Een geruststellend geluid

43 Jaar lang verklaarde Mr. G. B. J. Hiltermann de toestand in de wereld. De tijden veranderden, maar zijn toon bleef hetzelfde: plechtstatig, conservatief, stellig....

JE HAD Lou de Jong, Henk Neuman en mr. G. B. J. Hiltermann, van wie de laatstgenoemde zo deftig was dat hij zich altijd met zijn titel en drie initialen liet aankondigen en alleen in huiselijke kring Guus heette.

Tijdens een receptie op de Amerikaanse ambassade - ergens in de jaren zestig - trof Henk Neuman zijn collega-commentator Hiltermann voor het eerst in levende lijve. Neuman stapte op hem af en stelde zich aan hem voor. In plaats van de kennismaking met een 'aangenaam' te beantwoorden, deed Hiltermann z'n hand achter zijn oor en vroeg luid: 'Hoe is de naam ook al weer?'

Bij de herinnering moet Neuman er weer om grinniken. Als een van de weinige Nederlanders luisterde Neuman zondagmiddag niet naar De Toestand in de wereld. Op het tijdstip dat Hiltermann de natie vanachter de AVRO-microfoon toesprak, zat Neuman in een KRO-studio om zijn toelichting op de internationale verhoudingen te geven. Voor het nieuwsbulletin van één uur sprak Neuman, daarna Hiltermann. Later traden ze weleens samen in de ether op. Bij heel belangrijke gebeurtenissen, de Amerikaanse presidentsverkiezingen bijvoorbeeld, leverden De Jong, Neuman en Hiltermann om beurten commentaar. 'Mooie tijden', zegt Neuman met een licht ironische toets in zijn stem.

'Ssst, Hiltermann', klonk het in de huiskamers van de Nederlandse burgers wanneer de 'Toestand in de wereld' begon. Op plechtstatige toon die geen tegenspraak duldde, deed de commentator in tien minuten uit de doeken wat zich in de wereldpolitiek afspeelde, wat de leiders wilden en deden, welke gevaren er dreigden welke en vredeskansen zich voordeden. Hiltermanns handelsmerk was de tour d'horizon: van Frankrijk stuurde hij zijn gedachten naar Algerije, vandaar ging het verder Afrika in, vervolgens was het maar een klein sprongetje naar de Arabische wereld en Israël, dan ging de causerie als vanzelf over op de Verenigde Staten om weer in Europa te eindigen.

Zijn spreektrant is het sterkst getypeerd in een zinsnede die ooit door Rudy Kousbroek werd aangehaald en sindsdien vaak gebruikt is, al dan niet in verband met de commentator: 'Meer naar het zuiden, in het zwarte Afrika van de negers...'

Neuman, die zijn onderwerp van verschillende kanten placht te belichten en met anekdoten te kruiden, vat hun verschil in aanpak bondig samen: 'Hiltermann vertelde hoe het was. Ik probeerde na te gaan hoe het kón zijn of kon zijn geweest. De methode-Hiltermann had het voordeel dat de luisteraars meenden dat ze waren bijgepraat en rustig konden gaan slapen.'

Hiltermann wist een massapubliek aan zich te binden. Zijn sonore stemgeluid, geoefende presentatie, duur woordgebruik, het nonchalant strooien met feiten en citaten uit buitenlandse bladen, het etaleren van zijn eigen importantie ('Toen ik laatst op een conferentie de Indonesische minister van Buitenlandse Zaken sprak...'): dat alles verleende hem de uitstraling en het gezag van een hoge en bekwame regeringsfunctionaris. Neuman: 'Hij zou hetzelfde kunnen zeggen als Luns ooit over zichzelf zei: 'Ik ga nog eens een boek schrijven over de grote mannen die mij hebben gekend.''

