interviewmichael wilmering

Een gewaagde keuze: bariton Michael Wilmering zingt op zijn debuutalbum Schuberts ‘Winterreise’

Weinig stukken zijn zo beladen als Schuberts Winterreise. Voor een debuutalbum is het dan ook een ongebruikelijke keuze, maar Michael Wilmering durfde het aan.

Jenny Camilleri
Michael Wilmering: ‘Ik dacht: natuurlijk gaan mensen er iets van vinden, maar als ik Winterreise doe vanuit mijn hart, houd ik iets heel eigens over.’ Beeld Hilde Harshagen
Michael Wilmering: ‘Ik dacht: natuurlijk gaan mensen er iets van vinden, maar als ik Winterreise doe vanuit mijn hart, houd ik iets heel eigens over.’Beeld Hilde Harshagen

Toen het platenlabel TRPTK aan bariton Michael Wilmering (33) voorstelde om Winterreise op te nemen, zei hij in eerste instantie nee. ‘Dat is zo’n heilig werk en het is al zo vaak opgenomen. Dan word je met iedereen vergeleken.’

Winterreise, een cyclus van 24 liederen met teksten van Wilhelm Müller, geldt als het nec plus ultra van het liedrepertoire. Franz Schubert componeerde dit meesterwerk van de Romantiek in 1827, het jaar voor zijn dood op 31-jarige leeftijd. De gedichten verwoorden de mijmeringen van een man die na een teleurstelling in de liefde door een onherbergzaam, besneeuwd landschap dwaalt. Hij legt een lange afstand af, niet noodzakelijkerwijs in fysiek opzicht, maar zeker in existentiële zin.

Van zangers vergt het stuk een rekbare stem en grote uitdrukkingskracht. Wilmering, een bekend gezicht bij het Nederlandse operapubliek, beseft dat het als arrogant kan overkomen om Winterreise te kiezen voor je eerste soloalbum. Vandaar dat ‘nee’.

‘Maar toen keek ik naar het interview met koningin Máxima op tv (met Matthijs van Nieuwkerk, red.) en ik was helemaal ontroerd’, legt hij uit in zijn kleurrijk ingerichte huis in Amsterdam. ‘Want alles wat ze vertelde kwam rechtstreeks vanuit haar hart. Ik dacht: natuurlijk gaan mensen er iets van vinden, maar als ik Winterreise doe vanuit mijn hart, houd ik iets heel eigens over.’ Met deze insteek begon hij de partituur samen met pianist Daan Boertien te doorgronden. Hun album verschijnt vrijdag.

Wilmering is geboren in de Colombiaanse hoofdstad Bogotá. Met vier maanden werd hij geadopteerd en kwam hij naar Nederland. Bij koffie in porseleinen kopjes en knapperige, zelfgemaakte appeltaart vertelt hij over zijn liefdevolle opvoeding. ‘Ik heb veel geluk gehad. Mijn ouders zijn open, warme mensen, dus mijn jeugd was heerlijk.’ Op de basisschool in Zeist ging het minder goed. ‘Ik was een wild kind met een grote fantasie. Ik ging allerlei dingen doen, behalve op mijn stoeltje zitten.’ Conclusie: ‘Michael is dom.’ De Vrije School bood uitkomst. ‘Die school was voor mij een openbaring, want mijn fantasie kreeg eindelijk ruimte, in plaats van: dat moet zo en zo.’

Bij de Vooropleiding Theater op de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht vond zijn zangdocent dat zijn volle stem geknipt was voor klassiek. ‘Ik dacht: stik erin, ik ga geen klassiek zingen.’ Hij strekt zijn armen, een operazanger parodiërend: ‘Dan sta je daar... aa-aa-aah! Ik was natuurlijk nog een puber.’ Een solo met zijn kerkkoor, de aria Eja Mater uit het Stabat Mater van Pergolesi, deed hem van gedachten veranderen.

‘Ik zong de eerste noot en was meteen verslaafd. Sindsdien heb ik nooit meer iets anders gedaan.’ Na zijn zangstudie aan het Utrechts Conservatorium was Wilmering meteen in trek bij gezelschappen als Opera Zuid en De Nationale Opera, waar hij steeds belangrijkere rollen kreeg. En nu heeft hij maandenlang geleefd met de ik-figuur in Winterreise.

Michael Wilmering:  ‘Ik was een wild kind met een grote fantasie. Ik ging allerlei dingen doen, behalve op mijn stoeltje zitten.’ Beeld Hilde Harshagen
Michael Wilmering: ‘Ik was een wild kind met een grote fantasie. Ik ging allerlei dingen doen, behalve op mijn stoeltje zitten.’Beeld Hilde Harshagen

Wie is die ik-figuur? ‘Hij zou iemand zijn met liefdesverdriet, maar zo zie ik hem helemaal niet’, zegt Wilmering. ‘Hij weet zich totaal te schikken in zijn lot en stijgt dus boven zijn eigen verlangens uit. Er valt zo veel van hem te leren, want wij kunnen tegenwoordig helemaal niet met lijden omgaan. Deze man blijft ook zonder hoop doorstappen, doorgaan. Zijn lijdensweg lijkt op die van Jezus.’

Nadat de ik-figuur het dorp van zijn ex-geliefde heeft verlaten, komt hij in een hem onverschillig landschap terecht. Hij hoort nergens meer bij. Of Wilmering het gevoel van ontheemding herkent? ‘Vroeger vond ik het belangrijk om me ergens thuis te voelen. Wat ik heb geleerd is dat het enige blijvende je eigen kompas is, je intuïtie. Ik viel bijvoorbeeld nooit honderd procent voor vrouwen of voor mannen, maar mensen zeiden: Michael, zeg nou dat je homo bent. Maar ik voelde me geen homo, of bi. Daardoor heb ik me zo eenzaam gevoeld. Nu ben ik met een man en krijg ik de vraag niet meer. Maar ik wil zijn wat ik voel dat ik ben. In Winterreise volgt de man ook alleen zijn eigen kompas.

‘Vanaf Der Wegweiser (nummer twintig, red.) voel je dat hij in één keer door richting het einde gaat. Hij zegt: ‘Ik moet een weg afleggen waarvan nog nooit iemand is teruggekeerd.’ Hier moet ik heel erg oppassen dat ik niet ga huilen, want dit lied raakt me altijd als een malle.’

In het slotlied, Der Leiermann, ontmoet hij een man met een draailier, die voor velen de dood symboliseert. Maar gaat hij echt dood? ‘Moeten we dat per se weten? Voor mij is dat oninteressant. En is de dood überhaupt het einde? Dat denk ik dus niet. Het moment waarop hij daar aankomt, is zo kwetsbaar, zo prachtig. Of hij doodgaat of niet: vanaf hier kan er iets nieuws ontstaan, wat dat ook mag zijn.’

Podcast

Over Franz Schuberts Winterreise is het laatste woord nooit gezegd. Op 1 februari lanceert het Amsterdamse Concertgebouw de 25-delige podcast Op Winterreise. Per aflevering nemen bariton Thomas Oliemans en presentator Gijs Groenteman een lied uit de cyclus onder de loep. Op 22 maart voert Oliemans de cyclus uit in het Concertgebouw in Amsterdam. Helemaal solo, want hij zingt én begeleidt zichzelf op de piano.

Meer over