Een daadmens van Franse makelij

De honderd jaar geleden geboren Antoine de Saint-Exupéry was een groot vrouwenliefhebber, misschien een groot schrijver, en beslist géén groot vliegenier....

IN DE CRYPTE van het Panthéon liggen zoals bekend de Grote Mannen van de Republiek. Een paar weken terug stond er een merkwaardig kluitje mensen tussen de gewelven. Hoogbejaarden, zwaar gedecoreerde marine-officieren, schrijvers met zwarte coltruien. 'We zijn hier bijeen om een mythe te celebreren', opende de directeur van het Panthéon de bijeenkomst.

De viering betrof een kleine tentoonstelling over Antoine de Saint-Exupéry, de enige grand homme wiens sarcofaag ontbreekt. Het lichaam van de schrijver van Le petit prince werd immers nooit teruggevonden, nadat hij met zijn Lockheed P-38 Lightning op 31 juli 1944 in de Middellandse Zee was gestort. 'Maar', troostte de directeur het plechtige gezelschapje, 'Saint-Exupéry is óók de enige die met twee inscripties in het Panthéon wordt herdacht'.

Dat klopt. Pal onder de kerkkoepel, naast de slinger van Foucault, wordt Saint-Exupéry eervol vermeld in de lijst van 'écrivains morts pour la France'. Schrijvers die voor Frankrijk gesneuveld zijn. In zijn eentje staat hij nog een keertje op een steunbeer, met 'dichter, romancier, vliegenier' eronder. Daar weer onder heeft men voor de gelegenheid twee vliegtuigmotoren van de grootste literaire aviateur uit de Franse geschiedenis opgesteld. Ook de toegepaste rede hoort thuis in de tempel van de natie.

Eind deze maand honderd jaar geleden werd Antoine de Saint-Exupéry geboren. De expositie in het Panthéon is maar een bescheiden onderdeel van het circus dat inmiddels is losgebarsten. Serviezen en stropdassen met de tekeningetjes van le petit prince waren er al langer. Biljetjes van vijftig franc ook, een driedimensionale animatie nog niet.

Alle grote Parijse boekhandels hebben tafels ingeruimd voor de 'Saint-Ex'-industrie. Van de Franse biografie-topvijf behandelen drie titels de schrijver-annex-oorlogsheld: de vertaalde biografie van de Britse journalist Paul Webster die een dezer dagen ook in het Nederlands verschijnt, de inmiddels omstreden Mémoires van zijn onstuimige echtgenote Consuelo, en een tekst-annex-fotoboek van de nogal dweperige Saint-Exupéry-kenner Alain Vircondelet.

Geboortestad Lyon bereidt de herdoop van zijn vliegveld voor in aeroport Saint-Exupéry. Tot slot werd een week geleden, uitzonderlijk toevallig, het wrak van de Lightning P-38 een paar honderd meter voor de kust van Marseille gevonden. Om kort te gaan, Jan en alleman maakt zich op om de boter uit het eeuwfeest te braden.

In het 44-jarige leven van Saint-Exupéry ontbrak het niet aan heldenmoed, doodsverachting en andere stof tot ruimhartige bewondering. Z'n bescheiden oeuvre, zes boeken, Le petit prince meegerekend, beschrijft in zes geromantiseerde varianten zijn eigen leven. Saint-Exupéry bezingt er de eenzaamheid van de vliegenier in zijn krappe cockpit, de strijd tegen de elementen, of de metaforische reis van de kleine ruimteprins, op zoek naar ooit verloren onschuld en zuiverheid.

'Ik geloof in daden en niet in grote woorden', luidde het welgekozen motto van de tentoonstelling in het Panthéon. Want Saint-Exupéry was een 'daadmens' zoals ze in de jaren dertig bij bosjes rondliepen. In alle opzichten. In de memoires van de latere echtgenote Consuelo, aangehaald in de biografie van Webster, staat bijvoorbeeld beschreven hoe hij haar het hof maakte.

Consuelo was een vrouw van de wereld uit Zuid-Amerika, en eind jaren twintig een jonge weduwe van een gevierd schrijver die nog bevriend was geweest met Mata Hari. In de 'haute société' van Buenos Aires werd ze voorgesteld aan 'een grote verlegen jongeman, die ongemakkelijk was met z'n lengte en het feit dat hij te veel plaats innam in z'n stoel'. Een verlegen, maar gedecideerd minnaar, die Consuelo met een paar vrienden mee wist te krijgen voor een vliegtochtje.

'Wilt u me kussen?', vroeg de vliegenier plompverloren. Ze weigerde. Waarop Saint-Exupéry de motor afzette en het vliegtuig een duikvlucht nam. 'Ik weet het, u wilt me niet kussen omdat ik te lelijk ben.' Consuelo beschrijft hoe ze de tranen over zijn das ziet rollen, waarop haar hart smolt en ze zich in zijn armen stortte. Toen het vliegtuig uiteindelijk heelhuids was geland, zaten de andere passagiers als gevolg van luchtziekte onder hun eigen braaksel.

