Goed & SlechtBoeken

Een betweter, weltschmerz-poëzie en kroegkwatrijnen

Van woordjes tellen wordt Arjan Peters niet blij. Wel van de verzen van Joep Kuiper en Jan Boerstoel.

null Beeld

Geen woord komt in de poëzie van Ida Gerhardt vaker voor dan ‘hart’, meer dan zestig keer, beweert Paul Claes in Serendipity (Poëziecentrum; € 22,-), en verstrekt een opsomming, inclusief de smokkelwoorden hartslag en hartewens. Waar kwam die voorkeur vandaan? Omdat Ida ‘hart’ in haar achternaam had. Hartstikke leuk.

Maar ik weet het niet. Claes’ notities over poëzie zijn een pleidooi voor leesplezier, beweert de flap. Mij maakte deze turvende frik opstandig. Ook ik ging meteen in de Verzamelde gedichten van Gerhardt kijken. Volgens mij heeft ze de woorden ‘ik’, ‘en’ en ‘o’ veel vaker gebruikt.

Claes is een betweter. Hij citeert Gezelle: ‘Twintig meezenvoetjes/ hippelen in ’t groen,/ zurkelende zoetjes/ zoo de meezen doen.’ Zurkelen is tjilpen. Zegt Claes: het lijkt misschien onbeholpen uitgedrukt van Gezelle, dat die voetjes tjilpen, maar het is een stijlfiguur, de hypallage, en ‘dan komt het adjectief dat bij een genitief hoort bij het regerende substantief te staan’. Wacht nou even, met je dure woorden. Het wás namelijk niet onbeholpen. Als ik zeg ‘Twintig voeten lopen over straat’, dan weet iedereen dat ik op een andere manier uitdruk dat er tien mensen over straat lopen. Bij Gezelle zie je tien mezen in het groen. Je denkt niet één keer dat hij hun voetjes laat tjilpen.

Waarachtig leesplezier vond ik bij de weltschmerz-poëzie van Joep Kuiper (1981), die in Hoop over been nergens redding ziet (Karaat; € 18,95). ‘Het geheim van M.’ gaat over een huwelijk: ‘samen staan we zwak, twee kreupele slaven,/ een liefde op krukken:// wanneer M. sterft, en hopelijk merkt M. daar weinig van,/ bijvoorbeeld een hamer in haar slaap,/ de rode mist die over haar ogen daalt nauwelijks/ waar te nemen.// misschien,/ als ze nog een stem heeft,/ en helder genoeg is,/ en berouwvol is,// vertelt M. me dan/ waarom ik haar dat aandoe.’

Van zo’n vers knap je op. En anders zijn er, met de nieuwjaarskater in het verschiet, nog de kroegkwatrijnen uit Drinken doet een beetje zeer van Jan Boerstoel uit 1983, nu verschenen in een uitgebreide herdruk (Prometheus; € 12,50), met vele regels die moeiteloos stand hebben gehouden. ‘Natuurliefhebber’ gaat zo: ‘Het mooiste uitzicht/ volgens mij,/ zijn veertig flessen/ op een rij.’ Om van die natuur te genieten hoefde Jan maar naar café ’t Smackzeyl of De Engelbewaarder te kuieren. Laten we hem toe klinken op het nieuwe jaar.

Meer over