Een creatieve bende

Het begon met een sample-uitgeverij, inmiddels is de puddingfabriek in groningen uitgegroeid tot een broedplaats voor architecten, videoproducers, vormgevers en meubelontwerpers....

tekst aimÉe kiene

Stagiaire Jessica zit op de bar van De Pudding. De zaal is leeg. Jessica: ‘Ik wil een nieuw feestje organiseren, daarom heb ik mijn vriendin Dana meegenomen. Die is hartstikke creatief.’ Dana: ‘Het feestje heet: Naakt in de Pudding.’ Jessica: ‘Niet echt met naakte vrouwen, hoor.’

Dana: ‘Vrouwen die in latex dansen achter een doek. En dark rooms. Maar dan leeg.’ Jessica: ‘We gaan nu de stad in om spulletjes te kopen.’

Wimer: ‘Het mag niks kosten, hè.’

Vlak langs het spoor in Groningen staat de Puddingfabriek. Ooit maakte de firma Polak hier daadwerkelijk pudding, later werd er het gemeentearchief in gehuisvest. Daarna wachtte de puddingfabriek van Polak jaren op een nieuwe bestemming.

Totdat zes jaar geleden de wethouder van cultuur ervan overtuigd raakte dat er in Groningen behoefte was aan een plek ‘waar ict, cultuur en commercie elkaar konden vinden’. De keuze viel op het pand aan de Viaductweg, dat Puddingfabriek bleef heten.

Groningen liep in 2000 voorop met deze nieuwe media-community, want sinds die tijd verrijzen er in veel steden ‘creatieve broedplaatsen’, waar creatievelingen gezamenlijk aan het werk kunnen.

De vastgoedontwikkelaar die het pand had opgekocht, kreeg een subsidie van de Europese Unie om de fabriek mee te verbouwen. Inmiddels zitten er ruim dertig creatieve bedrijfjes in de Puddingfabriek. De huurders hebben namen als Creative Cowboys (video producers), Pavlov (medialaboratorium), Soundbase (audiostudio), Spoetnik (animatie-makers). De huren zijn relatief laag, de bedrijven werken met elkaar samen en schuiven klussen naar elkaar door.

In de kelder van de Puddingfabriek zit Renger Koning in zijn studio. Stefan Nieuwenhuis (‘Ik schrijf romans’) hangt naast hem op een stoel die lijkt op een skippybal. Ze luisteren naar muziek uit 1956. ‘Philips Early Dutch Electric Music’, leest Renger voor. ‘Maar het klinkt alsof het onlangs is gemaakt.’

Laatst heeft Stefan nog iets ingesproken in de studio van Renger. ‘Dat was voor de pudding-voicemail, op het theaterfestival Noorderzon. ‘Er hing een telefoon op het terrein. Als mensen de hoorn oppakten, hoorden ze mijn stem. ‘Welkom bij de pudding-voicemail’. Hun reacties waren te beluisteren in de toiletten.’

‘De Puddingfabriek was er eerder dan Florida’, zegt Koning. Hij doelt op het boek The rise of the creative class van Richard Florida uit 2002. In 2003 werd het vertaald in het Nederlands. Het boek is een soort bijbel voor iedereen die gelooft dat er geld te verdienen is in de creatieve industrie en dat er daarom ruimte moet worden geschapen om die creatieve industrie tot bloei te laten komen.

Koning, met een lange bos krullen, leidt met joviale gebaren rond in zijn studio. Hij was één van de eerste ondernemers die een ruimte huurde in de Puddingfabriek. Inmiddels heeft hij van Soundbase een succesvol bedrijf gemaakt. ‘Uitgeverij in sound-effects en samples’, noemt hij zichzelf. In een hoek staat een uit elkaar getrokken piano.

Koning corrigeert. ‘Dit is een liberated piano. Ik heb hem bevrijd van alle zwarte en witte toetsen.’ Op de opengelegde snaren maakt Koning de meest wonderlijke geluiden, die hij verkoopt aan muziekproducenten als Junkie XL en aan componisten van filmmuziek over de hele wereld. Zijn visitekaartje: een afgebroken pianotoets met een hamertje eraan geknoopt. www.pianoattack.com staat er met watervaste stift op geschreven.

