Een geschiedenis van oorlog en onderdrukking

1877: Rusland onderwerpt de Kaukasus; de Tsjetsjenen bieden het langst weerstand...

1936: instelling van de Sovjetrepubliek Tsjetsjeno-Ingoesjië.

1944: Stalin laat een half miljoen Tsjetsjenen naar Centraal-Azië deporteren; honderdduizend komen er om.

1957: de ballingen keren terug naar de Kaukasus.

1991: generaal Doedajev verklaart Tsjetsjenië onafhankelijk.

1994-96: Russische troepen vallen Tsjetsjenië binnen. Tienduizend Russen, duizenden Tsjetsjeense strijders en honderdduizend burgers komen om.

1996: de Tsjetsjeense commandant Maschadov en de Russische generaal Lebed ondertekenen een akkoord: het Russische leger trekt zich terug, een beslissing over de status van Tsjetsjenië wordt uitgesteld tot 2002, en een gezamenlijk commissie buigt zich over de wederopbouw.

1997: Tsjetsjenië kiest de gematigde Maschadov tot president.

1998: Tsjetsjenië roept zichzelf uit tot islamitische staat. In de praktijk is het land opgedeeld tussen verschillende krijgsheren.

1999: krijgsheer Basajev valt vanuit Tsjetsjenië met honderden moslimstrijders tot twee keer toe Dagestan binnen, maar wordt na gevechten met Russische troepen verdreven. Bij bomaanslagen in Russische steden komen 300 mensen om; de autoriteiten wijzen de strijders aan als daders. Rusland voert luchtaanvallen uit op Tsjetsjenië.

Meer over