BeeldreportageOp de camping in Nederland

Een caravan op 10 minuten rijden van huis: ‘Je hoeft niet gelijk op vakantie om toch echt weg te zijn’

Nico Groot en Adrie Gardien zitten voor de caravan die van Nico's moeder is geweest.Beeld Jan Mulders

Waarom zou je ver van huis op vakantie gaan als je vlakbij huis een stekkie hebt? Vaste gasten Nico, Adrie, Remco, Caroline, Jan-Maarten, Julian, Fons en Dinie over de heerlijkheid van een (sta)caravan in de buurt.

Nico Groot en Adrie Gradien, Dreumel (1 km van huis)

Vroeger renden er veel kinderen rond op camping De Rijskamp achter de Waaldijk in Dreumel. ‘Maar langzamerhand wordt het een ouden-van-dagencamping’, zegt Nico Groot (72), die in Dreumel woont en hier al vijftig jaar een stacaravan heeft. ‘Ik hoef geen toeristenbelasting te betalen.’ Zijn vriendin Adrie Gardien (68) kent hij van de camping. Zij woont in Beneden-Leeuwen, 8 kilometer verderop.

Nico: ‘Deze caravan is van mijn moeder geweest. Mijn oudste zus staat ook op de camping en mijn een-na-oudste zus staat twee caravans van haar vandaan.’

Adrie: ‘Ik heb drie zussen op de camping staan, en een zoon.’

N: ‘Ik kwam hier voor het eerst in 1967, op de brommer. We waren met een groepje jongens uit Rotterdam op vakantie in Amerongen. Mijn moeders kant van de familie woonde in Dreumel, ik ging met twee man langs bij een tante. Onderweg zagen we twee tentjes in de hoek van de uiterwaarden staan. Een mooi zwemwatertje met een duikplank erbij en verder helemaal niemand. We hebben in Amerongen de boel ingepakt en zijn hiernaartoe gegaan.

‘Ik zou eigenlijk het gras moeten maaien, dat kunnen we morgen wel eens doen.’Beeld Jan Mulders

‘Een paar jaar later stond ik op de camping met een stacaravan, samen met mijn vrouw en twee kinderen. We woonden in Rotterdam driehoog op een flat. Toen ik later een baan aangeboden kreeg in Tiel ben ik deze kant op verhuisd.’

A: ‘Hij is liever bij de caravan dan thuis.’

N: ‘Heel af en toe slaap ik hier. Als ik een biertje te veel op heb. Let niet op de rommel binnen, hoor. Ik haal graag kapotte apparaten uit elkaar, de caravan is mijn tweede schuur. We leven hier niet binnen.’

A: ‘Wat je thuis oppakt, laat je hier los. Dat komt door de rust, de natuur, de vogels, de bloemen, het buiten zijn.’ 

‘Let niet op de rommel binnen. De caravan is mijn tweede schuur.’Beeld Jan Mulders

N: ‘Mijn vrouw zat tien jaar lang in het verpleeghuis in Beneden-Leeuwen. Dat was een heftige tijd. Drie keer per dag ging ik naar haar toe. Dan ging ik altijd eerst langs de camping, even rustig op mijn bankje zitten. Ontspannen. Ik denk vaak bij mezelf: nou, ik zou eigenlijk het gras moeten maaien, dat kunnen we morgen wel eens doen.’

A: ‘In de winter is hier niemand, behalve Nico, al is het nog zo koud.’

N: ‘Vuurkorf aan, een beetje stoken. Als ik de kans krijg zet ik de fik erin. Je eigen gang kunnen gaan zonder dat anderen op je letten, dat vind ik het mooiste wat er is.’

A: ‘Voor mij is dit een vakantieplek. Ik hoef niet weg.’

Rita is een van de drie zussen van Adrie met een stacaravan op camping De Rijskamp.Beeld Jan Mulders

N: ‘Ik vind af en toe naar Turkije nog wel leuk. Maar als ik dagen achter elkaar opsta in de zon, denk ik toch: en nou mag het wel een keer gaan regenen. Dan heb ik zin om op mijn gemakje voor de caravan te zitten, de regen die zachtjes op het afdak tikt, weet je wel, bap-bap-bap-bap, biertje erbij – trouwens, ik heb nog geen biertje gehad vandaag!’

Pakt een flesje uit de koelkast.

