tv-recensiefrank heinen

Een emmertje voor Ruttes lastminute gewonnen zetels

null Beeld

Terwijl slotdebatpresentator Rob Trip nog door de Tweede Kamer struinde op zoek naar thema’s als cultuur en coronabeleid, of naar vrouwelijke lijsttrekkers die hij kon onderbreken met de opmerking dat hij ze niet wilde onderbreken, ging in de late-night talkshows vast de vredespijp rond. Jinek had een voorprogramma samengesteld met het jolige kwartet Dijsselbloem-Bremer-De Winther-Van Grieken, en bij Op1 mochten de lijsttrekkers van Splinter en de BoerenBurgerBeweging elkaar een vraag stellen waarop ze niet per se een antwoord hoefden te horen.

Het wachten was op de sterren, de lijsttrekkers die regelrecht uit Den Haag over de studio’s zouden uitzwermen. Bij Jinek vielen er drie binnen. Eerst Kaag, later schoven Hoekstra en Segers aan. Een opvallend ontspannen samenkomst van opgeluchte mensen. De eigen debatprestaties werden geanalyseerd. ‘Qua vergezichten hebben we niet heel ver gekeken vanavond’, stelde Segers ootmoedig vast. Maar ach. Nog een laatste keer werd er begripvol geknikt en gemompeld bij het traditionele filmpje van de teleurgestelde niet-stemmer, maar daarna konden de benen toch wel zo’n beetje op tafel. Er heerste meer eensgezindheid dan op het gemiddelde partijcongres. De welsprekendheid van de campagne was al terug naar zolder, zo bleek toen Kaag haar eigen ontwikkeling duidde: ‘What you see is what you get, het kan vriezen het kan dooien, dit ben ik, hier sta ik.’

Tijdens de eindtune kon de niet-wegzappende kijker nog net horen hoe Wopke Hoekstra voorstelde ‘hier meteen even de formatie af te maken’. Hihi.

Bij Op1 waaide de premier aan, zwaaide naar een bekende, stak die eeuwige duim op en begon aan zijn uit grijnzen en nederigheid opgetrokken slotoffensief. Half vijf was-ie opgestaan, maar het was hem weer eens niet aan te zien. Was het bij Jinek al ontspannen, hier werd het pas echt knus.

‘Blij dat het erop zit?’, vroeg presentator Giovanca Ostiana, op de toon waarop RTL Boulevard eerder die avond had geïnformeerd naar de laatste keer dat de premier een huishoudelijke taak had verricht. Nee hoor: hij had best nog even door gewild. Gezellig. Lekker. ‘Ik vind het ontzettend leuk om te doen.’ Er volgde een opsomming van al die ontzettend leuke dingen die hadden plaatsgevonden. ‘We hoeven niet uw hele agenda te horen’, onderbrak Tijs van den Brink hem. Er waren namelijk nog wat appeltjes te schillen, over het klimaat en de toeslagenaffaire, maar dat bleken bij nadere bestudering appelvormige snoepjes. Rutte ging erover in debat met enkele afwezige tegenstanders, een vreemdsoortig potje schaduwboksen. Het gebrek aan gesprekspartners schiep ruimte voor wervende teksten over de eigen prestaties, en een voor een werden de tafelgenoten meegesleurd in de stroom campagnetaal die aanvoelde als een minuut gratis winkelen.

Tot slot kreeg de premier van de presentatoren een emmertje. Verwijzing. Geinig. Emmertje. Haha. Kon-ie prima zijn lastminute gewonnen extra zetels in kwijt.

Meer over