Een boodschap van trots en eigenwaarde

De Afro-Colombiaanse hiphopband Choc Quib Town wil de wereld laten zien uit wat een fijne cultuur ze voortkomt. De band maakt hiphop met Afrikaans instrumentarium....

Hij is een en al fysiek enthousiasme, Afrikaans dynamisch. Zijn armen wapperen alle kanten op, zijn ‘lopen’ lijkt op stuiteren in slowmotion, met de rubberen veerkracht van megagympen.

Lekker gek is MC Tostao ook. Hij koketteert wat met het syndroom van Gilles de la Tourette, kan de aandacht van de gesprekspartner hernemen met onverhoeds geplaatste krachttermen, of lachsalvo’s waarvan de oorsprong raadselachtig is.

De bijnaam moet dit alles zo’n beetje dekken. Tostao: niet op z’n Portugees (tostão) zoals de fenomenale Braziliaanse voetballer, want dan zou deze grote man ‘Klein Muntje’ heten. Maar Spaans: tostao – geroosterd.

MC Tostao zegt met die bijnaam dat hij te lang met zijn hoofd op de grill heeft gelegen. Dat zijn brein nogal kan overkoken. Tostao betekent ‘stoned’, in straattaal. En het woord kan ook nog verwijzen naar ‘gekleurd’.

Wie hem voor het eerst in knauwende Spaanse latino-slang hoort praten, of rappen, want dat doet hij minstens zo veelvuldig, moet even snel Google Maps doen in zijn hoofd. Tostao is een Colombiaan, Zuid-Amerika, maar dan een Afrikaanse, en o ja, die waren er natuurlijk ook nog.

Het is een gevoelig puntje voor de hiphopband Choc Quib Town, waarin naast MC Tostao MC Goyo en MC Slow acteren. De wereldwijde onbekendheid met de Afro-Colombiaanse bevolkingsgroep heeft het vuurtje gestookt onder de band-ambities. Choc Quib Town, genoemd naar de thuisstad Quibdó aan de noordwestelijke kust van Colombia, wil de wereld laten zien wat een fijne cultuur daar aan het Pacifische water eigenlijk heerst.

En na tien jaar rapmissie heeft Choc Quib Town nu in Colombia een flinke hit met het zalig op de houten xylofoon dreinende hiphopnummer Somos Pacifico, ‘Wij zijn Pacifisch’.

De boodschap is die van trots en eigenwaarde: ‘Estamos unidos, nos une la región, la pinta, la raza y el don del sabor’ (Wij zijn een eenheid, in regio, in uiterlijk, in ras en smaak.)

Een lijflied voor een jonge generatie Afro-Colombianen, zegt de band zelf en je wilt ze best geloven. In de videoclip, te zien op Youtube, rijdt een aanhang van een man of veertig in scooteroptocht achter de mc’s aan, door de zanderige straten van Quibdó.

Het nummer, van het succesalbum Oro, was ook een ticket naar de wereldpodia; Choc Quib Town speelde drie avonden aaneen op de muziekbeurs SXSW (South By Southwest) in Austin, Texas, en mocht daarna drie maanden op Europese tournee. De missie krijgt reikwijdte.

Na Madrid en een nachtelijke sessie in Barcelona arriveren de drie mc’s met complete band (drums, gitaren en percussie) op vrijdag 20 mei in Amsterdam, voor een radio-optreden, live in club Panama, en shows in Utrecht en Nijmegen, als opmaat naar Festival Mundial, Amsterdam Roots en Parkpop, de komende week.

Strak schemaatje, vindt de band ook. In een donker hoekje in de hal van Panama kruipt het rappende trio even op een lederen bankstel, en ratelt de agenda door de hoofden. Praten met een krant, op de foto, soundcheck doen, paar nummers spelen, radio-interview, dan snel naar concertzaal, weer soundcheck, et cetera. Dan nog even tussendoor naar Winterthur in Zwitserland voor ‘Afro Pfingsten’, een festival waarvan de band slechts de helft van de naam begrijpt.

Om de linkerpols van Tostao zit al een flinke trits festivalbandjes gebonden. Bewijsmateriaal, straks voor de ongelovige thuisblijvers.

In goeden doen is MC Goyo de frontvrouw van de band. Type stralend middelpunt, broeierige vrouw ook die rapt met koele sensualiteit. Maar vandaag is het vlammetje gedoofd onder een heftig lichamelijk onbehagen: buikpijn. Goyo zit zich te verbijten, heeft geen tekst. Tostao neemt over, ook omdat die zich in – enigszins verkreukt – Engels soms kan verduidelijken.

Ja, zegt Tostao, Colombia is het land van de drugskartels, van de Escobarretjes. En in een wat positiever licht het land van Shakira en Juanes. Op die twee muzikale wereldwonderen zijn ze in Quibdó ook best trots, zegt hij. Maar in de provincie Chocó zien de Afro-Colombianen weinig van hun cultuur weerspiegeld in die latinrockexport. Het zwarte ritme ontbreekt, dus de slavensound in de dansstijlen bambazú en currulao, de hypnotiserende trom.

