Eén ding stond in 1939 vast voor de Volkskrant: deze wereldoorlog zou louter verliezers kennen

Voorpagina Volkskrant, 2 september 1939 Beeld -
Voorpagina Volkskrant, 2 september 1939Beeld -

Op 2 september 1939 liet de commentator van de Volkskrant zich opmerkelijk ingetogen uit over de zojuist uitgebroken wereldoorlog . Net zo min als de oorlog van 1914 had déze oorlog ‘behoeven uit te breken’. En deze oorlog zou zeker niet minder gruwelijk worden dan de vorige. ‘Het Duitsland van voor een kwart eeuw waande zich van de overwinning zeker, maar het einde was een smadelijke nederlaag. Doch ook wie in een moderne oorlog overwinnaar is, lijdt feitelijk de nederlaag, daar de overwinning met zware en onmenselijke offers moet worden gekocht.’

Voor de Volkskrant stond vast dat het niet-aanvalsverdrag dat nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie de voorgaande week hadden gesloten de noodlottige ontwikkelingen in Europa hadden versneld. Wat de krant op dat moment nog niet kon weten, maar al wel vermoedde, is dat beide landen met elkaar waren overeengekomen ‘de Poolse buit’ te verdelen. Het onafhankelijke (en rooms-katholieke) Polen was ‘de enige goede vrucht’ van de Eerste Wereldoorlog geweest. Maar die vrucht had door toedoen van de overwinnaars, ‘die meer door verblinding dan door verstand’ werden geleid, ook ‘enige tere plekken’: de corridor die Polen, over voormalig Duits gebied, toegang gaf tot de Oostzee, en de positie van de ‘vrije stad’ Danzig, die onder toezicht stond van de Volkenbond. De Poolse republiek werd bij haar geboorte dus met veel Duitse ressentimenten opgezadeld.

De onverdeelde sympathie van de Volkskrant ging uit naar het nieuwe slachtoffer van Hitlers agressie. Aan de voorwendselen waarmee Hitler zijn inval in Polen rechtvaardigde (‘Poolse aanvallen op Duits gebied’) hechtte de krant geen enkele betekenis. Ze bracht ‘een eresaluut’ aan Polen, dat in 1920 het Rode Leger had verslagen, en daarmee Europa – Duitsland in de eerste plaats – voor het communisme zou hebben behoed.

Met betrekking tot Nederland deed de Volkskrant wat ze bij elke internationale crisis in het recente verleden had gedaan: ze beleed hartstochtelijk het neutraliteitsbeginsel. Dat was zó vanzelfsprekend, dat Nederland niet eens van de oorlogvoerende landen mocht verlangen dat zij zouden beloven de Nederlandse afzijdigheid te respecteren. Het feit dat nazi-Duitsland dat ongevraagd wél had gedaan – ‘tot kinderlijke opgetogenheid’ van de NSB – stelde de Volkskrant allerminst gerust. Te meer niet, omdat de NSB-krant Het Nationale Dagblad nu van de (net aangetreden) minister van Buitenlandse Zaken, Eelco van Kleffens, verlangde dat hij ook van de Britse regering een soortgelijke belofte zou eisen. ‘Minister Van Kleffens kan ieder ogenblik gedaan krijgen wat alleen Het Nationale Dagblad noodzakelijk acht maar wat iedere Nederlander volkomen onnodig oordeelt. Een open deur openlopen is een bedrijf waaraan alleen de NSB haar krachten verspilt.’

De Volkskrant sprak er haar voldoening over uit dat juist nu een kabinet op een brede politieke grondslag was aangetreden, dus – voor het eerst in de parlementaire geschiedenis – met deelname van de sociaaldemocratische SDAP. Het antirevolutionaire dagblad de Standaard achtte, ruim 20 jaar na de mislukte revolutiepoging van de SDAP in 1918, de tijd daarvoor nog niet rijp. Maar de Volkskrant gunde de sociaaldemocraten ruimhartig het voordeel van de twijfel.

In een wekelijkse serie kijken we terug op hoe de Volkskrant de afgelopen 100 jaar verslag deed van historische gebeurtenissen. Reageren? 100jaar@volkskrant.nl

Meer over