Een leerschool van gokken en knokken

In de reeks Grote steden – Grote verhalen komen tien metropolen aan de orde, geschilderd door grote auteurs. Aflevering 5: het Amsterdam van Kees van Beijnum....

Daniëlle Serdijn

Het was 1985, tien jaar voor Dichter op de Zeedijk van Kees van Beijnum (1954) verscheen. In minder dan anderhalf decennium had de Amsterdamse Zeedijk zich ontwikkeld van een spannend gebied tot een no-go-area. Toeristen die er per ongeluk toch terechtkwamen, werden er steevast beroofd. Of erger. Hoe het zover had kunnen komen?

De burgers die er nog woonden, hadden allemaal hun verhaal. De Zeedijk was de oudste buurt van Amsterdam, lag ooit aan de Zuiderzee en had altijd in het teken van de scheepsvaart gestaan. Dat had de horeca ernaartoe gebracht. En later ook de hoeren, op de wallen. Lange tijd ging dat goed. Uiteenlopende middenstanders vestigden zich er, vooral Chinezen. Ook Nam Kee, beroemd geworden door die andere Van Beijnum-roman, De Oesters van Nam Kee (1999), begon er zijn zaakje.

Maar ergens begin jaren zeventig ging het mis. Met de alomtegenwoordigheid van drugshandelaren en alle bijbehorende ellende zette de verloedering in. Het autobiografische Dichter op de Zeedijk is de opmaat naar deze periode.

Van Beijnum beschrijft de belevenissen van een gevoelige jongen, Constant Wegman, die het grootste deel van zijn leven tot dan toe ‘onder het biljart had doorgebracht’. Het is een dichtertje in de dop. In het café van zijn oma, de Rode Laars, is hij getuige van ontmoetingen tussen allerhande duistere types. Zijn grootmoeder gokt, knokt en is niet bang om dronken bezoekers op te lichten. Het zijn schelmen, over wie het prettig lezen is. Tussen dit volk moet de intelligente Constant zien op te groeien, niet ideaal misschien, maar iedere leerschool is er een. Ook die van de Zeedijk.

In 1985 besloten de bewoners van de Zeedijkbuurt dat het genoeg was geweest. Zij drongen bij de gemeente aan op herstel. Private geldschieters werden erbij betrokken, en al snel was de Zeedijk weer boven Jan. De aura van gevaar hangt er nog altijd, maar het is een mooi, gecultiveerd gevaar. Voor de toeristen. Daniëlle Serdijn

Meer over