Een bezoek aan het graf van Jac. P. Thijsse

Een bezoek aan het graf van Jac. P. Thijsse, natuurbeschermer van het eerste uur, in Bloemendaal.

null Beeld
Beeld

Het is een vrij abrupte overgang, van de lepelaars langs de snelweg bij De Liede naar de Algemene Begraafplaats aan de Bergweg in Bloemendaal. Ik had het aanbod van Johan Stuart om me, door Haarlem heen, naar Overveen te brengen gretig aanvaard. In de auto komt het gesprek op Jac. P. Thijsse, natuurbeschermer van het eerste uur. Thijsse woonde vanaf 1902 in Bloemendaal en gaf er, vanaf 1921, les aan het Kennemer Lyceum. En hij werd er begraven, in 1945. Stuart, medewerker van Landschap Noord-Holland, is direct in voor een bezoek aan het kerkhof.

Caspar Janssen loopt een jaar lang door Nederland en brengt al doende het landschap in kaart, en daarmee de planten, dieren, mensen en kwesties van het Nederlandse land. Lees hier eerdere wandeltochten.

Een mooie begraafplaats tegen het duinbos aan. We zijn alleen, zo lijkt het, het is ook al 6 uur. Het is stil, op het geluid van vinken, sijsjes en een holenduif na. De groenling, een typische begraafplaatssoort omdat hij nestelt in coniferen, horen we niet. Begraafplaatsen zijn vaak rijk aan soorten. De rust, de gevarieerde vegetatie, interessant voor vlinders en andere insecten, voor vogels. Voor korstmosliefhebbers zijn grafstenen onweerstaanbaar.

In het gravenboek vinden we Jac. P. Thijsse, maar we kunnen het vaknummer niet lezen. Dan ontwaren we een man met een gieter. Hij stelt zich voor als Herbert van Hasselt, oud-directeur van de Oude Kerk in Amsterdam. Hij heeft zojuist een taxus geplant bij het graf van zijn tante. 'Ze was een oud-leerling van Thijsse.' En het treft, zegt hij, want 'mijn vrouw is vlakbij Jac. P. Thijsse terechtgekomen'. We volgen Van Hasselt, die de gieter bijvult. We bewonderen het graf van zijn vrouw. Lievevrouwebedstro kruipt tot ver over de randen, overal witte bloemetjes.

Jac. P. Thijsse Beeld
Jac. P. ThijsseBeeld

Dan het graf van Thijsse. Een badje in het grafbed, voor de vogeltjes. En planten. Stuart herkent duinroos en eikvaren. Maar het bed is verwaarloosd en verwilderd. Tot zijn verbijstering ontdekt Stuart zelfs een exoot, mahonia. 'Die proberen we hier in de duinen juist te bestrijden.' Zo kan Thijsse het nooit bedoeld hebben.

Het valt even stil. De grote bonte specht in de verte, een boomkruiper dichtbij, Johan Stuart hoort een zwarte mees als we richting uitgang lopen.

Meer over