Kunstwerk van de weekMelvin Moti - Dreamlife

Een film over het verschil tussen de werkelijkheid en droomwerkelijkheid – als er zo’n verschil is

Jerry, de deterministisch materialistisch angehauchte supermuis, is de compagnon van de hoofdpersoon in de film Dreamlife van Melvin Moti.  Beeld Natascha Libbert
Jerry, de deterministisch materialistisch angehauchte supermuis, is de compagnon van de hoofdpersoon in de film Dreamlife van Melvin Moti.Beeld Natascha Libbert

Wekelijks bespreekt de Volkskrant een kunstwerk dat nú om aandacht vraagt.

De dichter Robert Desnos (1900-1945) beschikte over een jaloersmakende gave: hij kon in slaap vallen waar en wanneer hij maar wilde. Voelde de surrealist de behoefte om naar dromenland te verkassen, dan hoefde hij enkel zijn ogen te sluiten, en boem: Hypnos nam hem in zijn wispelturige armen. Al slapende beantwoordde Desnos vragen van de andere surrealisten (vraag: ‘Waar ben je?’, antwoord: ‘Robespierre’) en schreef hij lyrische poëzie – och, als ik mijn stukjes eens op die manier kon fabriceren! Tijdgenoot (en mede-surrealist) Man Ray was aanwezig bij een van die sessies en maakte een foto van de ontwakende, groggy ogende Desnos, een beeld dat nu dient als een van de amuses bij de vertoning in De Pont van Melvin Moti’s eerste speelfilm, Dreamlife (2020, 85 min).

Afgelopen dinsdag werd de middagvoorstelling bezocht door een mannetje of vijftien, verspreid over comfortabele lage banken (een huishouden per zitmeubel). Geen van de aanwezigen, rapporteer ik naar eer en geweten, viel bij de vertoning in slaap.

Dreamlife is losjes gebaseerd op het leven van de Franse wetenschapper Michel Siffre. Deze bivakkeerde begin jaren zestig 63 dagen in splendid isolation in een onderaardse grot in de Franse Alpen (Scarasson), zijn missie had betrekking op de ervaring van tijd. Siffre ervoer hoe het besef van dag en nacht invloed heeft op ons bioritme: raakt men dat kwijt dan verandert bij sommigen de cyclus van 24 uur in een cyclus van 48 uur. Die kennis zou later nog benut worden om gevechtspiloten belast met het bombarderen van vijandelijke doelwitten te trainen om langer wakker te blijven, maar dit terzijde.

null Beeld  Natascha Libbert
Beeld Natascha Libbert

In Moti’s film heet Siffre Emile, en heeft hij gezelschap van een pratende muis die luistert naar de naam Jerry (door Emile uitgesproken als ‘sherry’). In een van de eerste scènes zien we Emile afdalen in de grot en zich richting kampement begeven: een klein ventje onder een enorm onderaards gewelf, een adembenemend beeld. Veel heeft hij niet om handen, daar beneden: beetje in een potje plassen, beetje rapporteren aan de collega’s bovengronds. Hoe meer Emile’s besef van tijd verdwijnt, hoe inwisselbaarder zijn dagen worden, en hoe vreemder zijn eigen persoon hem voorkomt – tegen de tijd dat hij uit de grot wordt gehaald weet de Fransman amper nog waar de realiteit eindigt en zijn dromen beginnen. Tot zover de plot van de film. Zo rechttoe rechtaan verteld, klinkt het als een soort ondergrondse versie van Cast Away, maar in werkelijkheid bestaat de film grotendeels uit bespiegelingen over tijd, bewustzijn, het ontstaan van kunst en meer.

Het is een merkwaardige film, bij vlagen hypnotiserend, maar ook repetitief en soms op een wat vermoeiende manier uitleggerig. Ergens halverwege begint Jerry, de deterministisch materialistisch angehauchte supermuis, bijvoorbeeld aan een lang, Dick Swaab-achtig college over het verschil tussen waken en dromen, en dat waken eigenlijk ook een soort dromen is, want: zijn al onze sensorische ervaringen uiteindelijk niet slechts stroompjes in ons brein? Dat is best boeiend, en ook wel on topic, maar het voelt óók een beetje alsof iemand een paar pagina’s uit een neurobiologisch handboek in het script heeft geplakt. Het voelt wat schools. Was dit een Pixar-film, bedenk je je, dan had men zo’n uitwijding op een speelsere manier door de vertelling heen geweven.

Maar Emile’s verwarring beklijft, mede door het claustrofobische, dicht-op-de-huid camerawerk en de hallucinante soundtrack. Als kijker weet je na een tijdje ook niet meer precies of je nu zit te kijken naar droomwerkelijkheid of echte werkelijkheid, als er al een verschil bestaat. De beelden waarin de wetenschapper, terug bovengronds, als een pas geboren veulen naar de zon licht te knipperen zouden zich best eens in Emile’s droom af kunnen spelen. Wie weet ligt hij er nog steeds, daar in die onderaardse grot.

Wie Melvin Moti

Wat Dreamlife (2020, 85 min)

Waar De Pont Museum, Tilburg

Wanneer T/m 10/1 2021, driemaal daags

Meer over