Ook bij A. van Staden, directeur van het instituut voor internationale betrekkingen Clingendael, roept de naam Hiltermann de naam van Luns op: 'Hij was schaduwminister. Je had Luns en je had Hiltermann.' Hiltermanns stijl en wereldbeeld pasten bij een vooroorlogse mentaliteit die in de jaren vijftig terugkeerde en nog tot in de jaren zeventig door veel Nederlanders werd gekoesterd. Van Staden verklaart daaruit Hiltermanns succes: 'Hij sprak autoritair, theatraal en pompeus. Zijn woorden weerspiegelden en voedden het denken van de gezeten burgerij. Hij was een conservatief, die poseerde als man van het midden.'

G.B.J's kijk op zijn tijd - de titel van zijn laatste boek, waarop Van Kooten en De Bie een parodie lijken te hebben gemaakt met hun Keek op de week, ware het niet dat Keek op de week er eerder was dan Kijk op zijn tijd - kenmerkte zich door zijn bewondering voor Grote Mannen met Grote Plannen. Internationale betrekkingen beschouwde hij als een geopolitiek spel, waarbij materiële belangen de doorslag gaven. Van Staden: 'Hiltermann had geen oog voor stommiteiten, dwaasheden of complexe besluitvorming. Wat mij opviel, waren zijn snelle en krasse oordelen. Geen probleem was voor hem te ingewikkeld.'

Toen eind jaren zestig de jeugd in verzet kwam tegen het regentendom, werd Hiltermann de geliefde schimpfiguur van alles wat jong en links was. Hiltermann? Als de naam viel, behoorde je braakgeluiden te maken.

Hiltermann hield er niet van in discussie te gaan of polemieken te voeren. Zijn houding was, aldus collega-commentator Arie Kuiper, dat er twee meningen bestonden: de zijne en de verkeerde. Maar met de Volkskrant, inmiddels platform van de radicale studentenbeweging geworden, raakte Hiltermann zijns ondanks in een heus conflict. In een van zijn zondagmiddag-causerieën, ergens in 1969, kwam hij te spreken over het Midden-Oosten en merkte naar aanleiding van een bericht in de Volkskrant op dat deze 'zozeer de vergoeilijker van het communisme is geworden dat deze katholieke krant ook rondweg anti-semitisch, althans anti-Israël is geworden'.

DE VOLKSKRANT betichtte Hiltermann van smaad, stapte naar de rechter en kreeg in eerste instantie gelijk. Hiltermann moest de term antisemitisch terugnemen. De rechters van het Hof en de Raad van Journalistiek oordeelden later dat Hiltermann had mogen zeggen wat hij gezegd had. 'De uitslag werd 2-1 in mijn voordeel', stelde de commentator in zijn Kijk op zijn tijd vast. Intussen was er een enorme rel geboren, die maanden voortwoekerde en een warrig, emotioneel debat over goed en fout in en na de oorlog losmaakte. Alles werd erbij gehaald. Van de vrijlating van de Drie van Breda tot de oorlog in Vietnam. Over en weer wierp men elkaar beschuldigingen toe van foute rechtse en foute katholieke sentimenten. Vrij Nederland-columniste Renate Rubinstein schreef fel en demagogisch: 'Stel, u was een jood, en u moest onderduiken, bij wie zou u eerder aankloppen, bij Hiltermann of bij Opland?' Kortom, heel spraakmakend Nederland koos partij. Links voor de Volkskrant, rechts voor Hiltermann.

Hij hield vol dat hij niet rechts en niet links was, maar 'objectief'. Hij presenteerde naakte feiten, zijn eigen mening deed niet ter zake. Hij trok zich er niets van aan dat zijn opvattingen uit de mode waren (apartheid was de beste oplossing voor Zuid-Afrika, de Verenigde Staten waren de hoeder van de democratie in Zuidoost-Azië) en debiteerde zijn feiten onverstoorbaar iedere zondag opnieuw voor de AVRO-microfoon. Studenten schopten zijn promotie, in 1972, in de war. Ze deelden pamfletten uit en ontrolden een spandoek met de tekst: 'GBJ nu weer collaborateur met schoft Nixon.'