Choc Quib Town leende de antieke Afrikaanse instrumenten uit het ouderlijk huis, zoals de marimba, de cununo-trommel en de trambora, mengde die in haar urbane hiphop en dancehall. Juist die raps passen goed – zoals in de rest van de zwarte wereld – in de Afro-Colombiaanse gemeenschap, zegt Tostao. ‘Als het regent, en dat doet het vaak en hard, zitten hele families bij elkaar, muziek maken, verhalen vertellen.’ De orale traditie kreeg een logisch vervolg in de hiphop, waarbinnen ook ruimte was voor politiek commentaar: sneren naar corruptie en macht, naar de vieze handen die het goud uit Colombia trokken en er niets voor teruggaven.

De combinatie van hiphop met Afrikaans instrumentarium, inclusief de typisch Colombiaanse hobo de chirimía, werd het geluid van Choc Quib Town. ‘We laten de Afro-Colombiaanse jeugd kennismaken met de eigen traditionele muziek’, zegt Tostao. ‘Muziek waarvan ze dachten dat-ie voor heel oude mensen was.’

En een fijne aanvulling op de schreeuwerige en soms wel erg eendimensionale reggaeton, de reggaevariant die in Bogotá bij de zwarte jeugd muzieksoort nr. 1 is geworden.

De soundcheck in Panama voor het live op te nemen radio 6-programma Mijke’s Middag, is van de spannende soort. Vrolijke verbanden worden in dit programma gelegd, tussen huisband The Ob6sions, en vandaag jazzsaxofonist Yuri Honing en Choc Quib Town. Al snel een muzikant of vijftien en allen moeten ze afstemmen op de opnamewagen die voor de club staat geparkeerd.

De percussionist van de Colombianen heeft het gehad met de wachttijden, roept dat ze hem maar moeten wakker maken als hij aan de beurt is, en gaat op dat leren bankje liggen, in dat donkere hoekje.

Intussen komen er meer dramatische mededelingen van de tourbegeleiders. MC Goyo voelde zich zó niet lekker dat ze naar een huisarts is gereden, en direct door kon naar het ziekenhuis, met ziekteverschijnselen die doen denken aan blindedarmontsteking of erger.

Band zonder frontvrouw, dat is niet handig voor een optreden dat bedacht is als showcase, live op de radio. Het is zelfs een dilemma voor het begeleidend agentschap. ‘Gaat de band toch spelen maar zonder Goyo, dan hoort het publiek iets dat eigenlijk anders moet klinken.’

Bedoeld wordt: komt er interesse in Choc Quib Town los als de band zich niet in optima forma, dus mét broeierige vrouw, kan presenteren?

Tostao ziet het probleem niet zo. Raptrio wordt rapduo, improviseren is de basis van de kunst, dus hoe moeilijk kan het zijn? De mc trekt zich even terug met blocnote, krast daar wat dichterlijke ingevingen op.

Wel spelen dus, dan maar met wat uitleg vooraf aan de luisteraar. Het interviewtje met presentatrice Mijke van Wijk – grote koptelefoon op de oren – vordert moeizaam. Door het gebrekkige Engels van Tostao, maar ook vanwege de aandrang van de band nu eindelijk eens wat Colombiaans ritme door de microfoons te duwen.

Maar de presentatrice wil meer weten, even serieus. Wijzend op een grote houten trom: ‘Hoe heet dit instrument?’ Tostao: ‘El bombo’. De presentatrice: ‘Waar is het vel van gemaakt?’ Tostao: ‘Qué?’

Dan eindelijk een nummer. Somos Pacifico wordt ingezet, in een funky, uptempo en afgemeten versie, als was de pesterige en zwoele traagheid vanuit Quibdó aangepast aan de lichtelijk opgewonden kregeligheid van Amsterdam. De gitarist verslikt zich enigszins in zijn imitatie van John Frusciante, de funky gitaargod van de Red Hot Chili Peppers. MC Tostao haalt mooi uit met zijn bijtende raps. MC Slow doet er een vilein schepje bovenop, met zijn verhandeling over het thuisland: ‘Por que Colombia es más que coca, marihuana y café.’ (Omdat Colombia meer is dan coke, marihuana en koffie.) Waarbij Slow ervoor zorgt dat de uitbundige tatoeages altijd zichtbaar zijn, al is het voor de radio. De bombo mag ook meedoen, geeft de funk de exotische hartslag.

Ging lekker, zegt de band na de eindtune. Tostao: ‘Wij kunnen wel wat.’ De agent ziet een clubshow die avond in het Utrechtse Rasa niet zitten zonder MC Goyo. Spijtig, maar de afgelasting moet maar worden gecommuniceerd naar de podia.

Maar ’s avonds volgen toch de sms-jes. Goyo uit ziekenhuis, ontdaan maar op de been. Tour wordt hervat. De Afro-Colombiaanse boodschap weer in het busje geladen.

Meer over