Een jeugd in Cuba

DOOR ZICH op te werpen als een moedige en oprechte opa die het Cubaanse bootvluchtelingetje Elián González uit de klauwen van de 'fascistische maffia' in Miami redt, wekt Fidel Castro de indruk dat het geluk van kinderen voor hem altijd de hoogste prioriteit heeft gehad....

Hij nam de regie van Eliáns terugkeer ostentatief in eigen hand om zodoende iedereen te laten weten dat hij er altijd zeer veel waarde aan heeft gehecht dat kinderen in harmonie met hun ouders thuis opgroeien. Gezegend door de donder - Jeugdherinneringen aan de Cubaanse revolutie bewijst op cynische en overtuigende wijze het tegendeel.

Het werd geschreven door Flor Teresa Fernandez Barrios. Zij werd in 1955 in het Cubaanse gehucht Cabaigüán, een kilometer of vijfhonderd ten oosten van Havana, geboren.

Eind 1970 kregen haar ouders toestemming om per vliegtuig naar de Verenigde Staten te emigreren. In haar boek kijkt Flor vooral terug op de eerste veertien jaar van haar leven in Cuba. Dat ze na een universitaire studie als psychologe en schrijfster van essays en korte verhalen in Los Angeles carrière heeft gemaakt, is bijzaak in het boek.

Dr. Flor Fernandez heeft niet geprobeerd literair te schitteren. Zij houdt haar verhaal zo sober mogelijk. Daardoor is het geloofwaardiger en indringender dan wat andere gevluchte Cubanen over hun jeugd onder het juk van 'De Baard' en de perfide Stasi-methoden van zijn éénpartijdictatuur hebben verteld.

Flors jeugd was typisch Cubaans. Mooi weet ze te vertellen hoe de kersverse bureaucraten van Castro het land en de boerderij van haar vader komen confisqueren en hoe de bevolking reageert op de Varkensbaai-invasie en rakettencrisis. Haar vader wordt naar een werkkamp afgevoerd om dwangarbeid te verrichten, omdat hij een uitreisvisum heeft aangevraagd. Flor wordt net als alle andere kinderen op 10-jarige leeftijd bij haar vader en moeder weggehaald om ergens op het platteland in een smerige barak te worden gehuisvest. Ze moet er een revolutionaire hersenspoeling ondergaan; school wordt gecombineerd met het plukken van tabaksbladeren.

Een paar jaar later moet ze weer het ouderlijk huis verlaten om suikerriet te gaan kappen. Fidel heeft bedacht dat Cuba in 1970 tien miljoen ton suiker moet kunnen produceren. Er wordt een bijna militair plan ontwikkeld voor de zafra.

Iedereen moet meewerken, dus alle scholieren ook. Flors schooljuf, die zich ontpopt als een kampbewaker met fascistoïde trekjes, deelt het de kinderen zelf mee: 'Onze leider, el comandante Fidel Castro, heeft de viering van alle feestdagen - Kerst, Nieuwjaar, Pasen - verboden, totdat we de overwinning hebben behaald.' De tien ton suiker werd bij lange na niet gehaald.

De Nederlandse uitgave van Gezegend door de donder - toen Flor Fernandez Barrios werd geboren, raasde een wervelstorm over Cuba - wordt enigszins ontsierd door slordigheden. Spaanse woorden en namen worden af en toe fout gespeld en op de achterflap staat dat Fidel Castro in 1956 aan de macht kwam. Dat gebeurde pas in januari 1959.

Hoewel het boek zich hoofdzakelijk in de jaren zestig afspeelt, is het actueel gebleven. De Comités voor de Verdediging van de Revolutie rapporteren per huizenblok nog steeds elke vorm van afwijkend gedrag. Scholieren en studenten worden ook nu nog verplicht ver van huis op het land te werken en op te draven bij massabijeenkomsten om Castro toe te juichen.

Nog steeds willen veel Cubanen diep in hun hart het liefst weg om ergens anders in vrijheid een nieuw leven op te bouwen. Net als in Flor Fernandez' jeugd denkt Fidel Castro na ruim veertig jaar nog altijd de wijsheid in pacht te hebben. Door de tekorten, het economische wanbeleid, de Stasi-controle en het gebrek aan alle elementaire vrijheden zijn vele families uit elkaar gerukt. Meer dan 10 procent van alle Cubanen woont al in Florida, Canada of Europa.

Net als Flor Fernandez in 1970 en Elián González in 1999 blijven jaarlijks vele tienduizenden Cubanen legaal of illegaal hun heil in het buitenland zoeken. Gezegend door de donder verklaart waarom.

Meer over