Een eigen Internet voor de professor

Voordat Internet zo traag wordt dat het tot stilstand komt, willen Amerikaanse universiteiten het wiel opnieuw uitvinden. Ze beginnen een tweede Internet (I2) dat honderd tot duizend keer sneller moet worden....

In vakkringen geniet professor Lee Reedinger een stevige reputatie als Internetspecialist, maar zijn vrouw is daar niet van onder de indruk. Nog even, houdt Reedinger haar soms voor, en jij doet ook vanachter een computerscherm je boodschappen. Mevrouw Reedinger denkt van niet. Zij blijft liever gewoon de schappen langsgaan, zegt ze.

Ondanks haar scepsis is Reedinger ervan overtuigd dat het voorgespiegelde virtuele gemak in de naaste toekomst gemeengoed zal worden, en dat ook zijn vrouw eraan zal toegeven. Zeker als straks een volgende generatie van Internet haar intrede heeft gedaan. Een net dat sneller en krachtiger zal zijn dan het huidige wereldwijde netwerk, want dat wordt langzamerhand zo populair dat het steeds verder verstopt raakt.

Reedinger, werkzaam aan de Universiteit van Tennessee in Knoxville, sleutelt met tientallen andere Amerikaanse universiteiten aan het nieuwe net, dat, sinds het vorig jaar oktober werd aangekondigd, door het leven gaat als Internet 2, ofwel I2. Inmiddels zijn 36 universiteiten bij het project betrokken, en hun aantal moet de komende jaren tot boven de honderd stijgen.

Gezamenlijk vinden ze het wiel opnieuw uit. In den beginne was Internet immers een door de Amerikaanse defensie opgezet computernetwerk dat bij universiteiten in gebruik raakte voor uitwisseling van onderzoeksgegevens. Dat academische net is de afgelopen jaren plotseling uitgedijd tot een algemeen Internet waarover tientallen miljoenen mensen hun e-mails, prentjes en teksten en desnoods tv-beelden versturen.

Dat vereist meer capaciteit dan de kabels, inbelnetwerken en schakelcomputers leveren. Het Internet wordt daardoor hemeltergend traag, vindt Reedinger. 'Ik verricht de meeste van mijn correspondentie tegenwoordig per e-mail', zegt hij. Reedinger: 'E-mail is een simpele handeling en mag niet langer duren dan een kwartiertje.'

Soms echter arriveert een elektronische boodschap pas de volgende dag. Dat lijkt een pietluttigheid, maar de ergernissen zijn cruciaal voor de geloofwaardigheid van het nieuwe medium, en dus voor het bestaansrecht.

Daarom is een drastische uitbreiding noodzakelijk. Met parallelschakelingen en nieuwe supercomputers die het netverkeer regelen, de 'GigaPops'. Kort voor zijn herverkiezing heeft de Amerikaanse president Clinton het I2-project omhelsd en voor de komende vijf jaar honderd miljoen dollar per jaar beschikbaar gesteld. Afgelopen week kon een overheidsstuurgroep al een concept voor het project rondsturen, over het net uiteraard. Wie wil reageren, gebruikt e-mail.

Het net, te beginnen het het academische netwerk, moet volgens Clinton en vice-president Al - electronic highway - Gore honderd tot duizend keer sneller worden dan het nu is. Reedinger: 'Het Internet werkt met supercomputers die 45 megabits per seconde verwerken. De computer van de National Science Foundation (NSF), waarop de universiteiten in de VS zijn aangesloten, kan inmiddels 150 megabits per seconde aan. Het is de bedoeling om dat binnen vijf jaar te verhogen tot 622, en op langere termijn zelfs 2200 mega-bits per seconde.'

De jaarlijkse honderd miljoen dollar die Clinton fourneert via overheidsinstellingen als het NSF, zijn niet genoeg voor zoveel nieuwe infrastructuur. Universiteiten geven zelf nog eens vijftig miljoen dollar per jaar uit, maar de Amerikaanse overheid rekent erop dat het bedrijfsleven ook over de brug zal komen. Ondernemingen als IBM (computers), AT & T (telefonie) en Cisco Systems (bouwer van netwerken) hebben al gezegd dat ze van de partij zullen zijn.

De enorme technologische sprongen moeten met name het gebruik van video en rechtstreekse beelden eenvoudiger maken. Reedinger likkebaart bij de toekomstige mogelijkheden. 'Natuurkundige experimenten kunnen we in het eigen laboratorium volgen op het computerscherm, zonder dat we met z'n allen naar Californië moeten om het daar ter plekke bij te wonen.'

Met een cameraatje wordt videocommunicatie straks een vanzelfsprekendheid in elk huishouden, denkt Reedinger, die niets liever ziet dan dat elke Amerikaan een isdn-aansluiting neemt en geregeld de nieuwste snufjes op pc-gebied aanschaft. Maar Reedinger is al lang blij dat het Internet ervoor heeft gezorgd dat computers weer worden gebruikt: 'De afgelopen vijftien jaar raakte 80 procent van de huiscomputers onder het stof, of er werden hooguit spelletjes op gespeeld. Men wist niet wat ermee te doen.'

Het Internet heeft een revolutionaire werking op het computergebruik gehad, aldus Reedinger. 'De impact heeft niemand kunnen voorzien.'

Het bedrijfsleven heeft eveneens ingehaakt op de nieuwe ontwikkeling. Begrijpelijk, maar daar zit volgens Reedinger wel het probleem. 'Elke zichzelf respecterende winkel heeft een eigen website. Dat veroorzaakt een vreselijke verstopping, die ondermijnend werkt.'

De aanstaande verbetering, die 'evolutionair en niet revolutionair' van karakter zal zijn, moet straks aparte 'snelwegen' opleveren. Je zult je er als buitenstaander niet via een provider op kunnen aansluiten, en I2 zal zelfs geen verbinding hebben met het world wide web. Reedinger: 'Net als politie- en brandweerwagens kunnen instanties die een grote noodzaak voor Internetgebruik hebben, zich op een snellere, afgescheiden baan bewegen.'

De technologie die onderwijl wordt ontwikkeld, zal vanzelf haar weg vinden naar het publieke Internet, eerst in Amerika, maar later waarschijnlijk ook elders. Als dan de rest aansluiting heeft gevonden, is de tijd rijp voor Internet 3.

Reedinger heeft nog geen idee hoe snel die ontwikkeling zich zal voltrekken. 'Maar ik zie op termijn gebeuren dat mensen vanachter hun scherm de dagelijkse inkopen doen. Zeker in grote steden. Laat de leveranciers maar in de file staan.'

Videozaken zijn niet meer nodig, wanneer het mogelijk zal zijn gewenste films via het Internet thuis binnen te halen. En de volgende stap betreft de mobiliteit van het internetten als zodanig, aldus Reedinger. 'Als ik op reis ben, kan ik pas op mijn hotelkamer mijn computer aansluiten. Draagbare telefonie zal explosief toenemen. En zeg nou eerlijk, wat is er heerlijker dan in de achtertuin onder de boom wat over het net te surfen?'

Tim Overdiek

Meer over