Saint-Exupéry was een groot vrouwenliefhebber, misschien een groot schrijver, en beslist géén groot vliegenier. Hij hoorde bij het vooroorlogse tijdperk van de luchtvaart, met namen als Jean Mermoz en Guillaumet. Aviateurs waren nog in leren jassen verpakte heroën en gedroegen zich daarnaar. 'De vliegerij heeft ons als mannen geadeld', schreef Saint-Exupéry. Hij vloog in de jaren twintig en dertig voor het luchtpostbedrijf Aeropostale van Frankrijk naar Afrika en later in Zuid-Amerika.

Maar z'n hoofd had hij niet bij zijn vak. Hij had de gewoonte de stuurknuppel met een elastiek vast te zetten om te kunnen schrijven, mijmeren of een sigaret op te steken. De hoogtemeter hield hij niet in de gaten. Saint-Exupéry was een erkend brokkenpiloot, maakte noodlandingen in Guatemala en in de Sahara. Daar moest hij dagen lopen alvorens door een Toeareg te worden gered.

Toen hij in de oorlog hartstochtelijk bedelde om verkenningsvluchten boven Frankrijk te mogen maken, werd hij aanvankelijk afgekeurd omdat hij bij een oefening een lelijke manoeuvre had uitgehaald. En bij zijn uiteindelijke ongeluk met de Lightning had Saint-Exupéry geen schijn van kans het er levend vanaf te brengen: hij droeg geen parachute en kon zich nauwelijks achter de stuurknuppel vandaan wurmen, omdat hij veel te dik was.

Maar zonder vliegtuig voelde Saint-Exupéry zich diep ongelukkig en onzeker, óók over zijn literaire prestaties. Hij had in de jaren twintig het vliegen er een keer aan gegeven, terwille van een eerdere verloofde. Zij vond het te gevaarlijk, maar toen hij geen piloot meer was, bleef naar haar smaak een 'slapperd' over. Saint-Exupéry ging op een kantoor werken waar 'de secondenwijzer m'n enige vreugde is'. Daarna werd hij vertegenwoordiger voor de vrachtwagenfabriek Saurer, en raasde per automobiel heel Frankrijk door. 'Mijn leven bestaat uit bochten die ik zo snel mogelijk neem en hotels die allemaal op elkaar lijken.' Hij móest gevaarlijk leven, misschien ook wel omdat hij uit karakterzwakte altijd wat te bewijzen had.

Zijn geschiedenis zou heel geschikt zijn voor een speelfilm, en de biografie van Paul Webster leest ademloos weg. Dat zegt allemaal weinig over zijn literaire kwaliteiten. Een dikke halve eeuw na zijn dood lezen alle Franse kinderen in de laatste klas van de lagere school Le petit prince. Een lekker dun boekje, eenvoudig Frans, er staan plaatjes bij. In een restaurant waar ik het doornam, werd ik aangesproken door de ober die eruit kon reciteren. 'S'il vous-plaît, dessine-moi un mouton.' Alstublieft, teken een schaap voor me.

Honderdduizenden exemplaren gaan jaar in jaar uit over de toonbank. Maar veel samenhang zit er niet in het verhaal. Het blonde kereltje uit de ruimte vertelt over zijn ontmoetingen met de immorele zakenman, de lampaansteker of een slang die hem toevoegt: 'Wie ik aanraak geef ik terug aan de grond waaruit hij voortkomt. Maar jij bent zuiver, want jij komt van een ster.' Welk kind zit er op zulke teksten te wachten?

Iets dergelijks geldt voor z'n tweede bestseller, Vol de Nuit. Je kunt het boek met wat goede wil lezen als het avontuur van de piloot die door onweer de thuishaven niet haalt. Maar het leeuwendeel van het verhaal behandelt toch de overwegingen van de baas van het grondpersoneel, Rivière, die piekert over de problemen van het autoritaire leiderschap. André Gide vatte de essentie van Vol de Nuit in de inleiding samen met de zinsnede 'dat het geluk niet in de vrijheid schuilt, maar in de plichtsbetrachting'. Ook dat mag anno 2000 een weinig courante opvatting worden genoemd. Wat verklaart de onverslijtbaarheid van Saint-Exupéry?

Paul Webster werkt sinds mensenheugenis als correspondent van de krant The Guardian in Parijs. Hij schreef de biografie van Saint-Exupéry en voegde daaraan kortelings nog eens een leven van Consuelo aan toe. Webster ziet er zeldzaam onfrans uit, met zijn mouwloze vechtjas vol zakjes voor pennen, fotorolletjes en eventueel patronen. Ook een daadmens, geeft hij lachend toe. Maar dan van Britse makelij.

