Een golvend snoer van bruggen

Ruim dertigduizend kilometer legden Paul Gofferjé en Trudy Nijman af voor hun project 'Bridge over Europe'; een gigantisch fotowerk waarin oeververbindingen uit heel Europa in één grote montage samenvloeien....

OOK DE GEHAASTE wereldreiziger kan er niet omheen: de 75 meter lange panoramafoto in de corridor tussen de aankomst- en de vertrekhal van JFK-Airport. De duizenden passagiers die de New-Yorkse luchthaven dagelijks aandoen, moeten allemaal door die gang zonder ramen. Het nieuwe kunstwerk hing er nog maar net, of er ontstonden opstoppingen.

Het was even spannend of het panorama er op tijd zou hangen. Terwijl de lichtkastonderdelen, de 120 TL-buizen en de tweehonderd muurankers al ter plaatse waren, vertrok Paul Gofferjé veertien dagen geleden naar New York zonder panoramafoto. Zijn compagnon Trudy Nijman waakte over de geavanceerde printer, die in een laboratorium in Weesp nog bezig was het beeld met zo min mogelijk lassen eruit te persen.

De fotografen zijn wel wat gewend. Als onafhankelijke exposanten veroverden ze met hetzelfde panorama een felbegeerde plaats op de Wereldexpositie in Sevilla in 1992. Het liep uit op een drama waarin 'olijvenmaffia' en 'expo-politie' een hoofdrol speelden.

Een vrouw tuurt in alle vroegte over het water, gehurkt achter haar camera. Ze trekt bedachtzaam aan een sigaret. 'Trudy waiting for sunset' staat er onder de foto op de linkerhelft van het boek. 'Paul waiting for sunrise' lezen we op de rechterzijde. Fotograferen is wachten, lang wachten.

Dat ontdekten Paul Gofferjé en Trudy Nijman in 1988, toen ze met een panoramacamera Europa introkken om 120 bruggen vast te leggen. Bridge over Europe 1992 heette het heidense karwei dat ze zichzelf hadden opgelegd; een fotoproject waarin de brug de eenwording van Europa symboliseerde. Europa was een mooie aanleiding voor de fotografen om de brug in al zijn vormen en al zijn glorie te tonen. De traditionele panoramafotografie bood geen soelaas. 'Een plaatje met een praatje', zegt Gofferjé. Hij spreekt voor twee als hij zegt: 'De fotografie is stijf, nietszeggend, omdat het zo realistisch blijft. Ze moet uit haar jasje worden geholpen.' Met een door Capi-Lux Vak geleverde camera, die 360 graden kan draaien, registreerden de fotografen ook het landschap rondom de bruggen.

De kijker wordt in eerste instantie overdonderd door de grootsheid van het panorama. Dan pas dringt het tot hem door dat wat hij ziet eigenlijk niet kán. Ruim zestig Europese bruggen vloeien in één golvende beweging in elkaar over. Gofferjé en Nijman bewerkten de panorama's met moderne technieken als digitalisering en computermanipulatie. Het montagebeeld zet de toeschouwer op het verkeerde been. Bruggen veranderen in heuvels, landschappen worden gaten. Gofferjé spreekt van 'perspectivische verwarring'. De uitkomst van dit vernieuwende foto-experiment kan moeilijk nog panoramafoto of dia worden genoemd. Transparancy zeggen de makers.

Bridge spot met de technische grenzen van de fotografie. 'Onmogelijk' riepen de experts, in 1988 aangetrokken door de Europese Commissie in Brussel voor een advies over het plan. Gofferjé en Nijman bewezen hun ongelijk. Nijman: 'Het was eigenlijk niet zozeer de vraag of het kón, maar wie het wilde betalen.' Uiteindelijk mochten ze onder Brussels patronage werken. Met veel inspanning lukte het de benodigde 1,8 miljoen gulden van sponsors los te krijgen. Capi-Lux Vak ontwikkelde de installatie waarmee de fotografen op de grond konden volgen wat de camera acht meter boven hun hoofd waarnam. Met een filmkraan kon de horizon 'gelijk' worden gelegd.

