Een eikel van een baas en altijd werkstress. Baptiste W. Hamon ontsnapte eraan. Zingend

Jonge Fransman verovert podia met zijn combinatie van chansons en americana.

Hamon werkte in de thuisstudio van Mark Nevers, producer van onder anderen Bonnie Prince Billy en Lambchop.

De gitaar op zijn rug moet nieuwsgierigheid gewekt hebben. Want Baptiste W. Hamon (30) was nog nauwelijks het café binnen, of een van de mannen aan de bar - verwilderde haardos, een anijskegel van de pastis - stond op van zijn kruk en begon Hamon vragen te stellen. Of hij soms muzikant was? En of hij daarvan kon leven? Hamon antwoordde keurig, ook toen de beschonken man naar zijn naam vroeg. 'Baptiste Hamon? Van het nummer Peut-être que nous serions heureux?'

'Ik dacht nog: hij maakt een grapje', zegt Hamon de volgende dag, op een terras tegenover de Jardin du Luxembourg in Parijs, in de buurt van zijn appartement. Pas toen de man in het café vertelde wat het liedje voor hem betekende ('Het nummer herinnert me aan mijn ex. Ik luisterde het met haar') begon het Hamon te dagen: verdraaid, deze man meent wat hij zegt.

Bescheidenheid? Wel als je zou afgaan op de lovende kritieken die hij ontving voor zijn debuutplaat L'insouciance ('de onbezorgdheid', net in Nederland uitgebracht). Op dat album brengt Baptiste W. Hamon twee diepgewortelde maar uiteenlopende genres samen: het Franse chanson en americana. De 'W' uit zijn naam is dan ook van Walker, naar de Texaanse ranger uit de gelijknamige Amerikaanse actieserie, een bijnaam uit zijn studietijd.

Instrumentaal put de plaat duidelijk uit de americana: de liedjes kennen een eenvoudige (akkoord)structuur, akoestisch gitaargeluid overheerst, met nu en dan een banjo of viool. Hamon toog naar Nashville om de nummers op te nemen in de thuisstudio van Mark Nevers (producer van onder anderen Bonnie Prince Billy en Lambchop) met diens studiomuzikanten.

Het was de Amerikaanse countrysongwriter Townes van Zandt die Hamon op 17-jarige leeftijd in zijn slaapkamer kippevel bezorgde. Net als Van Zandt dichtte Hamon al op jonge leeftijd. Hij voelde haarfijn aan waarom juist deze zwaarmoedige, uitgeklede muziek hem als onversneden magie aandeed: 'Het waren Van Zandts poëtische teksten. De muziek was puur een aanvulling daarop.'

Aanvankelijk koos Hamon ervoor zijn eigen liedjes, net zoals Van Zandt, in het Engels te schrijven. Maar een poëet is een mankepoot als hij een taal gebruikt die hem niet eigen is, daar kwam Hamon snel achter. 'Ik las mijn teksten terug en kon alleen maar denken: dit is het niet.' Het Engels zou hem nergens brengen.

Een stuk of wat mislukte pogingen en een illusie armer keerde de Fransman terug naar de platenkast van zijn ouders. Maandenlang luisterde hij naar Serge Reggiani, Jacques Brel, Barbara. Toen besloot hij een avond te gaan zitten. Leeg papier, pen in de aanslag. Et voilà, de liedjes vloeiden uit zijn pen.

Op L'insouciance bezingt Hamon de onbezorgdheid die, op weg naar volwassenheid, wordt opgeslokt door verantwoordelijkheden. De songwriter zong er al over op nummers die hij eerder uitbracht, zoals Le temps passe (de tijd verstrijkt) en Quitter l'enfance (de kinderjaren verlaten) waarin hij een fictieve 'zij' vraagt hem te helpen de jeugd uit te stappen.

Op dit album keert die 'zij' veelvuldig terug. De ene keer als de belichaming van ongeluk en wanhoop in het leven van de verteller, de andere als die van de onbezorgdheid. Maar altijd met een omineuze ondertoon die subtiel zinspeelt op een onvolmaaktheid. Zoals in de opener Joséphine, over een meisje dat, al dansend in het zwart, de wanhoop meedraagt. Opvallend is de opzwepende muzikale begeleiding waarop de onheilspellende tekst deint.

Je hoeft niet gek lang terug in de tijd te gaan om te begrijpen waarom Hamon op zijn debuutalbum de onbezorgdheid toezingt. Tot drie jaar geleden werkte de Fransman vijftig uur per week als ingenieur. 'Om 8 uur begon ik en twaalf uur later ging ik naar huis om te slapen en me shit te voelen. In het weekend werd ik dronken met vrienden om de week te vergeten. Maandag begon alles dan weer.'

Met een eikel van een baas en onophoudelijke werkstress, leek de jonge student die midden in het culturele leven stond, iemand uit een vorig leven. 'Dus stelde ik mezelf de vraag: hoe kan ik het geluk uit mijn jeugd terughalen?'

In eigen land behoort zijn muziek tot een niche. 'Country kwam nooit naar Frankrijk. Wij hadden altijd onze eigen traditie.' Iconen als Charles Trenet, Edith Piaf en Yves Duteil hielden genres uit de anglofone muziek veilig buiten de deur. Tot op de dag van vandaag draait het overgrote deel van de Franse radiozenders muziek in de moerstaal.

En dat is prima. Wie zegt dat hij groot moet worden? Hij is pas net begonnen. Wat er in dat café gebeurde, was het mooiste wat hem kon overkomen. Nee, onder ellende bezwijken zoals zijn voorbeeld Van Zandt, zal Hamon niet zo snel gebeuren. 'Wat dat betreft ben ik wel wat optimistischer dan Van Zandt.'

Baptiste W. Hamon, L'insouciance, verschenen op het label Manassas. Live te zien en te horen in Paradiso Amsterdam, (13/5) en Down by the River-festival, Venlo (14/5).

Meer over