Een huwelijk zonder seks

Ze hebben hun dertigjarig jubileum niet gevierd, maar het deed ze wel wat. Terwijl duo's aan het uitsterven zijn, blijft de band tussen Frits Barend en Henk van Dorp onverbrekelijk....

tekst Caspar Janssen en fotografie Niels van Iperen

Opwinden kunnen ze zich nog steeds, na al die jaren. Het is een dag na de eerste Champions League-ronde. psv speelde Bayern Munchen in de tweede helft zo'n beetje van de mat, maar verloor toch. Feyenoord behaalde in Rotterdam een laf gelijkspel tegen Borussia Dortmund. En Frits Barend (52) en Henk van Dorp (59) kunnen er met hun pet niet bij. 'Wat een schijterigheid', overstemt Van Dorp ruimschoots het lawaai van de espresso-machine in een Larense brasserie. 'Die trainers die met een zakcalculator in de hand hun ploeg aanpassen aan de tegenstander. Als PSV in de eerste helft was begonnen zoals het de tweede helft deed, dan hadden die Duitsers nu jankend achter de Grebbeberg gelegen. En Feyenoord. Dat staat op 1-1 in de Kuip, met nog tien minuten te spelen. En wat doet de coach? Die komt uit de dug-out en maant zijn spelers tot rust. Zoiets heb ik nog nooit gezien.'

Wat ze maar willen zeggen: het is jammer dat hun eigen programma nog niet is begonnen. Zij hadden wel raad geweten met dit thema. Frits Barend: 'Ik zou met zo'n coach wel een dialoogje willen voeren. Dat zou een leuk gesprek worden.'

Van Dorp: 'Niemand durft er wat over te vragen. Een heel klein vraagje aan Eric Gerets en die wordt meteen kwaad. Dan zegt ie: "Ja, achteraf, achteraf." Ja, natuurlijk achteraf. Je staat daar toch om achteraf te praten.'

'Kortom', concludeert Van Dorp, doorgaans de rustigste van het duo: 'De voetballerij en de journalistiek hebben elkaar gevonden in de schijterigheid.'

Hun opwinding strekt zich niet alleen uit tot de 'voetballerij'. Zeker voor Henk van Dorp lijkt de zomervakantie inmiddels wel lang genoeg te hebben geduurd. Hij ergert zich nogal aan 'de grijze wereld van de gelijkmatigheid' en aan het feit dat het innemen van een standpunt 'niet correct' wordt bevonden. 'Als wij nu hadden uitgezonden hadden we het zeker heel serieus over Joop van den Ende gehad. Eindelijk zegt die man iets over die godvergeten gelijkvormigheid en dan is de enige reactie: die Van den Ende heeft makkelijk praten, die heeft tien jaar lang pulp gemaakt. Ja, juist daarom is het hartstikke verrassend dat hij dat zegt. Maar op televisie is er niemand die er aandacht aan heeft besteed. Als je zo drie maanden niet op de buis bent en je kijkt eens om je heen wat er op televisie gebeurt, dan is dat toch heel erg. Dat lult maar door, zonder een relevante, prikkelende vraag. Hoe lang kun je dat straffeloos doen?'

Hij bedoelt maar: 'Nederland is volgens mij rijp voor af en toe een aardige vraag.'

Zo dacht de jury van de Gouden Beelden, de Nederlandse tv-vakprijzen, er een paar dagen later blijkbaar ook over. Het duo ontving afgelopen weekend zowel een prijs voor Villa BvD als voor de talkshow Barend & Van Dorp.

Ze zijn, als journalistiek duo, dertig jaar bij elkaar. In die dertig jaar zijn ze zo'n beetje van van alles beschuldigd; van hielenlikkerij (bij Gullit en Cruijff bijvoorbeeld), van belangenverstrengeling (bij Gullit), van inhaligheid (bij hun eigen transfers), van voetbalhumor en van onverdraaglijk moralisme (Frits Barend vooral). Ondertussen is hun succes - mede dankzij de aanwezigheid van Jan Mulder - groter dan ooit. Villa BvD trok tijdens het WK in Frankrijk dagelijks meer dan een miljoen kijkers en met hun reguliere uitzendingen op de late avond zijn ze de enige serieuze concurrent van Paul de Leeuw. De jongenstelevisie van Barend en Van Dorp was afgelopen seizoen meermalen spraakmakend. Gasten en gastheren zeiden er live domme, intelligente, humoristische en gevoelige dingen, niet alleen over sport, maar vooral ook over de oorlog in Kosovo. (Ed van Thijn: 'Was er destijds niet ingegrepen, dan waren mensen als ik er niet meer geweest.' Jan Mulder: 'Nou en?') 'In ons programma wordt tenminste nog iets beweerd', zeggen Barend en Van Dorp dan. Het duo staat nu aan de vooravond van een nieuw seizoen met 170 uitzendingen, inclusief een Neder landse ek-variant op Villa BvD, en het spijt ze eigenlijk dat ze nog niet zijn begonnen.