Door hun lens krompen reusachtige, moderne bruggen tot nietige, platte streepjes. Vervallen en vergeten bouwwerken groeiden uit tot gracieuze scheppingen. Ze verhieven het zelfs tot vormprincipe: kleine bruggen moesten groot, grote bruggen juist klein. Een panoramafotoboek werd wel gedrukt, maar kwam niet in de verkoop terecht.

Twaalf lidstaten telde de Europese Unie nog toen Gofferjé en Nijman door Europa zwierven. Ze fotografeerden de ijzeren boogbrug in Porto, de enige overgebleven brug in het zwaar gebombardeerde Dresden, de 'Sprinkhaanbrug' in het Deense Karrebaeksminde, en de majestueuze Ponte Vecchio in Florence. Maar ze bezochten ook anonieme bruggen. Een drieduizend jaar oude boogbrug bij het Griekse Navplion (een van de eerste stenen bruggen), de Ponte Romano in Portugal, en, dichter bij huis, de Pont Superieur in het Belgische gehucht St. Christophe. Soms was het afzien. Tot aan zijn middel in het ijskoude water fotografeerde Gofferjé de Ponte de Porte in Portugal.

Kunsthistorici, ingeschakeld om de geschiedenis van de bruggen te achterhalen, waren vaak razend enthousiast over de trouvailles van de fotografen. Op hun beurt leverden de historici de anekdoten voor de tekst in het fotoboek. Zoals over de gouden spade die keizer Nero in de grond stak bij de aanleg van het Kanaal van Korinthe.

De Nieuwe Maasbrug in Rotterdam was een van de uitverkoren constructies van eigen bodem. Nijman weet nog hoe ze de spoorbrug beklommen. Vanwege de af- en aanrijdende treinen moesten ze ieder moment in een mangat duiken. Behalve de Rotterdamse brug bezochten ze ook de oer-Hollandse Magere Brug in Amsterdam, de St. Servaasbrug in Maastricht, in elk licht een serene rust uitstralend, en de Waalbrug in Nijmegen (in 1936 de langste stalen boogbrug van Europa).

Na vijfendertigduizend kilometer reizen hadden Gofferjé en Nijman 120 bruggen vastgelegd, waarvan er 66 overbleven. Onder supervisie van de fotografen schakelden vijf studenten van de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht (HKU) de beelden digitaal aaneen tot één brug. Het invoeren van alle data en het aanpassen van de programmatuur nam zoveel uren in beslag,dat ze er alle vijf een afstudeerproject uit konden slepen. Het resultaat mocht er wezen: een golvend snoer van bruggen, eindigend in de open zee achter het Ierse Dunluce Castle. De oversteek naar Amerika leek nog ver weg.

Een belangrijke experimenteerfase in het Bridge-project was de deelname aan de Expo in Sevilla. Maar in Andalusië moesten artistieke principes wijken voor economische belangen. Met een camper vol vrienden reisden de fotografen in 1992 opgetogen naar het Spaanse zuiden. Ze konden niet in het Nederlandse paviljoen terecht, want dat was al twee jaar van tevoren volgeboekt. Gofferjé: 'Er waren gigantische deals gesloten met Nederlandse bedrijven. Het was één grote commerciële bende.' Het Auditorium en het Kunstpaviljoen waren al eerder afgevallen. 'Schitterende plekken, maar met korte stukken muur. Dan moest de foto in stukken en dat wilden we niet', vertelt Nijman.

Het gebouw dat als alternatief was aangewezen was bestemd voor de Zuid-Europese olijfoliefabrikanten. Die mochten een paviljoen opzetten, mits de foto er kon hangen. Dat was de afspraak met Brussel. Bij aankomst bleek dat de eigenaren van het paviljoen de Expo-organisatie nog niet hadden betaald. Er mocht daarom niets het paviljoen in of uit. Ze kregen een Romeinse advocaat op hun dak, ingeschakeld door de oliefabrikanten, die de financiële risico's wilden afschuiven op de fotografen. 'Wij spraken van de olijvenmaffia', zegt Gofferjé grijnzend. Pas na eindeloos faxverkeer met Brussel en Rome kon de installatie in spiraalvorm omhoog worden opgehangen.