‘Ik pluk ’s winters walnoten voor de vogels uit de grote notenboom hier. Als ik wat te lezen heb, lees ik wat. En anders zit ik gewoon een beetje te kijken. Ik heb een plek nodig waar ik kan zitten filosoferen. Mijn gedachten staan nooit stil. De caravan is mijn uitbreekpunt.’

A: ‘Zijn vrijheid.’

Remco Koppers en Caroline Nuijens, Helvoirt (10 km van huis)

Remco Koppers en Caroline Nuijens bij de stacaravan die Remco eigenhandig verbouwde.Beeld Jan Mulders

‘Als je vijf jaar geleden tegen mij had gezegd dat ik ooit elk weekend op een camping in Nederland zou zitten, had ik je hard uitgelachen’, zegt Caroline Nuijens (45) uit ’s-Hertogenbosch. Ook Remco Koppers (43) had er ‘een associatie van truttigheid en oude mensen’ bij. Ze hebben sinds tweeënhalf jaar een stacaravan op boscamping Distelloo in Helvoirt, 10 kilometer verderop.

Caroline: ‘Op een zondag reden we een beetje verveeld rond. ‘Best veel mensen die ik ken zitten op een camping in Helvoirt’, zei ik tegen Remco. We reden erheen, uit nieuwsgierigheid. We parkeerden onze auto, en op dat moment had ik gelijk zoiets van: wat is het hier relaxed!’

Remco: ‘Vogeltjes, eekhoorntjes, je zit meteen in het bos. Een kennis met wie we stonden te ouwehoeren wees ons op een wit-gele caravan, verscholen in het struikgewas.’

Een andere caravan op boscamping Distelloo.Beeld Jan Mulders

C: ‘Bijna groen, zo vies was-ie.’

R: ‘De eigenaar was met de noorderzon vertrokken, hij had al twee jaar zijn staanplaats niet betaald. De campingeigenaar wilde de caravan naar de stort brengen. ‘Of jullie moeten ’m zien zitten’, zei hij. Ik heb het slot uitgeboord. Eén gore bende natuurlijk.’

Douche in de campingtuin van Remco en Caroline.Beeld Jan Mulders

C: ‘De schimmel stond hoog op de banken, vieze kussens, muizennesten in de keuken. Maar Remco is handig en keek er doorheen. ‘Daar kan ik wel iets van maken’, zei hij. Ik dacht: weet je het zeker?’

R: ‘Het komt voor dat we zaterdagavond een hapje zijn wezen eten in de stad, en dan zitten we elkaar om een uur of half negen op de bank aan te kijken: ah, fuck it, we rijden nog naar de camping. Het voordeel van zo dichtbij zitten, is dat je niet per se het hele weekend hoeft te blijven. Je kunt ook gewoon even snel op en neer voor één nachtje. Afgelopen maanden zijn we allebei thuis aan het werk geweest. Dan was het lekker om de tent ’s avonds dicht te gooien en naar Helvoirt te rijden.’

C: ‘We hebben hier bewust geen internet en geen tv. We zitten ’s avonds te lezen, en we kletsen veel meer met elkaar dan thuis. Het ongedwongen sociale contact op de camping vind ik ook leuk. Je zit op de veranda, er loopt iemand langs, en er ontstaat spontaan gezelligheid. Of niet, als je daar geen zin in hebt. Ook goed. Die vrije inloop hebben wij thuis minder.’

Beeld Jan Mulders

R: ‘Ik slaap hier ook bizar goed.’

C: ‘Ik slaap altijd goed. Maar het is hier lekkerder wakker worden, met de vogels. Er mogen geen huisdieren op de camping. Dat vinden we wel jammer, want we willen eigenlijk een hond. Dat gaat ’m niet worden.’

R: ‘Keuzes, keuzes! Of een caravan, of een hond. Onze vrienden hebben ook ontdekt dat wij een lekker plekje hebben in Helvoirt. De komende weekends zitten stiekem best vol met bezoek. Biertje, wijntje, barbecuetje, gezelligheid. Dat barbecueën zijn we trouwens een beetje aan het afbouwen.’

Caroline: ‘Ik was vorig jaar helemaal klaar met barbecueën.’Beeld Jan Mulders

C: ‘Ik was vorig jaar helemaal klaar met barbecueën.’

R: ‘We hebben de caravan niet gekocht als vervanging van onze vakanties. We gaan nog steeds graag naar het buitenland.’