'Voer voor psychologen', zei Parool-hoofdredacteur Mat thijs van Nieuwkerk vorig jaar in Vara TV Magazine over hun tweemanschap. 'Bram en Freek lukte het niet. Henk en Har ry lukte het niet. Frits en Henk lukt het wel.' En: 'Denkend aan Frits en Henk zie ik twee mannetjes die een balletje proberen hoog te houden. De bal heeft in al die jaren de grond nooit geraakt.'

Ze spelen inderdaad wedstrijdje in hun programma's, beaamt Barend. 'We houden van risicovol, aanvallend voetbal. Zo willen we ook programma's maken. Met risico's. En dan verlies je ook weleens.'

Van Dorp: 'We genieten er eigenlijk wel van als mensen ons eronder schoppen. Dat komt best voor. Met Paul Rosen moller is het gebeurd. Met Cruijff komt het zelfs vaker voor.'

Barend: 'Cruijff mag graag met ons aan de haal gaan. Het leuke is: dan krijg je mooie televisie.'

Nee, ze hebben hun jubileum niet gevierd. Maar helemaal onberoerd heeft het ze niet gelaten. 'Het zegt wel iets over ons', probeert Van Dorp, voorzichtig. 'Duo's zijn aan het uitsterven. Wij zijn blijkbaar gek op elkaar. Toch?'

Barend: 'We hebben het weleens serieus omschreven als een huwelijk zonder seks. En als er geen sex in het geding is, dan is het jaloezie-gehalte ook een stuk minder. Want je bent toch vooral jaloers als jouw geliefde met een ander in bed ligt, niet als ze met een ander aan het praten is.'

Van Dorp: 'Het heeft te maken met elkaar iets gunnen. Onze ego's komen niet in het gedrang, zoals bij Bram en Freek en bij Spaan en Vermeegen is gebeurd. Ik gun hem alles. Als Frits iets doet, dan ben ik daar trots op. Andersom is dat ook zo. Maar getverdemme, als ik mezelf zo hoor dan denk ik: het lijkt Te Elfder Ure van de eo wel.'

Barend: 'Er zijn twee belangrijke momenten in ons leven geweest. Henk haalde mij ooit naar radio Veronica, voor het programma Sportief zijn en beter worden. Toen wij ontslag namen kon ik bij Vrij Nederland terecht. Ik heb toen gezegd: jullie moeten ons alletwee nemen. Daarna is het een ongeschreven wet geworden dat we bij elkaar bleven. Dat is gevoelsmatig gegroeid. Het functioneert omdat we ver schil lende karakters hebben, en een andere inbreng.'

Van Dorp: 'Als we niet allebei een inbreng zouden hebben, dan zou het misgaan. Dat is toch de oorzaak van menige breuk in duo-land. Je gaat je ergeren, je denkt: jezus christus, hou nou eens op met dat gezeik. Uiteindelijk krijg je een hekel aan elkaar en dan knapt het.'

Barend en Van Dorp maakten faam bij Vrij Nederland, waar ze vijftien jaar, van 1972 tot 1987, werkten. Hun interviews waren spraakmakend, vooral die met sporters, maar ze deden ook aan onthullingsjournalistiek; ze legden het zwart geld-circuit bij FC Utrecht bloot en verdiepten zich uitvoerig in schandalen bij de Westland Hypotheekbank en Slavenburg, en zochten uit 'hoe fout' de Oostenrijkse president Kurt Waldheim was na de oorlog. Maar het duo zal eerder de geschiedenis ingaan omdat ze de sportjournalistiek als eersten serieus namen, waarbij ze zich onderscheidden door hun kritische benadering en hun gebrek aan onderdanigheid. De rolverdeling tussen de twee werd in die jaren ook steeds duidelijker. Grofweg gezien was Barend de doener en Van Dorp de denker. Vooral de rol van Van Dorp werd niet altijd begrepen. Toen Ruud Gullit het duo later een keer aan het werk zag op de redactie van Nieuwe Revu - Barend driftig tikkend, Van Dorp al pijprokend ernaast - zei hij tegen Van Dorp: 'Je kunt niet autorijden, je kunt niet tikken, wat kun je eigenlijk wel?' Een onderschatting van de rol van Van Dorp, weten diegenen die de twee van dichtbij aan het werk zagen. 'Frits zonder Henk is een ongeleid projectiel', zei ex-adjunct-hoofdredacteur van Nieuwe Revu, Frans Lomans ooit. En: 'Frits is de motor, hij heeft te veel energie, Henk leidt dat projectiel de goede kant op.'

