Een grandioze stap voorwaarts

De opening van het Holland Festival 2010 was ook meteen het hoogtepunt. Klassieke zang op verbluffend nieuwe wijze geïnterpreteerd. Maar er waren meer onderscheidende producties....

AMSTERDAM De grote winst van het Holland Festival 2010 is behaald op het gras in het Amsterdamse Oosterpark en op het pluche in Theater Carré. Nederlanders met en zonder picknickmand, schouder aan schouder met ‘nieuwe Nederlanders’ met en zonder hoofddoek: de duizenden die zich in de ban lieten brengen van Arabische liedkunst, ooit gezongen door de legende Oum Kalthoum en nu door het jonge Egyptische fenomeen Amal Maher, boden een aanblik waarop de op zichzelf juiste, maar ook vervelende term ‘multicultureel’ niet meer goed wilde passen.

Het was duidelijk dat binnen in Carré en buiten bij het scherm iets grandioos te halen viel. Voor sommigen verbluffend nieuw en voor anderen klassiek, maar nieuw geïnterpreteerd. Dus krek zoals het bij een Holland Festival hoort. Dat het HF 2010 hier bij zijn officiële opening voor heeft kunnen zorgen zonder er één keer het woord allochtonen bij in de mond te nemen, was een prestatie die vroegere pogingen in deze richting in de schaduw stelde – zoals een tijdelijke bestempeling van het festival Amsterdam Roots tot HF-onderdeel, een schijnbeweging die een jaar of vijf geleden ook weer ongedaan is gemaakt.

Dat er in het HF 2010 ook Arabische luitspelers en Egyptische moskeeomroepers rondliepen, wekt het vermoeden dat er meer oriënt in de lucht hing voor het HF. Onderdelen waar de ooit in Beiroet geboren festivalleider Pierre Audi de juiste landingsplaats misschien nog niet voor heeft kunnen vinden. Maar de (pardon) ‘multiculturele’ stap die hij wel wist te zetten, was een prachtige stap voorwaarts.

Met de inkoop van theater en opera van Europese origine zit het HF de laatste jaren zelden scheef, onvermijdelijke flaters daargelaten. Het zijn terreinen waar de toneel- en muziektheaterman Audi uitstekend de weg kent. Op de gebieden dans en muziek, waar Audi belangrijke wegen kent, maar misschien niet elk zijpad op de tomtom heeft, zoekt het HF de glorie meer in passen op de plaats. Het HF zou mogen overwegen voor die gebieden over te stappen op een oude strategie, het aanstellen van dans- en muziekadviseurs met instinct voor nieuwe namen en thema’s.

Onderscheidend in het HF 2010, bijvoorbeeld, waren kleinere theaterproducties als Radio Muezzin (moskeeomroepers in een Duits-Zwitserse productie) en Shukshin’s Stories, Russische verhalen vol weemoed en verlangen. Maar de dansprogrammering stond bol van de ‘oude’ internationale hotshots: William Forsythe, Trisha Brown, Anne Teresa De Keersmaeker.

Subliem kwam de Opéra van Lyon voor de dag met Brittens Curlew river, en een barokequipe van René Jacobs met de vergeten opera Don Chisciotte van Conti. Audi’s eigen Nederlandse Opera bracht met A dog’s heart van de Rus Raskatov een succesvolle wereldpremière. Maar op puur muziekgebied werd vooral geleund op klassieken, zij het in goede festivalstijl: Beethovens negen symfonieën met eigentijdse opsmuk (nieuw ‘Beethovenwerk’ van Martijn Padding); Bach met een eigentijdse strik eromheen (een podiumpaviljoen van de architecte Zaha Hadid). Overleden 20ste-eeuwse klassiekers als Stockhausen; gedirigeerd door de levende klassieker Boulez.

Diepe indruk maakte het recente theaterstuk Rechnitz van Elfriede Jelinek in een voorstelling van de Münchner Kammerspiele. Gedegen Engels repertoiretoneel (in het theateraanbod was dit jaar geen Nederlandse theatermaker actief) was te zien in Shakespeare-ensceneringen van Sam Mendes. Maar waar op dansgebied jongere choreografen actief waren, beten ze zich uitgerekend vast in overleden hotshots: Boris Charmatz en Jérôme Bel zetten hun tanden in Merce Cunningham, bij Het Nationale Ballet schetste Krszystof Pastor het leven van Vaslav Nijinsky.

Geweldig om choreografen die onbetwist voor vernieuwing hebben gezorgd te kunnen blijven volgen. Toch is hun status geen kwaliteitsgarantie, zoals Brown en Pastor aantoonden, met keurige balletten die weinig meer om het lijf hadden dan illustratieve dans bij de muziek. Voor verrassing en controversen zorgden een zingende De Keersmaeker (Keeping Still en 3Abschied) en brabbelende genomen in Forsythe’s Angeloscuro. Beiden bleken op zoek naar nieuwe theatrale concepten.

Alles bijeen geen slechte score. Al zou er meer beweging mogen in de muziekprogrammering en meer toekomstmuziek in de dans. Daarnaast blijft de vraag actueel of de opeenvolging van HF-dans in juni en het festival Julidans daar achteraan niet wat te veel ineens is. Nog een punt van overweging: de schouwburgen van Groningen, Breda en Rotterdam programmeren steeds vaker internationale theaterproducties. Die van Amsterdam is bezig aan een inhaalmanoeuvre en brengt komend seizoen ook een flink aantal interessante buitenlandse voorstellingen.

Voor het HF zal dat het signaal moeten zijn nieuwe wegen te bewandelen, waarbij eigen producties erg gewenst zijn, al of niet in samenwerking met buitenlandse festivals. Zodat ook het theater tijdens het HF weer een spraakmakende wereldpremière kan beleven.

Roland de Beer

Hein Janssen

Mirjam van der Linden

Meer over