EEN BUITENGEWOON TEVREDEN MEERDERHEID

DEPRESSIEVE mensen hebben de irritante neiging te denken dat ze dieper schouwen dan de rest van de mensheid. De ellende die ze permanent waarnemen, vormt voor hen het ware gezicht van de wereld....

De genoegens waaraan als geestelijk gezond bekende staande mensen zich laven, zijn in depressieve ogen oppervlakkige, onbeduidende pleziertjes die ons slechts afleiden van de gruwelijke essentie van het bestaan: het graf gaapt, de tijd zoemt, nergens is redding.

Een dergelijke treurigheid gaat in intellectuele kring voor diepzinniger door dan vrolijkheid. De opvatting van W.F. Hermans dat elk menselijk streven goed beschouwd nutteloos is, oogst doorgaans meer waardering dan de 'ik ben zo blij dat ik leef'- filosofie van Toon Hermans.

Somberheid loont eveneens in de journalistiek. Momenteel drukt HP/De Tijd wekelijks memoires van W.L. Brugsma af. Dreigende burgeroorlogen in Nederland, grondstoffencrises, nucleaire winters, veldslagen tussen Oost en West, ecologische catastrofes: er is geen ramp of zij is ons wel door Boebie de Doemdenker in het vooruitzicht gesteld. Elke keer weer werd belangstellend naar hem geluisterd, hoewel geen enkele van zijn onheilsprofetieën uitkwam.

Waarschuwingen voor verval en ondergang garanderen welhaast aandacht van de media. De Club van Rome, die goed inspeelde op het masochistisch pessimisme van publicisten als Brugsma, heeft aanzienlijk meer publiciteit getrokken dan de wetenschapsmensen die op zakelijke wijze aantoonden dat de milieubeweging het niet zo nauw nam - en neemt - met de feiten.

Door de intellectuele hang naar het negatieve dreigt uit het oog verloren te worden hoe goed het - over het geheel genomen - met onze maatschappij en onze bevolking gaat, en hoeveel vooruitgang er - over het geheel genomen - de afgelopen eeuwen is geboekt.

Op deze vooruitgang wordt graag gewezen door de optimistische wis- en natuurkundige C.W. Rietdijk. De - nogal omstreden - publicist vestigt in zijn nieuwe boek, Wetenschap als bevrijding, opnieuw de aandacht op de voordelen van wat hij de verwetenschappelijking van de cultuur noemt.

De opmars van de rede sinds de Verlichting heeft ons veel moois gebracht, zegt Rietdijk. Neem de medische vooruitgang, de terugdringing van de armoede, de komst van sociale voorzieningen. Kijk eens naar de verbetering van het onderwijs, de democratisering, de mensenrechten.

Vergelijk de positie van de vrouw, het strafrecht, de houding tegenover minderheden, de uitbuiting of de seksuele onderdrukking honderd, tweehonderd of vijfhonderd jaar geleden eens met de bijna idyllische situatie in het Westen aan het eind van de twintigste eeuw. De vooruitgangsgedachte berust niet op een geloof, maar op feitelijke constateringen, beweert Rietdijk. Hij heeft volstrekt gelijk.

Juist is ook Rietdijk's observatie dat in Nederland een kloof gaapt tussen de dominante ideologie en de visie van de meerderheid van de bevolking. Een aanzienlijk aantal Nederlanders wil de doodstraf invoeren, wijst meer immigratie af, en ziet niets in moderne kunst. Van dergelijke opinies vind je in de media en de politiek echter haast niets terug. Dat is vreemd. Dat is ondemocratisch.

Een kloof gaapt eigenlijk ook tussen het existentiële en maatschappelijke pessimisme dat bon ton is in intellectuele kring, en de levensblijheid en vitaliteit van de doorsnee burger.

De laatste tijd wordt er geklaagd dat in onze literatuur onvoldoende minderheidsgroeperingen aan bod komen, zodat de Nederlandse lezer een vertekend beeld van de werkelijkheid krijgt.

Het ergst wordt dit beeld evenwel misvormd door het nagenoeg ontbreken in romans en verhalen van de omvangrijke groep van betrekkelijk tevreden burgers. 'Er komt geen normaal mens in voor', merkt Gerard Reve vaak over zijn werk op, en die constatering geldt voor heel wat literaire producten.

Van mij hoeft het niet, maar als de literatuur echt een spiegel van de maatschappij moet vormen, zouden letterkundigen eens aandacht moeten besteden aan die talrijke welvarende, zorgeloze, ijverige, gezellige, levenslustige landgenoten die de grote, maar onopvallende meerderheid van de bevolking uitmaken.

Zij trekken zich niets aan van het gepieker van nihilistische filosofen, absurdistische kunstenaars en journalistieke doemdenkers. Zij zorgen er dagelijks voor dat het in Holland zo aangenaam vertoeven is. Zij vormen de krachtige ruggengraat van onze samenleving.

Meer over