Een goed gesprek met de krant

We leven in een tijd waarin we onze moraal zelf in elkaar moeten knutselen, want gezag en autoriteit reiken haar niet langer aan....

TOEN de Volkskrant twee jaar geleden een ervaren redacteur benoemde tot ombudsman, betwijfelden de collega's of de nieuwe functionaris meer dan één werkdag per week nodig zou hebben om de klachten van de lezers te behandelen. Veel meer dan geklaag over ongenuanceerde koppen en flodderige foto-onderschriften zou het wel niet opleveren.

Het pakte anders uit.

Het aantal Volkskrant-lezers dat met de ombudsman contact zocht, overtrof de stoutste verwachtingen. Dat gold ook voor de aard van de kwesties die hem werden voorgelegd. Afgezien van een enkele querulant en afgezien van een incidenteel verzoek om geestelijke bijstand, klagen de lezers niet zozeer, maar doen ze iets anders: ze roepen de redactie ter verantwoording over de keuzen die zij heeft gemaakt.

Waarom plaatst de krant een kleurenfoto met verminkte lijken op de voorpagina? Waarom zo'n raar stuk over aids op de Forumpagina? Wie beslist daarover? Mag iedereen in een column beweren wat hij wil, of is de redactie verantwoordelijk? De ombudsman houdt er voldoende stof aan over voor een onderhoudende column op de zaterdagse U-pagina, de veelgelezen pagina van de lezers zelf.

Het succes van de ombudsman illustreert de wederkerigheid van de relatie tussen krant en lezer. De krant is geen doorgeefluik, geen neutrale boodschapper en al helemaal geen autoriteit om tegen op te kijken. De krant is voor de lezer een gesprekspartner; een interessante kennis of een goede vriend wiens verstand van zaken en opvattingen ertoe doen, maar die ook op tegenspraak kan rekenen en die wordt gekapitteld wanneer de kwaliteit van zijn inbreng beneden de maat blijft.

De eerste voorwaarde voor een goed gesprek is vertrouwen. Daarom geeft de redactie antwoord aan lezers die nieuwsgierig zijn naar de achtergrond van een journalistieke beslissing. Daarom signaleert ook een onafhankelijke ombudsman in het openbaar fouten die de krant heeft gemaakt.

Een tweede voorwaarde voor een goed gesprek is een zekere verwantschap tussen de gesprekspartners. Dat was lange tijd de rooms-katholieke geloofsovertuiging van de Volkskrant, later kwam daar het progressieve levensgevoel voor in de plaats. Er was een soort samenzwering tussen lezer en krant. Door de lezer te vertellen wat hij graag wilde horen en hem een klein beetje op te voeden, werd de krant een geziene gast in de huiskamer, iemand met wie je op een verjaardagsfeestje voor de dag kon komen.

Die affiniteit bestaat nog steeds. Veel lezers beginnen een telefoongesprek of brief met de mededeling hoe lang ze al 'lid' zijn van de Volkskrant. Maar de basis voor die affiniteit is steeds minder een gedeelde levensovertuiging. De Volkskrant is - gelukkig - te groot om een enkel deelbelang te dienen, de lezers komen uit alle windstreken en zijn van alle generaties.

Die omstandigheid maakt wel dat de krant zich elke dag opnieuw moet bewijzen, ook al omdat er weinig tijd is en veel te lezen. De lezer is bovendien niet langer de mindere van de redacteur. Hij is doorgaans net zo goed opgeleid en kan nieuws en informatie langs allerlei wegen tot zich nemen. Naast een indrukwekkend aantal tv-kanalen dat aan de lopende band nieuwsbulletins aflevert, is er Internet, een medium waarvan ook de Volkskrant-abonnee zich steeds meer bedient. Als hij wil, kan hij zich de gehele dag van het nieuws op de hoogte stellen.

Voor de krant leidt dat tot een accentverschuiving. Hard nieuws blijft boven aan op de agenda staan. En het blijft prettig om dat nieuws, compact gepresenteerd, als eerste te kunnen brengen. Maar daarmee begint het pas. Want waar de kijker van televisie naast nieuws primair ontspanning verwacht, daar verwacht de lezer van een krant, naast enige verstrooiing, vooral duiding en verdieping. De gespreksstof, de derde voorwaarde voor een goed gesprek tussen krant en lezer, wordt steeds breder - en anders van aard.

DE OUDE krant schreef over politiek; de rest was bijzaak. Nu lijkt het er meer op dat de politiek bijzaak is geworden. Vooral in de ogen van jongeren is de staat een oudemannenhuis geworden, waar je als vrij en zelfstandig individu verre van moet blijven.

De overheid lijkt een gesloten circuit van politiek en ambtelijk personeel, van gesubsidieerde instellingen en noodlijdende bedrijven, dat zichzelf met moeite overeind houdt, en waarvan geen enkel maatschappelijk initiatief of publiek ondernemerschap uitgaat.