C: ‘Ik vond het aan het einde van die vakanties altijd héél erg om weer naar huis te moeten, maar sinds we de caravan hebben niet meer. Het is fijner om naar huis te gaan in de wetenschap dat je ook thuis je vakantieplekje hebt.’

Jan-Maarten Schot en Julian Wassenaar, Woerdense Verlaat (20 km van huis)

Jan-Maarten Schot en Julian Wassenaar met Jori Beerden, de vriendin van Jan-Maarten.Beeld Jan Mulders

‘Het idee was om hier te gaan vergaderen, maar dat hebben we nog nooit gedaan’, zegt Jan-Maarten Schot (33). Samen met Julian Wassenaar (32) heeft hij een internetbureau en sinds 2017 een stacaravan op caravanpark De Visotter in Woerdense Verlaat, 20 kilometer van hun woonplaats Utrecht. 

Julian: ‘We huurden geregeld ergens een chalet of een stacaravan om te brainstormen voor werk. Een paar jaar geleden zaten we met een pilsje voor de caravan op een vakantiepark in de buurt van Eindhoven en ging ik eens opzoeken wat zo’n ding nou eigenlijk kostte. Veel te veel, zag ik op Marktplaats.’

Jan-Maarten: ‘We keken ook meer voor de grap.’

J: ‘Maar Marktplaats onthoudt wat je zoekt, dus zodra je de app opent en de advertentiesuggesties bekijkt, weet je weer: o ja, ik was geïnteresseerd in een caravan. Een paar maanden later zag ik op een zondagavond ineens deze caravan, voor maar 5 duizend euro. ‘Zullen we dit kopen?’, zei ik tegen mijn vriendin. ‘Ben je helemaal gek geworden?’, antwoordde zij. ‘Ik laat het wel aan Jan-Maarten zien’, zei ik, ‘die vindt dit wel leuk.’

J-M: ‘Dinsdagmiddag zijn we gaan kijken, woensdag hebben we ’m gekocht, voor 4.200 euro, met de hele inboedel erbij: fietsen, opblaasboten, servies, de compressor waarmee je de leidingen moet doorspoelen, alles.

J: ‘We hebben ’m ieder om de week. Het is een soort deelbaby.’

J-M: ‘Ik voel me hier snel rustig worden, eigenlijk al tijdens het lopen vanaf de parkeerplaats – we zitten helemaal aan het einde van de camping. Dit voorjaar hebben we meer tijd bij de caravan doorgebracht dan andere jaren, vanwege corona en het binnenzitten. We hebben ook eindelijk de laatste zooi van de vorige eigenaren opgeruimd. Dan vond ik weer één tuinklomp, dan weer veertien linkertuinhandschoenen.’

Jan-Maarten over het ouderwetse interieur van de caravan: ‘Dat kneuterige heeft ook wel wat.’Beeld Jan Mulders
Beeld Jan Mulders

J: ‘Er komen veel vrienden langs. Of ze gaan als wij er zelf niet zijn. De regel is: laat het netjes achter en zet een goeie fles wijn neer.’

J-M: ‘We zouden een goedgevuld wijnrek kunnen hebben, maar alles gaat op.’

J: ‘Op de camping zelf zijn weinig regels. Het  is een soort vrijplaats, maar niet op de hippe manier. Onze caravan is ook een beetje sneu. Ik denk af en toe: ik trek die hele hut leeg, alle muurtjes eruit. Het afdak is zo brak als wat, ik zou wel een mooie veranda willen maken, maar dat vind ik de investering toch niet waard.’

J-M: ‘Overal zitten mollen. De caravan is totaal verzakt.’

J: ‘Mijn vader heeft vorige week weer een stuk van de deur afgezaagd. Dat heeft-ie tot nu toe elk jaar gedaan, want ieder jaar zakt de caravan een stukje verder weg.’

Jori houdt de campingtuin bij.Beeld Jan Mulders

J-M: ‘Dat kneuterige heeft ook wel wat. Dat onze bank oubollig is. Dat we van die fondueborden hebben met vakjes. Slapen en douchen is nét een beetje behelpen. Maar goed, als je een beetje een gezellige avond hebt gehad slaap je overal.’