Zelf hebben de twee gemengde gevoelens bij dit soort typeringen. Van Dorp: 'Ik denk dat ik zelf ook ontzettend kan doordraven. Maar dat valt blijkbaar niet op.' Barend: 'En we proberen onszelf voortdurend te relativeren. Als Henk iets doms vraagt tijdens een uitzending, dan zeg ik ook vaak: Nou Henk, over die vraag heb je zeker lang nagedacht. Dan kijkt Henk me aan en denkt: ja, je hebt eigenlijk gelijk, wat is dat voor achterlijke vraag. Ikzelf kreeg tijdens het wk in Frankrijk op mijn donder van Jan Mulder toen ik Winston Bogarde veel te bangig interviewde. Nou, da's toch prima.'

'Maar goed, ik vind het wel lekker dat we nu alleen nog samen televisie doen. Want Henk zat er altijd wel naast, en hij haalde lekkere broodjes, maar als ik tot vier uur 's nachts een stuk zat te tikken was ik wel doodmoe.'

Het is Frits Barend al vaak ingewreven, de wijze waarop hij Ruud Gullit benaderde toen die voor het WK 1994 het Nederlandse trainingskamp verliet. Beide mannen stonden half snikkend tegenover elkaar en Barend gaf Gullit een zoen ter afscheid. Nederland keek met kromme tenen toe. 'Ik bied mijn innige excuses aan', zegt hij tegenwoordig standaard als hij met het voorval wordt geconfronteerd. 'Het is een grof schandaal.' Barend en Van Dorps bewondering voor Gullit is er overigens niet minder op geworden, ook niet nu hij als coach in Engeland van zijn voetstuk is gevallen. 'Ach', zegt Barend, je mag er hier niet over praten, maar in Engeland heeft het een ongelooflijke impact gehad dat hij de first black manager was die de cupfinal heeft gehaald.

'Je mag best tonen dat je vindt dat Gullit een hele grote voetballer was. En ik respecteer het ook dat je mensen als Gullit, Cruijff en Van Basten gewoon kunt bellen als je ze in het programma wilt. Ik weet namelijk hoe het in het buitenland gaat. Als je daar een grote ster wilt hebben moet je langs twintig managers en moet je 25 duizend gulden neerleggen. En dan komt de manager erbij zitten tijdens het interview. Als Gullit bij ons zit, dan hou ik er inderdaad in mijn achterhoofd rekening mee dat hij toch de Sinatra van het voetbal is. En dat je hem gewoon kunt bellen. Maar eenmaal aan tafel wordt hij geïnterviewd als iedereen.'

Of het, meer in het algemeen, op hun leeftijd niet storend wordt om over het paard getilde, 22-jarige voetbalmiljonairs nederig om een commentaartje te vragen? Barend: 'Het heeft soms iets vernederends, ja. Maar we willen best een half uurtje per maand een kleine vernedering ondergaan. Al die andere halve uurtjes zijn namelijk ontzettend leuk. Bovendien spelen we er een beetje mee. Dan zeggen we: "Goh, het is wel een eer dat we met jou mogen praten". Of: "Mogen we je eerst bedanken voor het feit dat je ons zomaar te woord staat." Dan kijken ze je opeens heel raar aan.'

Die tactiek werkt niet bij iedereen. Zo zijn de verhouding en met Louis van Gaal nog steeds moeizaam. Van Dorp zucht: 'Ik begrijp die man niet. Hij is een goede trainer, maar hij is altijd maar met voetballen bezig, en met journalisten. Wanneer heeft die man nou plezier in zijn leven.'

Barend: 'Hij staat zich er op voor dat hij van negen tot negen op zijn kantoor zit. Ik denk dat al die mensen bij Barcelona zeggen: "Hij is niet goed bij zijn hoofd". Waarom niet van twee tot vijf even gezellig eten met je vrouw en even een siësta houden, wat de Spanjaarden ook doen. Het is een soort calvinisme van: kijk eens hoe hard ik werk. Ik begrijp dat niet: Barcelona is de mooiste stad om te leven, en om coach van Barcelona te zijn is echt fantastisch; hij heeft een geweldig elftal, hij kan bij wijze van spreken achterover leunen en dan winnen ze nog.'

