'Een bisschop gleed langs de bomen'

Sinds ze op haar 53ste haar eerste boek publiceerde, laat Annie Proulx zich 'vrijelijk drijven op de stroom van het leven'....

UPHILL BOB laat zich nog een bloody mary inschenken. Het is zondagmiddag. Hij zit al uren in een van de vier saloons die het dorpje Centennial rijk is. De bloody mary's zijn tijdens het lunchuur extra goedkoop. Uphill Bob heft het glas. 'Op Annie', zegt hij en steekt de loftrompet over 'onze wereldberoemde schrijfster'.

Sinds Annie Proulx vijf jaar geleden in Wyoming is komen wonen, in een afgelegen huis net buiten Centennial, dat nauwelijks zestig inwoners telt, is het lokale leven er bepaald niet op achteruit gegaan. 'Allerlei interessante mensen trekken hier langs', zegt Uphill Bob, die zo wordt genoemd omdat hij met groot plezier en het grootste gemak op ski's de hoogste bergen beklimt.

Annie, die onder meer de Pulitzer Prize, de National Book Award en de PEN/Faulkner Award won, is een intellectueel. Een hele bijzondere. Hij vertelt dat ze geregeld komt dansen - wild en zonder remmingen - in de saloon en er niet voor terugdeinst met jagers uit de omgeving de bergen in te trekken. 'Ze geniet van de bergen, van de ruige natuur. En ze is voor niets of niemand bang.' Helemaal zonder gevaar zijn trektochten door de nabijgelegen Snowy Range Mountains niet. Wilde dieren sluipen er rond. Twee weken geleden nog is een poema in de buurt van Centennial gesignaleerd. Het beest had twee paarden doodgebeten. Uphill Bob zelf was bezocht door een beer, die brutaal zijn huis was binnengedrongen en op zijn jachtlaarzen had gekauwd.

In een omgeving zoals Uphill Bob die schetst, voelt Annie Proulx zich thuis. De avond voor het bloody mary-drankgelag legt ze - op een feest bij haar thuis - uit waarom ze in zo'n uithoek domicilie heeft gekozen. En waarom al haar boeken - op het eerste, Klaaglied, na - in Wyoming zijn geschreven. 'Het heeft te maken met de ruimte, die oneindig lijkt in Wyoming. Op heldere dagen kan ik zo'n tweehonderd kilometer ver zien. Er is niets dat de horizon breekt, niets dat in de weg staat, de gedachten blokkeert. Ik ga vaak lopen in de bergen, langs beekjes. De natuur prikkelt de hersenen en dan woelen de juiste woorden zich vanzelf los.'

Proulx organiseert het feest om haar 'bevrijding van de stad' te vieren. Ze heeft net een nieuw boek gepubliceerd, Close Range, een verzameling korte verhalen over Wyoming. Voor de promotie moest ze naar de oostkust, naar New York. De stad, zegt ze, maakt niets in haar los, beklemt haar. Thuis in Wyoming danst ze de stadse stress van zich af. Ze geniet van de aanwezigheid van haar gasten. Mensen die, zoals ze het gezelschap omschrijft, 'met hun ogen of handen maken wat ze horen en zien'.

Creatieve mensen, ieder met een eigen geschiedenis. Proulx daagt haar gasten uit hun verhaal te vertellen. Terwijl ze wijn, whisky en bier schenkt en buffel- en hertenvlees serveert (de dieren zijn door de gasten geschoten), verleidt ze haar disgenoten tot intieme, soms pikante ontboezemingen. Het is een bont gezelschap vrijbuiters: Mark, die door Siberië fietste en er een boek over schreef; Uphill Bob, meubelmaker, tonijnvisser en skiër; Downhill Bob, architect en 'born to ski', het liefst de bergen af; Jon, onderwijzer en ontluikend schrijftalent: zijn eerste boek When We Were Wolves is net uit; Vet Vic, een ranch kid die dierenarts werd en soms ook beeldhouwt.

