Een culturele doodsteek

De actualiteit roept soms een universeel verhaal in herinnering, dat in de kunsten vorm kreeg. In deze rubriek aandacht voor deze ‘archetypes’ van het nieuws....

Truus Ruiter

‘Een paar jaar geleden nog zou deze jongen ons koffie hebben gebracht.’Dat zou oud-president Bill Clinton over Barack Obama hebben gezegd. Twee jaar geleden, tegen senator Edward Kennedy, in een poging de onstuitbare Obama te diskwalificeren als mogelijke presidentskandidaat ten faveure van zijn vrouw Hillary. Het ‘lekte’ deze week uit het boek Game Change van Halperin en Heilemann over de verkiezingscampagne van de Democratische Partij, dat volgende week verschijnt. Is het een goedkope publiciteitsstunt? We zullen het nooit met zekerheid weten. Clinton, wel vaker (valselijk) beticht van racistische opmerkingen, zal het pertinent ontkennen, en Kennedy kan het niet meer bevestigen.

Interessant is dat Clinton uitgerekend het beeld van de zwarte bediende zou hebben gebruikt om Obama te dissen. Want meer nog dan de opmerkingen van senator Harry Reid uit datzelfde boek over de ‘lichte huidskleur’ van Obama en het ontbreken van een ‘negeraccent, tenzij hij dat zelf wil’ – wat objectief gezien mogelijk waar is – is het bestempelen van Obama als koffiejongen een culturele doodsteek. In een klap is hij de typisch zwarte man zoals de blanke Amerikaan die tot voor kort naast zich tolereerde, als ondergeschikte, gedienstig, gehoorzaam, onzichtbaar.

Het tweederangs burgerschap voor Afro-Amerikanen ligt in feite nog heel vers in het collectieve geheugen van de Amerikanen. De Civil Rights Act, die formeel een einde maakte aan rassendiscriminatie, dateert nog maar van 1964.

De makers van de tv-serie Mad Men, die in de beginjaren ’60 speelt, hebben het aangedurfd te laten zien hoe men in de Verenigde Staten toen tegen kleurlingen aankeek. Zo is de zwarte liftbediende in het kantoorgebouw van reclamebureau Sterling Cooper praktisch onzichtbaar: er worden in de lift vertrouwelijkheden uitgewisseld alsof er geen ‘derde’ bij is – overigens is hoofdrolspeler Don Draper daarop een gunstige uitzondering – en wanneer de zwarte verloofde van Drapers collega Paul Kinsey op kantoor langskomt, wordt ze door diens collega’s neerbuigend behandeld.

De zwarte bediende is een oermodel uit de Amerikaanse samenleving, zoals we die kennen uit bijvoorbeeld de oer-Amerikaanse film Gone with the Wind (1939). Op het landgoed Tara, de katoenplantage van de O’Hara’s is de rondborstige ‘Mammy’ de spil van het huishouden dat helemaal draait op zwart personeel. Zij slooft zich uit voor de door en door verwende Scarlett en wijkt niet van haar post als het vijandelijke leger brandschattend rondtrekt. Zij kent haar taak en is bereid haar leven te offeren voor haar ‘mevrouw’.

Deze rol leverde Hattie McDaniel in 1940 een Oscar op, de eerste Academy Award voor een zwarte actrice. McDaniel kon niet aanwezig zijn bij de première in Atlanta vanwege de felle rassenrellen daar, maar het jaar daarop was zij de eerste Afro-Amerikaanse die bij een Oscar-uitreiking was ‘as a guest, not as a servant’, aldus de gezaghebbende filmsite IMDB.com.

Meer over