Het geheim van Saint-Exupéry is veel gecompliceerder dan de inhoud van Le petit prince, Vol de Nuit of zijn derde grote succes, Terre des Hommes, zegt Webster. 'Saint-Exupéry wilde een intellectueel zijn. Maar hij was geen Sartre en zelfs geen Malraux. De sleutel moet je zoeken in de desperate Franse behoefte aan oorlogshelden.' Saint-Exupéry is de enige grote schrijver die in de Tweede Wereldoorlog sneuvelde voor Frankrijk. 'Zijn mythe kun je alleen maar begrijpen in het besef dat Frankrijk nog steeds niet in het reine is met zijn eigen geschiedenis.'

Antoine de Saint-Exupéry was een typisch Franse, ambivalente oorlogsheld. Hij stamde af van heel oude plattelandsadel en verkeerde zijn hele leven in kringen die nog altijd niet met de Republiek verzoend waren. De marine waarbij hij diende werd 'la royale' genoemd, vanwege het dominante monarchistische sentiment.

'Stel je het chaotische Frankrijk van de jaren dertig voor', vertelt Paul Webster, 'omgeven door stevig geregeerde landen als Duitsland, Italië, Spanje en Portugal.' Saint-Exupéry's hang naar autoritair leiderschap en zijn kritiek op het morele verval van de tijd waren eerder regel dan uitzondering. Zijn Vol de Nuit werd na de oorlog gekritiseerd omdat de hoofdpersoon, de baas van de luchtvaartmaatschappij, te veel een nietzscheaanse inslag had. Wat niet wil zeggen dat Saint-Exupéry bewondering koesterde voor Hitler of Franco.

Toen de Duitsers in 1940 Frankrijk binnenvielen, koos de schrijver-vliegenier voor de collaboratie van maarschalk Pétain en tegen het vrije Frankrijk van generaal De Gaulle. Niet omdat hij een overtuigd aanhanger was van Pétain. 'Een pessimist, daar kan niets goeds van komen', vond Saint-Ex. Maar hij dacht ook dat 'als Pétain er niet geweest was, we hem hadden moeten uitvinden'. Hij had in mei 1940 verkenningsvluchten gemaakt en gezien hoe de Duitsers onstuitbaar oprukten. En was tot de conclusie gekomen dat er niets anders opzat dan te wachten tot de Amerikanen zouden komen.

Saint-Exupéry had in de jaren dertig reportages geschreven over de Spaanse burgeroorlog. Hij was als de dood dat zo'n scenario zich in het tot op het bot verdeelde Frankrijk zou voltrekken. In De Gaulle zag hij de boosdoener die Fransen tegen Fransen opzette. Hij vergeleek De Gaulle zelfs met Hitler. En hij zag zijn gelijk bevestigd toen de gaullisten eerst de Franse troepen in Dakar aanvielen en later in Syrië.

Voor Saint-Exupéry was het gaullisme 'een politiek van de haat'. Hij stond daarin niet alleen. Ook de Amerikaanse president Roosevelt dacht dat De Gaulle de volgende Europese dictator zou worden. In Algiers, waar De Gaulle een deel van de oorlog de scepter zwaaide, werd Saint-Exupéry's roman Pilote de guerre prompt verboden.

Zelf hield Saint-Exupéry er niet bepaald heldere politieke opvattingen op na. Zijn vrouw omschreef hem als een 'broeierige wolk'. 'Hij had in Spanje aan beide zijden kunnen vechten, zolang het maar in de frontlinie was.' Hij had een verhouding met de schoonzus van Pierre Laval, de pro-Duitse premier van maarschalk Pétain. Hij maakte een tocht per auto naar Parijs met de fascist Pierre Drieu de la Rochelle.

Zelf was hij echter beslist geen nazi of fascist. Laval noemde hij openlijk 'een schoft'. Al voor de oorlog had hij een vliegreis naar Duitsland gemaakt om de toestand in ogenschouw te nemen. Bij vertrek scheerde hij met zijn Simoen rakelings over de nazi-petten van de kadetten die op het vliegveld dienden. Zo protesteren daadmensen.

Een groot deel van de oorlog bracht Saint-Exupéry in Amerika door. Hij schreef er Le petit prince en voelde zich beroerd, ver van zijn vliegtuigen, van Frankrijk en van zijn moeder. Zielsgelukkig was hij toen hij in 1944 naar Corsica kon om verkenningsvluchten te maken. Dat hij het niet zou overleven had hij al min of meer aangekondigd, in brieven aan zijn moeder, aan de collega's van het eskadron. En in zijn boeken.

Op 31 juli 1944 was het zover en keerde Saint-Exupéry niet terug naar de vliegbasis van Borgo. Frankrijk had zijn literaire oorlogsheld. Het duurde tot 1964 voordat zijn naam zou worden toegevoegd aan de rij 'écrivains morts pour la France' in het Panthéon. André Malraux, collega-schrijver en collega-daadmens, moest het er bij president De Gaulle doordrukken.

Meer over