Het was de tijd dat nuances niet telden, dat bij een sympathisant van links stoom uit de oren kwam als iemand een rechtse mening te berde bracht en andersom. Het was de tijd dat Karel Roskam bij de VARA het linkse commentaar op het wereldnieuws voor zijn rekening nam en als de tegenvoeter van de AVRO-commentator gold. Roskam nu: 'Ik heb Hiltermann nooit als een collega beschouwd. Ik voel me niet aan hem verwant. Tot het laatst toe heeft hij een lans voor apartheid gebroken, dat stond me erg tegen. Ik vond hem nogal oppervlakkig, tegelijkerheid presenteerde hij zijn verhalen met een geweldig aplomb. Ik ben nooit met hem in discussie gegaan. Ik heb hem alleen een keer over mij horen zeggen - hij had me nooit gezien - dat ik die slecht geklede vent was met lange haren, een linkse rakker, die hoefde je niet serieus te nemen.'

Bij Hiltermanns trouwe luisteraars groeide de bewondering voor de man die het conservatieve gedachtegoed bleef uitdragen en zich niet liet intimideren door het langharig, werkloos tuig. Maar hun getal slonk gestaag.

Van Staden: 'De kloof tussen zijn stijl en de tijd werd steeds groter. Hij had zijn hoogtijdagen in de jaren vijfig en zestig, en nog een beetje in de jaren zeventig. Daarna nam zijn aanhang af.'

Volgens Roskam overschatte Hiltermann zijn invloed grotelijks. 'Hooguit bevestigde hij de mening van mensen die het toch al met hem eens waren. Er werd naar hem geluisterd als naar een interessante man met een mooie stem. Hij was een fenomeen. Maar er werd weinig over hem gepraat. Als hij zo belangrijk was als hij dacht, was hij meer geciteerd en had hij zijn boeken niet in eigen beheer hoeven uitgeven.'

Bij de academische beoefenaars van het vak internationale betrekkingen stond Hiltermann niet hoog aangeschreven. Van Staden: 'Als nieuwscommentator heb ik vele jaren naar hem geluisterd en hem met belangstelling gevolgd. Maar als wetenschapper heb ik meer moeite hem serieus te nemen. Hij is daarvoor te eenzijdig, te stellig en te weinig genuanceerd. Hij was er goed in een verhaal na rustige voorbereiding plechtig voor te dragen. Maar in discussies miste hij de lenigheid om argumenten te pareren. Dan bleken zijn zekerheden vrij eenvoudig door te prikken.'

Hiltermann sprak rechtstreeks tot het publiek, niet tot de academische wereld of de diplomaten. Voor adviescommissies werd hij niet gevraagd. Zijn naam viel hooguit in badinerende zin. Bij begin van zo'n vergadering zei de polemoloog Röling dan: 'We hebben allemaal gehoord wat Hiltermann zondag zei. Daarvan uitgaand, gaan we nu bespreken hoe het in werkelijkheid was.'

HILTERMANN deed alsof het dédain van zijn vakbroeders en zijn tanende populariteit hem niet deerden. Hij ging stug door met zijn commentaar voor de radio, week-in-week-uit, jaar-in-jaar-uit, zelfs nog nadat de AVRO het vernederende besluit nam om hem na bijna veertig jaar te verplaatsen naar de dinsdagavond. Zijn naam kwam weer even in het nieuws toen een stel grappenmakers een cd met 'Hilterhouse' uitbracht. En verleden jaar wist hij nog ophef te veroorzaken met zijn uitspraak dat Nederland overspoeld wordt door 'etnische profiteurs'.

Nu moeten we het fenomeen Hiltermann missen. Na 43 jaar stopt hij definitief met de toestand in de wereld te verklaren voor de luisteraars. Op dinsdagavond 22 november klinkt zijn stem voor het laatst.

Maar voor wie niet zonder hem kan, is er een uitkomst. Hiltermann houdt zijn zaterdagse column in De Telegraaf. Mij dunkt, lezers...

Meer over