Als Vet Vic vertelt dat hij als tienjarig jongetje op weg van school naar huis een negentiende-eeuwse jurk, vastgehaakt aan prikkeldraad, zag wapperen in de wind en dat hij daar jaren later in zijn beeldhouwkunst door wordt geïnspireerd (hij maakt torso's met jurken), haakt Proulx in met haar verhaal. 'Ik ben ervan overtuigd dat wat je als kind wilt, wat je drijft, later in je leven terugkomt. Tussendoor doe je allerlei andere dingen, vooral om brood op de plank te krijgen. Maar uiteindelijk komt de oorspronkelijk passie weer bovendrijven.'

Waarmee ze wil zeggen dat ze ondanks haar late debuut - Klaaglied publiceerde ze op 53-jarige leeftijd, waarna haar literaire ster snel is gaan rijzen - altijd heeft willen schrijven. Pas toen de jongste van haar vier zonen de deur uit was en haar moeder, voor wie ze moest zorgen, was gestorven, had ze haar handen vrij. Ze verhuisde van Vershire in Vermont - 'waar de bergen vergeleken met die in Newfoundland en Wyoming piepklein zijn, en zo dichtbebost dat ik er claustrofobisch van werd - naar Centennial. Sindsdien laat ze zich 'vrijelijk drijven op de stroom van het leven'. Met een blik op haar tafelgenoten constateert Proulx vergenoegd dat de boeiendste mensen naar haar toe komen drijven.

De volgende dag, haar gasten zijn vertrokken, vertelt zij dat na de dood van haar moeder de belangrijkste ingrediënten van haar leven zijn samengekomen. 'Ik laat mijn studie geschiedenis en economie, mijn liefde voor de natuur en vooral het plezier in taal samenvloeien in mijn boeken.' Ze schrijft bij voorkeur over hoe het platteland van Amerika door allerlei economische ontwikkelingen van karakter verandert.

'Wat me buitengewoon interesseert is wat bewoners van een bepaalde streek maakt tot de mensen die ze zijn. Ik kijk er op een wetenschappelijke manier naar en neem alles in ogenschouw: de geografische ligging, de geologie, de natuur, het klimaat, de economie die voortvloeit uit het karakter van de betreffende streek.

'In Newfoundland' - waar haar boek Scheepsberichten zich afspeelt - 'leeft de bevolking alleen van de visserij. Daar tref je geen mijnbouw.' Vermont, het decor van Klaaglied, was synoniem met zuivel. 'Tussen de heuvels gingen kleine boerderijtjes schuil.' Wyoming (Close Range) 'was de cowboy-staat, waar het vee op enorme stukken land graasde en werd bijeengedreven door cowboys die op enorme ranches woonden.

'Mijn volgende boek zal gaan over Texas en Oklahoma en de rol die water speelt. Ze hebben daar grote problemen gehad met droogte en dat beïnvloedt het dagelijkse leven in sterke mate. Mijn verhalen zijn fictie, maar ze moeten kloppen. De historische feiten moeten juist zijn, de dialogen moeten sporen met de tijd en de plaats waarin ze worden gesitueerd. De namen, het taalgebruik. . . Een verhaal dat zich in de jaren twintig midden in Californië afspeelt, is met elke vezel aan dat land verbonden en kan niet zonder meer naar een andere streek of tijd worden verplaatst.'

Ze reageert fel als het woord nostalgie valt. Nee, ze beschrijft niet met pijn in het hart de teloorgang van oude culturen. Ze heeft ook geen missie, vindt het kalme leven vroeger niet beter dan het jachtige moderne bestaan. Ze veroordeelt niet. Nooit. 'Wat mij boeit zijn situaties waarin alles op het punt staat te veranderen. Ik probeer de momenten vast te leggen waarop de zaken beginnen te kantelen. Daardoor raken mijn boeken de actualiteit. Of beter nog, ze zijn soms een voorbode van de werkelijkheid.

'Scheepsberichten, waaraan ik een aantal jaren heb gewerkt, was nog niet uit of de visserij op Newfoundland ging op de fles. Oorzaken: overbevissing, klimatologische veranderingen en milieuvervuiling. Ontwikkelingen die een belangrijke rol spelen in mijn boek.

