Een klein snippertje magie

Ze was 17 en werd op slag beroemd met een door haarzelf geschreven liedje. Zangeres Françoise Hardy kijkt erop terug in haar autobiografie: ‘Het succes was ikzelf.’Door Ariejan Korteweg..

Ariejan Korteweg

Precies na één uur praten gaat een elektrisch alarm. Dit is niet het teken dat het gesprek beëindigd is, haast ze zich te zeggen, alvorens naar elders te verdwijnen. Françoise Hardy heeft een wankele gezondheid, ze moet op vaste tijden medicijnen innemen. En omdat ze aan een nieuw album werkt, neemt ze geen risico. Als ze een paar minuten later terugkeert, pakt ze feilloos de draad weer op.

Eenzelfde soort ordelijkheid spreekt uit haar autobiografie. Nuchter en openhartig vertelt ze haar leven. Ze ontziet daarbij niemand. Niet haar moeder die haar afsloot van de wereld, niet haar oma die haar onzeker maakte, niet haar vader die zich niet om het gezin bekommerde, niet haar zus die zich afzonderde. Maar vooral voor zichzelf is ze streng.

Hardy kan oordelen, maar heeft ook een groot talent voor bewondering. Bob Dylan, Karlheinz Stockhausen, Michèl Houellebecq, Hélène Grimaud, Patrick Modiano, Nick Drake, Serge Gainsbourg, Mick Jagger – de kunstenaars die haar pad kruisten en met wie ze bevriend raakte, beschrijft ze in warme bewoordingen. Maar vooral vertelt ze over zichzelf, over haar explosieve huwelijk met dat andere Franse idool, zanger en filmster Jacques Dutronc. Hun zoon, Thomas Dutronc, bracht twee jaar geleden zijn eerste album uit en is op weg zijn ouders in bekendheid te overvleugelen.

Ze ontvangt in haar appartement aan de brede avenue Foch in het westen van Parijs. De entree van het gebouw is indrukwekkend, aan het eind van brede hallen met rood tapijt en spiegelplafonds verschijnt een ranke gestalte. In haar huis heerst schemer. De verlichting is gedempt rood, een grote boeddha overziet het gesprek.

‘De uitgever had er jaren werk aan me te overtuigen iets over mijn leven vast te leggen. Ik ben introvert, breng veel tijd door tussen deze vier muren; ik lees, kijk films, luister naar muziek. Aan reizen heb ik een hekel. Ik ben niet iemand die van alles meemaakt en interessante types ontmoet.’

Nadat een poging om haar verhaal door een journalist te laten noteren mislukte (‘ik was gechoqueerd door wat ze me liet lezen’) besloot Hardy zelf te schrijven. ‘Of ik het eind zou halen wist ik niet. Daarom wilde ik geen contract, en geen voorschot.’

Het boek is rijk aan details, zoals over een producer die haar zes uur lang dezelfde strofe liet inzingen, of over de voetenlucht tijdens een opnamesessie bij Georges Moustaki thuis. Toch hield ze geen dagboek bij. ‘Zoiets als die zweetlucht, dat vergeet je je leven niet meer. Zeker ik niet, maniakaal op het gebied van lichaamsverzorging. We hebben met Moustaki ooit twee uur van een opnamesessie verloren omdat er steeds een rare kraak klonk. Dat bleken zijn vingers te zijn, die in zijn baard wroetten.’

Voor niet-Fransen blijft Françoise Hardy dat dromerige slanke meisje met de pony en de sluike haren, dat in 1962 met een ijl liedje de komst van een nieuwe generatie Fransen aankondigde. Zeventien was ze toen ze Tous les garçons et les filles schreef. Ze was op slag een stijlicoon.

‘Ik hou van het chanson als vorm van expressie. En ik kan een grote melodie herkennen. Geloof me, Tous les garçons is een klein liedje met een snippertje magie. Het succes school niet alleen in het chanson, ik was het zelf. Tot dan had niemand gezegd dat ik mooi was. Voor de camera bleek ik présence te hebben. Met eerlijkheid raak je mensen, het liedje vertelde hoe ik was. De eenzaamheid die er in doorklinkt sprak adolescenten aan.’

Zingen is voor mij niet natuurlijk, schrijft ze. Het klinkt vreemd voor een zangeres. Ze lacht. ‘Zowel qua stem als ritmisch ben ik beperkt. Snellere nummers zijn een beproeving. Ik haal slecht adem. Zie ik iemand die ik bewonder, dan houd ik er zelfs helemaal mee op. Ik heb veel beroemdheden ontmoet, maar dat gaat nooit gemakkelijk. Ik ben verlegen, het initiatief moet van de andere kant komen.’

Politieke of maatschappelijke ontwikkelingen klinken in haar boek amper door. ‘Daar weet ik niet meer van dan een ander. Ik ben bijvoorbeeld een groot voorstander van de maatregel dat geen Fransman meer dan vijftig procent belasting hoeft te betalen. Anders jaag je de kunstenaars het land uit. Maar zo heeft iedereen zijn opvattingen.’

Ze maakt een uitzondering voor mei ’68. Terwijl de Franse jeugd op de barricaden klom, hees Hardy zich in het duurste mini-jurkje aller tijden, ontworpen door Paco Rabanne. ‘Daniel Cohn-Bendit doet het voorkomen alsof toen de samenleving veranderd is. Het is omgekeerd: mei ’68 was mogelijk omdat de samenleving geëvolueerd was. Engeland veranderde zonder zo’n minirevolutietje.’

Ook haar chansons bevatten amper verwijzingen naar het alledaagse. ‘Een chanson heeft beperkingen: alles draait om emoties. Zeker, er zijn intellectuele chansons, maar ik hou er niet van. De tranen moeten me in de ogen springen. Denk aan Charles Trenet: Que reste-t-il de nos amours. . . twee regels en ik ben weg.’

Hardy had jarenlang een radioprogramma als astrologe en een horoscooprubriek in het tijdschrift Elle. ‘Ik wil mezelf en anderen begrijpen. De stand van de sterren en planeten bij je geboorte vormt een invloed. Maar ik verdiep me ook in psychologie. Waar kom je vandaan, hoe was je relatie met je ouders – dat is bepalend. Als meisje zat ik klem tussen twee vrouwen, waarvan de een me vertroetelde en de ander me verpletterde. Dat heeft me sterk beïnvloed.’

De schizofrenie van haar zus en de euthanasie van haar moeder zijn belangrijke onderwerpen in het boek. ‘Zoiets ontmoet je op je weg, zonder dat je bent voorbereid. Juist daarom heb ik erover geschreven. Mensen kunnen er hun voordeel mee doen.’

De laatste pagina’s wijdt Hardy aan de ‘apenwanhoop’: haar lievelingsboom in het park Bagatelle, aan de westrand van Parijs. De Franse titel van het boek – Le désespoir des singes – is aan die boom ontleend. ‘Ik wandel daar vaak en werd getroffen door die elegante verschijning, solitair en met weerbarstige bladeren en stekels. Hij ontmoedigt apen zoals ik soms mensen ontmoedig.’

Heeft de biografie haar zin gegeven meer te schrijven? ‘Daarvoor is mijn respect voor schrijvers te groot. Bij iemand als Patrick Modiano voel ik me klein. Ik kan hoogstens wat ik meemaak sublimeren, zoals ik soms in chansons doe. Maar fantasie heb ik niet.’ Lachend: ‘Alle ellende in mijn chansons heb ik moeten doorstaan.’

Meer over