J: ‘Ik blijf lang niet altijd slapen. Vaak ga ik hier gewoon een middag met mijn dochtertje chillen, of alleen maar even hangen in de zon. Gewoon even niet thuis zijn. Dat is zo fijn aan deze plek: je hoeft niet gelijk op vakantie om toch echt weg te zijn.’

Beeld Jan Mulders

Dinie en Fons, Buurse (15 km van huis)

Fons en Diny bij hun caravan op minicamping De Nieuwe Bosplaats.Beeld Jan Mulders

Na anderhalve week op de camping willen Dinie (68, liever geen achternamen) en Fons (73) wel weer een paar dagen naar huis in Oldenzaal. Daar zijn ze zó: ze hebben een seizoensplaats op minicamping De Nieuwe Bosplaats in Buurse, 15 kilometer van huis.

Dinie: ‘De ver-wegvakanties hebben we wel gehad.’

Fons: ‘Mexico, Indonesië, Thailand, allemaal heel bijzonder. We gingen dan mee op zo’n georganiseerde rondreis. ’s Morgens om zeven uur zit je al in de bus. Dat zijn vermoeiende vakanties hoor.’

D: ‘Autorijden is niet zijn hobby. Dan kom je al snel dichterbij huis uit.’

F: ‘Nee, ik heb niks met autorijden. Wel met fietsen. Dit is een prachtige omgeving om te fietsen.’

Fons maakt iedere avond het vlees klaar op de gasbarbecue die al zeker 25 jaar meegaat.Beeld Jan Mulders

D: ‘Het sociale gebeuren kan gewoon doorgaan als we hier zijn, de verjaardagen, de doktersafspraken. Maar langer dan veertien dagen achter elkaar zitten we niet op de camping hoor. Wij zijn mooiweerkampeerders. Twee dagen regen hou ik hier wel vol, maar als ik zie dat het drie, vier dagen achter elkaar slecht weer wordt, ben ik in Oldenzaal.’

F: ‘De hele dag in die voortent zitten niksen, dat vind ik helemaal niks. Ik ga liever een beetje klussen met de boer die de camping uitbaat. Er is geregeld wat te schilderen op zijn bedrijf – ik ben schilder geweest. Of ik maai het gras.’

D: ‘En als hij ziet dat de plantjes in het perkje hiervoor wat staan te verdrogen, dan gaat hij daar met de gieter rond. Hij wil altijd bezig zijn.’ 

F: ‘Zo komen wij de dagen wel door.’

Beeld Jan Mulders

D: ‘Het eerste jaar hier dacht ik in september: en nou moet ik nog op vakantie. Ik had helemaal geen vakantiegevoel gehad. Ik vond het gedoe om onszelf de hele tijd over twee plekken te moeten verdelen. Telkens weer bedenken wat je allemaal moet meenemen, als je thuiskomt wassen, het huis op orde brengen, en na drie dagen weer terug naar de camping. Daar zijn we intussen makkelijker in geworden.’

F: ‘Nu met corona konden we pas later naar de camping, maar normaal gesproken zetten we de caravan in april neer, en half oktober breken we alles weer af. Toen het vorige zomer zo gloepend heet was, zaten we hier veel beter dan thuis. In de caravan koelt het sneller af.’

Fons: ‘De hele dag in die voortent zitten niksen, dat vind ik helemaal niks.’Beeld Jan Mulders

D: ‘Alle dagen maakt Fons het vlees klaar op de gasbarbecue buiten. Ik bak binnen de rest. Vanavond eten we spareribs met gebakken aardappeltjes. Hij krijgt er peultjes bij en ik heb sla. Het is op de camping acht van de tien keer gebakken aardappeltjes. Thuis eten we juist meestal gekookte aardappels. Nog zoiets: hier drinken we Schultenbräu, thuis Brand of Grolsch.

Diny: ‘Hier drinken we Schultenbräu, thuis Brand of Grolsch.’Beeld Jan Mulders

‘Na het eten genieten we links van de caravan nog van de laatste zon, en om een uur of acht verplaatsen we het spul naar de voorkant. Dan lopen voor onze neus de paarden in de wei, je ziet vogels, konijnen. Je kan zo lekker ver weg kijken hier. Heel rustgevend.’

F: ‘Het is helemaal stil ’s avonds. Af en toe hoor je een fazant krijsen. En zo zitten wij hier dan. Nou, dan is het leven toch mooi, of niet dan?’

Beeld Jan Mulders
Meer over