'Het verhaal van Loyal Blood in Klaaglied kondigt de teloorgang van de kleine boerenbedrijfjes aan. De melkindustrie werd grootschaliger, zette steeds grotere melktrucks in. Die enorme wagens konden de smalle weggetjes naar de Vermontse boerderijtjes niet meer op, de boeren konden hun melk niet meer kwijt en gingen kopje onder. Wat je dan ziet, is dat de oorspronkelijke bevolking wegtrekt, of werk vindt in de dienstverlening. De mensen van buiten, uit de grote stad, nemen de streek over. Bouwen er een tweede huis en de natuur krijgt een recreatieve functie.'

Ze zegt dat Wyoming, leeg en ruig, ook langzamerhand door stedelingen en recreanten wordt ingenomen. 'Het is heel moeilijk om je brood te verdienen als cowboy, of zelfs als eigenaar van een grote ranch. De winstmarges zijn buitengewoon klein. Er is in de staat verder ook bijna niets te doen. Ja, af en toe een rodeo-show. De jongeren trekken weg, peinzen er niet meer over zich kapot te werken op de ranch. Er zijn nog maar weinig boerenbedrijven die op de traditionele manier werken. De meeste hebben aansluiting gezocht bij het toerisme. In de zomer kunnen de stedelingen cowboytje komen spelen, compleet met het bijeendrijven van de kudde en overnachten bij een kampvuur.'

Wat haar ergert, is dat er vaak zo laatdunkend over plattelanders wordt gesproken. 'Plattelandsproducten worden schattig gevonden en altijd weer wordt het cliché van de country bum van stal gehaald. Die is achterlijk, nergens van op de hoogte, geïsoleerd van de dominante cultuur, die nu stedelijk is. Dat cliché klopt niet. Mensen op het platteland zijn zich heel bewust van moderne ontwikkelingen, ze hebben veel contacten in hun gemeenschap. Alleen worden hun stemmen niet gehoord in de steden. Ze worden weggedrukt door het kosmopolitische lawaai.

'Overigens is het leven op het platteland, het werken in verbondenheid met de grond, niet makkelijk. Dat is het nooit geweest.' Dat laatste maakt Proulx meer dan duidelijk in haar boeken. Veel van haar personages worden door een gruwelijk lot getroffen. Ze smakken van hun paard, verliezen rammpzalig het leven, raken verlamd of verminkt bij auto- en vliegtuigongelukken, of er sterft iemand sterven aan gangreen, omdat zijn penis door een paar woedende buurtgenoten is afgesneden.

Waarom zo rauw, zo heftig?

Proulx haalt haar schouders op. 'Ach, sterven doen we uiteindelijk allemaal. In de stad heb je meer kans de laatste adem rustig uit te blazen in een ziekenhuisbed dan op het platteland. In de ruige natuur kom je nog wel eens op een ander manier om het leven. Een wrede dood beschrijf ik nooit als een incident op zich. Ik gebruik zo'n scène om, heel in het kort soms, de geschiedenis van een familie te schetsen. Iets te vertellen over ouders en grootouders, in de context van een bepaalde regio. Zodat je toch het gevoel hebt inzicht te krijgen in een heel leven.'

DE AFGESNEDEN penis was van Ras, een zwakzinnige, die als ieder ander zin had in seks. De mensen in zijn omgeving zagen hem als een bedreiging gezien. Maar toen zijn ouders eindelijk de feiten onder ogen durfden zien, voorzichtig tegen elkaar fluisterden dat de jongen toch aan zijn gerief zou moeten komen en dat de vader hem mee zou moeten nemen naar de hoeren, was het te laat. De buurtgenoten hadden al ingegrepen en zijn geslachtsdeel met een roestig mes afgesneden. Ras zelf had niks gezegd. Zijn wond was zo gaan stinken dat zijn moeder niet meer in zijn buurt wilde komen. Uiteindelijk ontdekte de vader de wraakactie. Het is een van de verhalen uit Close Range.