Gofferjé: 'We hadden maar tien dagen de tijd om de zaak op te bouwen, maar kregen geen toestemming om de spullen binnen te brengen. Toen hebben we in twee dagen alles illegaal naar binnen gebracht, via de achterdeur. De expo-politie hield alles in de gaten.' De laatste dagen bouwden ze aan één stuk door - zonder slaap. Toen het klaar was, zetten Spaanse elektriciens 380 Volt op de lichtkast en ontplofte de boel. Het vuur schoot uit de stopcontacten.

Ondertussen ging het uit hout opgetrokken Afrikaanse paviljoen in vlammen op, zodat alle veiligheidsmaatregelen werden verscherpt. Gofferjé moest met een elektricien uit Nederland weer terug naar Sevilla om de belichting van het panorama in orde te brengen. Het kostte handenvol geld en bracht Gofferjé en Nijman aan de rand van faillissement.

De afloop van de wereldexpositie is bekend. De pers hield het destijds op een gat van vijf miljard gulden. De Andalusische deelregering bedacht slimme trucs om de verliezen goed te maken. 'Plotseling moest over alle werknemers die van buiten kwamen loonbelasting worden betaald', zegt Gofferjé. 'Daarom hebben we alles 's nacht weer afgebroken. Wat heb ik die lui gehaat.'

In al die jaren dat ze aan Bridge werkten, hebben ze nooit overwogen het project op te geven. 'We pepten elkaar op in die periode. We wilden per se doorgaan', zegt Nijman. Gofferjé: 'Waar we de pest over in hadden was dat het in Sevilla zo slecht hing. Het beeld van Europa, dat was waar we ons op voor lieten staan. Na Sevilla wilden we voor niemand meer op de knieën.' In 1993 bereikten ze de ideale opstelling, in de Westergashouder in Amsterdam-West. Ze zijn er nog steeds verrukt van. Nijman: 'De foto-installatie hing met staalkabels aan de ronde koepel, als een paraplu. Het was prachtig.'

Noch het Museum voor Moderne Kunsten in Kopenhagen, noch het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel of het Gulbenkian in Lissabon konden daaraan tippen. De beschikbare ruimtes bleken stuk voor stuk te klein. Het Centraal Museum in Utrecht had het project wél kunnen bergen volgens Gofferjé. Het museum toonde eerder De lijn, een serie polaroids van 133 meter lang, gemaakt met zestig HKU-studenten. JFK-Airport had én de ruimte én het geld.

De luchthaven had een aantal kunstwerken uit eigen bezit verkocht, waaronder werken van Andy Warhol en Keith Haring, en zocht een alternatief. De fotografen troffen het dat het Nederlandse bedrijfsleven een miljoenenorder had binnengehaald om de verouderde New-Yorkse luchthaven op te knappen. Een Amerikaanse delegatie nam onlangs een kijkje op Schiphol om te zien welk kunstbeleid de Nederlanders voeren. Op hun beurt boften ook de Amerikanen: de printtechniek is de laatste jaren sterk verbeterd. In 1992 leverden 66 beelden nog 66 lassen op. Nu kon Bridge in vijf stukken worden opgeleverd. Over een half jaar lukt het in één keer, verzekeren de makers.

Onder het toeziend oog van de vakbond hielp een negenkoppige Amerikaanse ploeg Gofferjé twee weken terug bij de opbouw van de foto-installatie. Maar problemen deden zich niet voor. Integendeel, de Amerikanen waren onder de indruk van het ingenieuze systeem van spanners, waardoor Bridge over Europe aan boven- en onderkant als een biljartlaken wordt gladgetrokken. Met behulp van lasertechniek werd het panorama kaarsrecht opgehangen.

Maar één ding moest de New-Yorkers van het hart: waarom staat de Brooklyn Bridge er niet op? Het project heet toch Bridge over Eúrope, wierpen de makers tegen.

De fotografen konden zich er niet meer druk over maken. Sevilla was gewroken.

Meer over