Koning heeft de Puddingfabriek langzaam vol zien stromen. Architecten en stedenbouwkundigen op de zolder, videokunstenaars op de tweede verdieping, naast het medialaboratorium, de grafisch vormgevers en meubelontwerpers.

Twee jaar geleden werd van tweehonderd nog ongebruikte vierkante meters de silver room gemaakt, waar inmiddels 17 starters in de creatieve sector een werkplek huren. Hugo Engwerda zit zijn weblog bij te houden. Hij is grafisch ontwerper. ‘Ik ontwikkel dus geen kant en klare stijltjes, waar klanten mij soms om vragen’, zegt hij.

‘Of ze bellen me om te zeggen dat ze een designer zoeken die een design kan maken. Zo werk ik niet. Ik zoek naar een unieke oplossing.’ Engwerda krijgt ook klussen van zijn buren, Hij ontwierp het logo van een architect.

Ook het logo van de Puddingfabriek, in de vorm van een P met fabriekspijpen waar rook uit komt, is van zijn hand.

Bij de opening van podium De Pudding liepen ingehuurde modellen door Groningen. Aan nietsvermoedende voorbijgangers vroegen zij: ‘Weet jij de weg naar de Puddingfabriek?’ Volgende vraag: ‘Ga je mee naar De Puddingfabriek, als date?’ Ze kregen daar niet voor betaald. Wimer: ‘We gaven die meiden gratis consumpties.’

De grote zaal onder in het pand stond de eerste jaren leeg. Sinds een jaar runt Wimer van der Veen daar een podium voor ‘kunst, kennis en commercie’. Hij heeft het De Pudding genoemd. Van der Veen is verantwoordelijk voor de programmering en de contacten met de buitenwereld. Zijn compagnon Rogier Vroom is het zakelijk brein.

In De Pudding kan alles; van literaire avonden, congressen, bedrijfsfeesten tot dansfeestjes met experimentele dj’s en kunstzinnige video-installaties. Na de première van de film True Romance, over het leven van Herman Brood, was er een ‘Brood-feestje’ in De Pudding. Daarmee haalde de zaal de landelijke media, net als met een fototentoonstelling van Anton Corbijn. ‘Toen waren we bij RTL Boulevard’, zegt Van der Veen.

Dankzij een eenmalige financiering van de provincie Groningen is de zaal een jaar geleden verbouwd tot een strak vormgegeven uitgaansgelegenheid. Een meubelmaker uit het pand maakte de bar, een architect uit de Puddingfabriek hielp mee met de inrichting. ‘Dit soort podia wordt normaal gesproken zwaar gesubsidieerd’, zegt Van der Veen, ‘maar wij doen het, afgezien van die eenmalige financiering voor de verbouwing, helemaal zonder subsidie.’

Het eenjarig bestaan wordt nog wel gevierd met een verlies. Van der Veen (afgezwaaid student Kunstbeleid, een onderdeel van de studie Kunst, Cultuur en Media) verdient zelf voorlopig nog onder bijstandsniveau. Dat heeft hij er voor over : ‘We hebben alles in ons om er een rendabele club van te maken.’

Zijn plan is simpel. De commerciële feestjes moeten zo veel geld op gaan leveren dat de experimentele feestjes bekostigd kunnen worden. Daarbij is het motto: ‘Niet bang om de artistieke inhoud te laten bevlekken door commercie.’ Van de Veen heeft ontdekt dat bedrijven geïnteresseerd zijn om hun personeelsfeesten in De Pudding te organiseren. Dat de Puddingfabriek het uiterlijk heeft van een kraakpand, is daarvoor mooi meegenomen. De Puddingfabriek heeft de uitstraling van een vage kunstenaarsbende. ‘Dat willen we zo laten. Dat is juist onze charme. Anders onderscheid je je niet van een doorsnee gelikt congrescentrum.’

Meer over