Proulx: 'Deze korte anekdote vertegenwoordigt een stevig brok leven. Het is ook niet volledig uit de lucht gegrepen. Voor al mijn boeken doe ik grondig onderzoek. Ik reis door de streek die ik wil beschrijven, verzamel krantenknipsels, historische advertenties, radioboodschappen, songteksten, volksverhalen. Net als John Dos Passos in zijn romancyclus U.S.A. uit de jaren dertig, weef ik historische brokken informatie door mijn verhalen. Dat verhaal van die penis had ik ergens gelezen. Het maakte zoveel indruk op me dat ik het niet meer uit mijn hoofd kon zetten. Ik moest het wel gebruiken.'

Proulx' taalgebruik is opvallend. Ze schrijft uiterst compact en strooit met krachtige metaforen. Ze redigeert haar eigen verhalen 'wel dertig tot vijfendertig keer'. 'Ik begin altijd met een kort raamwerk en voeg dan stukje bij beetje informatie toe. Elk woord moet functioneel zijn, het verhaal verder helpen. Overbodige woorden schrap ik. Als het verhaal af is, kan er - voor mijn gevoel - geen woord meer bij of af.'

De metaforen borrelen vanzelf bij haar op. Ze gaat vaak wandelen, skiën of kanoën, laat haar hoofd leegwaaien en schept zo ruimte voor taal. En voor zinnen als: 'Hij heeft een lichaam als een groot en vochtig brood' (over hoofdpersoon Quoyle uit Scheepsberichten). 'Met zijn schoenen vol sneeuw en het gevoel dat hij even makkelijk kon scheuren als een papieren poppetje, liep hij tegen de wind in' (uit Close Range).

Ze schrijft ze niet op, de metaforen die haar hoofd binnenwaaien. 'Dat is niet nodig. Als ik ze vergeet, bedenk ik weer nieuwe. Dat doe ik al vanaf mijn vierde jaar.' Haar moeder, zegt ze, heeft haar de metafoorkunst bijgebracht. 'Ze was heel creatief, ze schilderde. Was avontuurlijk, had de drang om - net als ik - naar het Wilde Westen te trekken. Maar ze had vijf dochters, ze was met handen en voeten gebonden aan het huisgezin, een soort gevangene. Haar positieve houding maakte het leven voor haar toch aangenaam. Ze was voortdurend bezig haar fantasie te prikkelen.

'Ik herinner me dat ik op mijn vierde of vijfde in de kamer aan het spelen was. De radio stond aan, klassieke muziek. Mijn moeder daagde me uit. Luister goed, zei ze, en beschrijf de plaatjes die je ziet bij deze muziek. Ik zei dat ik een bisschop zag die langs enorme bomen gleed. In werkelijkheid zag ik het glazen zoutvaatje dat op tafel stond, zweven in de natuur. Ik noemde dat vaatje bisschop, omdat ik het woord zo mooi vond. Ik wist toen niet wat een bisschop was. Dat spel, beelden oproepen bij bepaalde klanken of onbekende woorden, fascineerde me. Ik ben het mijn hele leven blijven doen.'

Bij elk nieuw boek gaat Proulx een nieuwe uitdaging aan. Ze bladert door woordenboeken, vist daar bijzondere uitdrukkingen uit op en verwerkt die zo natuurlijk mogelijk in haar teksten. Ze past de snelheid van haar zinnen aan aan de tijd waarin haar verhalen zich afspelen. 'Aan het begin van deze eeuw sprak men nu eenmaal trager. Dat moet je al lezend kunnen ervaren', zegt ze. In Close Range heeft ze in elk kort verhaal een sprookje verstopt. Proulx: 'Voor mij is het de kunst het zo te doen dat de sprookjes voor de lezer net zo goed waar zouden kunnen zijn.'

Zo zegt Uphill Bob niet te twijfelen aan de sprekende tractor die opduikt in Close Range. Bob: 'Wyoming is zo leeg, zo eenzaam soms, dat je af en toe denkt - vooral in de winter - dat de bomen en dieren tegen je praten. Waarom dan een tractor niet?'

Meer over