Van Dorp: 'Ik denk dat je moeilijk in slaap valt als je zo bent.'

Zelf namen ze overigens ook heel wat hooi op hun vork, de afgelopen seizoenen. Ze namen het op voor de Turks-Amsterdamse kleermaker Gumus, voor de witte illegalen die in hongerstaking waren, en lieten drie maanden lang dagelijks van hun verontwaardiging weten tijdens de Kosovo-oorlog. De status van Barend en Van Dorp (en Mulder) als politiek-correcte voorhoede was daarmee definitief geves tigd. En dat ergert ze mateloos. Frits Barend zou de stelling daarom graag willen omdraaien. 'Ik merkte op een gegeven moment dat het nihilisme, het politiek-incorrect zijn, de trend was geworden. Freek de Jonge werd tot 'politiek-correct' veroordeeld, Ed van Thijn was opeens verdacht en eigenlijk moest je roepen: alle negers stinken. Ik dacht toen: zijn ze nou helemaal besodemieterd, ik doe niet mee aan dat nihilisme, ik zeg gewoon wat ik vind. En daarmee word je dan blijkbaar een controversieel programma. We wekken een verschrikkelijke woede op bij sommige mensen.'

Van Dorp: 'Het is heel belangrijk dat ons programma zich keert tegen de tijdgeest die ingeeft dat het nergens meer over mag gaan. In de laatste weken van de Kosovo-oorlog kwamen er weleens mensen die zeiden: "Moet het nou weer over die oorlog gaan?" Ja, natuurlijk moet het over de oorlog gaan, zeiden we dan. En wel iedere dag.

'Ik vind dat we in een bang land leven wat dat betreft. Bijna niemand durft meer een mening te verkondigen. Volgens mij heeft dat met het paarse tijdperk te maken. Dat is heel grijs. Minister Peper schrijft een essay over hoe de politiek toegankelijker kan worden gemaakt, en Kok weigert dat stuk openbaar te maken. Treurig toch? Half Nederland, met premier Kok voorop, staat op de achterste benen als journalisten opschrijven wat politici met de koningin besproken hebben. Maar je bent toch journalist om dat soort dingen te ontrafelen?'

Waar Barend en Van Dorp bewust een seizoen lang hun mond over hielden was het supportersgeweld, verbaal en non-verbaal. Barend: 'Daar moesten we maar eens over ophouden, vonden ze in bepaalde kringen. Dan zou het vanzelf minder worden. Nou, het is eerder erger geworden. Het is voor veel mensen blijkbaar makkelijker om net te doen alsof ze het niet horen.'

Na lang twijfelen zagen ze ervan af om naar de kampioenswedstrijd van Feyenoord te gaan. Een eerdere traumatische ervaring in de Kuip, waar ze een wedstrijd lang bedreigd werden door agressieve supporters, heeft ze kopschuw gemaakt. Frits Barend: 'We dachten: als Feyenoord verliest, dan krijgen wij de schuld.' Laatst overkwam het hem ook in Amsterdam, tijdens de Uitmarkt. 'Een dronken man die opeens uit het niets een glas pils over me heen gooi de. Erg beangstigend, vond ik dat.'

'Overigens', probeert Van Dorp te relativeren, 'zou het heel erg worden als wij gewoon over straat konden. Ik begrijp het nooit als bekende mensen in interviews zeggen: ik kan met mijn vrouw de Hema niet meer in. Lul op, het is toch hartstikke leuk als je herkend wordt.'

Het is ongetwijfeld ook de eer waarvoor ze het doen, zeggen ze. Maar stelt Barend: 'Ik denk dat het ook een soort drang is om onrechtvaardigheid in het leven tegen te gaan. We kunnen ons nu eenmaal ontzettend opwinden als we iets in de krant lezen.'

Van Dorp: 'We zijn ook nog steeds enthousiast. En gedreven. Wat is er leuker dan iedere dag een uur televisie maken, in volledige vrijheid? Ik vind het prachtig om aan iemand een mooie zin te ontlokken. Je ziet veel mensen op televisie iets doen omdat ze dat nu eenmaal hebben afgesproken met de omroep. Die zitten daar dan. Omdat het nu eenmaal zo geregeld is. Die hebben ook geen twijfels meer. En dan maak je nooit een goed programma.'

Meer over