Een ex-maalderij met panoramakamer

Een maalderij, kerk, vuurtoren en zeepziederij: gebouwen die hun oude bestemming hebben verloren, krijgen een tweede leven. Deel een van een serie over hergebruik in architectuur....

DE VROEGERE Gelderse heerlijkheid Etten, even ten zuidoosten van Doetinchem, tussen Montferland en de Achterhoek, kent slechts tweeduizend inwoners. Het plaatsje wordt bepaald door twee kerken, een oud klooster, een oude molen en twee grote silo's van maalderijen. Het malen van graanproducten gebeurde vroeger door windmolens, maar werd in de loop van de twintigste eeuw steeds meer gemechaniseerd. Tot in de jaren zeventig en tachtig grote concerns het de kleine maalderijen onmogelijk maakten nog concurrerend te werken.

Zo hield in 1989 de Ettense maalderij van de gebroeders Willemsen op te bestaan. Het bedrijf had sinds 1900 nog gewerkt met een oude, vermoedelijk zestiende-eeuwse, standerdmolen, 'de Stenderkast' geheten, maar moest die in 1932 laten slopen om plaats te maken voor een machine die op zijn beurt in 1956 werd vervangen door een mechanische hamermolen. In 1962 verrees op het terrein van de maalderij een hoge silo van beton, waarmee het silhouet van Etten werd aangevuld met een kubistisch bouwwerk waar bovenop nog een machinekamertje kwam.

De eeuwenoude maalderij werd in de loop van deze eeuw steeds meer omgeven door eenvoudige eengezinshuizen, tot het uiteindelijk een niet weg te denken onderdeel werd van een woonwijk.

Na de sluiting van het bedrijf in 1989 werd nog maar een deel van de gebouwen gebruikt. De vroegere maalderij verloederde en echte Ettenaren als architect Hans Jansen bekommerden zich om de toekomst. Voor je het wist zou de verloedering het woonwijkje aantasten en dat zou een verarming zijn van het dorp dat het toch al zo moeilijk had om vitaal te blijven. Nieuwe woningbouw werd nauwelijks toegestaan, terwijl de bewoners van Etten, die een rijk verenigingsleven hebben, nu juist wilden dat ook hun kinderen zich konden voegen in het dorpsleven.

Pas in 1994 kreeg Jansen zijn kans. Samen met projectontwikkelaar John Theunissen en Joop Bergervoet ontwikkelde hij een plan om de silo met bijgebouwen te transformeren in een wooncomplex met zeven appartementen. Een lange bureaucratische worsteling volgde. Het bestemmingsplan moest worden veranderd, protesterende omwonenden moesten worden gesust en de provincie moest worden overtuigd dat nieuwe woningen een zegen zouden zijn voor het dorp.

Vijf jaar later worden nu de appartementen opgeleverd. Op een vroeger braakliggend terrein wordt nog gebouwd aan de nieuwe bedrijfsruimten.

Architect Hans Jansen heeft zoveel mogelijk de oude vormen van de maalderij gehandhaafd, al bleken enkele veranderingen noodzakelijk. Zo werden de gevels aangepast aan de omgeving: het oude metselwerk werd zoveel mogelijk gehandhaafd en geschilderd in een licht bruine en gele kleur. De oorspronkelijke betonnen gevel van de silo is grijs gestuukt en aangevuld met nieuwe ramen in een zelfde stramien als de reeds bestaande. De nieuwe vleugel met bedrijfsruimtes wordt in een strakke, enigszins modieuze vorm gebouwd, maar ook die bakstenen gevels krijgen met verf een kleur die past bij de woonwijk.

Zeven ruime appartementen zijn nu in de oude maalderij ondergebracht, waarvan de fraaiste ongetwijfeld op de bovenverdieping ligt. Niet alleen heb je hier een ongestoord uitzicht op de wijde omgeving van Etten, ook beschikt deze woning nog over een 'panoramakamer' met dakterras: het oude machinekamertje op het dak. Een woning op de begane grond heeft een riant hoge kelder waarin de betonnen funderingen van de silo goed zichtbaar zijn. Het gebouw kreeg de naam van de oude standerdmolen: de Stenderkast. In de centrale hal is een nieuwe kelder gegraven waar achter een glazen plaat de oude funderingen van de molen zijn te zien.

Jansen is blij dat dit karakteristieke silhouet voor Etten bewaard kon blijven. Nog blijer is hij over het feit dat er weer woningen bij zijn gekomen in zijn geliefde dorp. Maar over die andere silo in het dorp, die nu ook leeg staat, is hij minder positief. Die mogen ze van hem slopen. Dat gebouw staat te dicht bij de markante kerktorens van Etten.

Meer over