De keerzijde van de terugtocht van de officiële politiek is dat ons persoonlijk leven steeds sterker moreel en politiek geladen wordt. De moraal wordt ons niet meer van buiten aangereikt, we moeten hem zelf in elkaar knutselen. De leidende klasse in het openbare leven helpt ons daarbij hoegenaamd niet, terwijl ook het morele gezag van het gezin en van de school is verzwakt. Tradities en conventies zijn niet langer vanzelfsprekend, ideologieën zijn verdampt. Veel minder dan vroeger is onze identiteit bepaald door sociale afkomst of de plaats waar we geboren zijn. We zijn kinderen van de vrijheid geworden - meer dan ooit kunnen we ons lot in eigen hand nemen.

We hebben de vrijheid, maar ook de opdracht onze levensstijl zelf te ontwerpen. Er moet permanent strijd worden geleverd, onderhandeld, zowel thuis als op het werk. We krijgen al snel het gevoel in alle arena's van het moderne leven tekort te schieten of iets gemist te hebben.

Daarom zijn we onophoudelijk bezig met morele en ethische kwesties. Debatten op de Forumpagina over opvoeding ('Verwend of verwaarloosd'), over de koude oorlog tussen man en vrouw, over geweld op straat of de kloof tussen de generaties leveren veel meer respons op dan zeurende politieke kwesties als Schiphol of de crisis in de verzorgingsstaat.

Dat we over die oude en nieuwe onderwerpen met elkaar, lezer én krant, intensiever in debat gaan, ligt voor de hand. De verwachting dat de overheid, de politiek, met oplossingen voor die vraagstukken komt, is lager gespannen dan ooit. In eigen land heeft socioloog en minister van Binnenlandse Zaken Bram Peper onlangs al gehekeld dat politici, bevangen door 'aarzeling en gêne', zich niet durven op te werpen als leiders van de samenleving - en dat terwijl er dringend behoefte is aan visie, moed en leiderschap en het vaststellen van normen en waarden, aldus de bewindsman.

Die fundamentele tekortkoming geldt zeker niet alleen de Haagse politiek. Ook elders in de wereld wegen politici eerder de marketingeffecten van hun opvattingen af dan de kracht van argumenten. Met het verdwijnen van de overzichtelijke wereldorde van voor 1989, toen vriend en vijand zich nog eenvoudig lieten scheiden, is de onzekerheid van politici alleen maar toegenomen. Links moest zijn ideaal van de maakbare samenleving begraven, terwijl rechts er inmiddels achter is dat de onbeteugelde vrije markt ook niet de panacee is voor de oplossingen van de wereldproblemen.

Dat ontbreken van houvast kan soms als een gebrek worden ervaren, maar valt evengoed als een intellectuele uitdaging op te vatten - zowel voor de lezer als zijn krant. Meer dan andere media leent de krant zich voor een samenkomst van meningen op niveau - voorbij de snelle soundbite van het straatinterview of de Betuwelijn-politicus en in een poging opvattingen van specialisten op diverse terreinen voor een breder publiek toegankelijk te maken en ter discussie te stellen.

Nieuwsgierigheid naar andermans opvattingen, een vierde voorwaarde voor een goed gesprek, moet het motto zijn - maar dan wel nieuwsgierigheid zonder aanzien des persoons. Van een minister als Peper valt te waarderen dat hij morele vragen opwerpt, maar zijn ambt brengt niet langer met zich mee dat zijn antwoorden zwaarder wegen. De gezagsdrager is niet meer dan een van de deelnemers in een debat dat van ons allen is. De krant hoopt daarin mét zijn lezers een rol te kunnen vervullen.

MET DIT nieuwe katern Reflex wil de Volkskrant het gesprek met de lezer meer diepgang geven en tegelijkertijd minder vrijblijvend maken. Reflex wil de lezer stof tot nadenken bieden over hedendaagse ontwikkelingen die niet vanzelfsprekend in de nieuwskolommen en de klassieke opiniepagina uit de verf komen.

De maatschappelijke implicaties van de 'vooruitgang' in de wetenschap, morele dilemma's, en de spanning tussen onze aspiraties en ambities en de alledaagse werkelijkheid zullen aan bod komen. De zin van het bestaan, de vormgeving van het moderne leven en religie krijgen in Reflex een vaste plaats. Sporen, de geschiedenispagina van de Volkskrant, wordt in Reflex opgenomen.

Reflex wil originele denkers, doeners en onderzoekers in het publieke debat betrekken, die daar tot nu toe in ontbreken. De redactie zal gebruik maken van alle denkbare journalistieke genres: interviews, rubrieken, essays, dialogen, cartoons, korte reportages, cursiefjes en zelfs fictie.

In de rubriek De Salontafel zal een panel wetenschappers de lezer attenderen op interessante lectuur op hun vakgebied. In Chaos & Liefde doen auteurs verslag van hun persoonlijke gevecht met hun verlangens, hun geliefden en de rest van de wereld.

Zoals het betere vrouwenblad een vriendin van de lezeres is, zo krijgt u met Reflex een hele reeks interessante gasten in huis, die voor hun persoonlijke opvatting durven uitkomen. Wie weet is dat de basis voor een goed gesprek.

Meer over