hij terug naar de zegeningen van de journalistieke supertalenten die hij op de redactie van de Sunday Times had verzameld.

In 1981 kwam een eind aan de idylle. Thomson verkocht zijn beide kwaliteitskranten, The Times en de Sunday Times, aan de gevreesde Australische media-tycoon Rupert Murdoch. Harold Evans liet zich door de nieuwe eigenaar overhalen om de beste zondagskrant ter wereld te verruilen voor het meest prestigieuze dagblad. ‘My ambition got the better of my judgement’, schrijft hij er achteraf over, en zo was het ook. Murdoch begon al spoedig aan zijn stoelpoten te zagen en na dertien maanden, op 15 maart 1982, zag de 53-jarige hoofdredacteur van The Times zich genoodzaakt ontslag te nemen.

Evans is dan op pagina 441 van zijn boek, hij heeft nog bijna dertig jaar levensbeschrijving te gaan, maar balt die samen in nauwelijks meer dan dertig bladzijden. Bij oppervlakkige lezing ziet het er glorieus genoeg uit: samen met zijn nieuwe echtgenote Tina Brown, 25 jaar jonger dan hij, begint Harold Evans lucratieve avonturen in Amerika. Hij is een tijd lang president-directeur van uitgeverij Random House, belandt vervolgens in een enigszins onduidelijke functie bij het weekblad U.S. News & World Report, en probeert zelfs zijn hoofdredacteurschap van het glossy reisblad Condé Nast Traveler als een triomf te presenteren.

Van Noord-Engelse arbeiderszoon tot gefortuneerde Mid-Atlantic Man: er is geen enkele reden om het Harold Evans te misgunnen, maar toch had je hem een waardiger vervolg van zijn journalistieke loopbaan toegewenst. Zelf laat hij dat ook wel doorklinken, in de ondertitel van zijn boek, True Stories Of Vanished Times, en in zijn beknopte bespiegeling over de toekomst van de kwaliteitsmedia aan het slot: ‘De vraag is niet of de internet-journalistiek dominant zal worden, maar of zij de kwaliteit van de beste gedrukte journalistiek zal handhaven.’

My Paper Chase is een meeslepend levensverhaal, maar het blijft doortrokken van heimwee naar de geur van het loodzetsel, uit de tijd dat de krant nog koning was.

Meer over