Een luie sprookjesverteller

Geen kwaad woord over de verbeeldingskracht van de Teletubbies. Aangemoedigd door hun overspannen opvoeders (m/v) kunnen kinderen dankzij de moderne elektronica ieder gewenst moment van de vrolijke schepsels genieten....

Toch opper ik voorzichtig dat een kind beter af is met het voorlezen van een van de sprookjes van de Deense schrijver Hans Christiaan Andersen. Elke regel in de boeken getuigt van de liefde voor zijn helden. Het zijn juweeltjes van verhalen met een moraal die nooit aan actualiteit inboet. De beduimelde pockets met Andersens werk staan op een speciale plek in mijn boekenkast als trotse bewakers van de kindertijd.

Componisten zijn altijd dol geweest op sprookjes, legenden of sagen als inspiratiebron voor hun werk. Het meest aansprekende voorbeeld is De tovenaarsleerling van Paul Dukas. Ik ken geen muziekstuk dat zo tot in de details een verhaal (van Goethe) vertelt. Du-kas beschrijft de spannende avonturen van de bezemknecht met alle rijkdom aan klanken die het orkest ter beschikking heeft. De compositie is om die reden bij uitstek geschikt om de jeugd kennis te laten maken met de wereld van het symfonieorkest.

Minder bekend maar minstens van hetzelfde niveau is het werk van de Russische componist Anatol Liadov (1855-1914), die zijn omgeving tot wanhoop bracht met zijn spreekwoordelijke luiheid. Zijn leraar compositie stuurde de talentvolle leerling in het tweede jaar van de opleiding naar huis omdat hij te vaak spijbelde, opdrachten werden niet of te laat ingeleverd, viool studeren kostte teveel moeite en pianospelen deed hij heel traag en zachtjes.

Liadov werd vooral beroemd door een stuk dat hij niet af kreeg: De vuurvogel. Vijf maanden voor de première van het ballet waarvoor hij de muziek zou schrijven liet Liadov weten dat er nog geen noten waren maar dat hij wel al de benodigde hoeveelheid muziekpapier had aangeschaft. Hij sloot niet uit dat hij de compositie op termijn zou voltooien. Op dat moment werden in Parijs de affiches voor het ballet al persklaar gemaakt. In wanhoop gaf impresario Diaghilev de opdracht aan een ander jong talent: Igor Strawinsky die er een muzikale revolutie mee ontketende.

Het complete werk van Liadov kan op één avond worden gespeeld. Dat gebeurt helaas zelden. Zijn muzikale sprookjes zijn van een magische schoonheid. De sprookjesfiguren zoeven door de concertzaal dat het een lieve lust is maar nergens gebruikt de componist voor dat effect muzikaal geweld. Liadov hield niet van werken én niet van lawaai. In zijn meest diepzinnige compositie Het betoverde meer laat hij horen hoe stilstaand water klinkt. Expressiever is het portret van Kikimora, de lelijke vrouw van het spook Domovoi, en van de heks Baba-Yaga. Liadov tekent zijn grillige hoofdpersonen in klank en ritmiek die hun bestemming verraden: het balletpodium. Daarin toont hij een grote verbeeldingskracht misschien wel zo groot als die van Hans Christiaan Andersen.

Paul Witteman

Meer over