Een beleefmuseum voor de Bolivianen zelf

Boliviaanse kinderen tijdens een folkloristisch feest. FOTO PAYNE/RBP..

INEKE HOLTWIJK

'Drumspoor' uit de tijd van de conquistadores. FOTO STUART FRANKLIN/MAGNUM/ABC

Een beleefmuseum

voor de

Bolivianen zelf

De Boliviaanse cultuur is rijk, maar zit verstopt in steegjes en gehuchten. Er is een idealist als Peter McFarren nodig om de schatten op te graven. In La Paz bouwt hij aan drie musea. Het eerste, een interactief kindermuseum, is vrijwel klaar.

door Ineke Holtwijk

gfsfc,60,0,0,00 ETER McFarren denkt groots. Heel groots. Op een van de heuvels, niet ver van het centrum van La Paz, bouwt de Amerikaanse Boliviaan niet één, maar drie musea. In Sucre, ooit de hoofdstad van het Spaanse koloniale rijk, herschiep hij de waterreservoirs in het historisch centrum tot een interactief kindermuseum. Zijn laatste project is een achttiende-eeuws klooster in de stad Cochabamba. De gemeente heeft het hem aangeboden voor een symbolisch bedrag. Of hij er niet een leuke bestemming voor wist.

Hoewel de aanbieding vers is, draait de ideeënmachine van McFarren al op volle toeren. Een kindermuseum en een religieus historisch museum wil hij maken. Wandelen door het klooster en tegelijkertijd door de achttiende eeuw. 'Zoveel mooie schilderijen. Antieke meubels. Alles staat er gewoon.' En dan de tuin. Theater en muziek en indiaanse kruiden om kinderen iets te leren over inheemse gebruiken.

Mister Bolivia noemen zijn vrienden de Amerikaan, geboren in Bolivia, schertsend. Anderen worden verliefd op personen; McFarren, van huis uit een gourmetkok, is verliefd op een land. Zijn geïmproviseerde carrière als museumontwikkelaar begon zeven jaar geleden. Thuis had McFarren twaalfhonderd maskers, kleurige verentooien, zilversmeedwerk, muziekinstrumenten en andere volkskunst uit de Bolivaanse hooglanden en het oerwoud. Dat was de oogst van jaren reizen door de provincie als fotograaf en freelance verslaggever.

Net als iedere grote verzamelaar vroeg ook McFarren zich af wat de bestemming moest worden van zijn uitdijende collectie. Zo ontstond het idee van een volkenkundig museum in La Paz. Is het de armoede? Of het isolement van veel streken? Maar feit is dat Bolivia nog steeds rijk is aan folklore, die elders al verdwenen is, stelt hij vast.

Vanaf het begin stond voor de Amerikaan vast dat het geen afstandelijk 'kijkmuseum' moest worden. Hij wilde een 'beleefmuseum', voor toeristen, maar vooral voor Bolivianen die nauwelijks weet hebben van de culturele diversiteit en rijke folklore van hun eigen land. 'Cultuur houdt een natie bijeen.'

Voor Bolivia zijn McFarrens uitspraken over cultuur krasse taal. Cultuur beschouwen de meesten in dit Andesland, het armste van het continent, als overbodige luxe. Maar McFarren wist met zijn enthousiasme de vorige burgemeester van de hoogste hoofdstad ter wereld te overtuigen. De gemeente La Paz schonk een terrein op de Laikakota-heuvel, een bergrand met panoramisch uitzicht over de stad en besneeuwde bergtoppen.

De plannenmaker kreeg Boli

via's bekendste architect zover dat hij een ontwerp maakte waarbij het museum van de Paul Getty Foundation verbleekt. Fondswerving was een kruistocht die nog steeds voortduurt. Maar dankzij twee miljoen dollar van de Nederlandse regering - uit de cultuurpot van Ontwikkelingssamenwerking - en een half miljoen uit Bonn kon de bouw beginnen. Volgende maand, drie jaar later dan gepland, maar nog net voor de regeringswissel in Bolivia, gaan de deuren van het eerste museum van het Laikakota Cultureel Complex open.

Dat eerste museum is een kindermuseum. Daar tegenaan geplakt komt een folkloristisch en cultureel museum, dat - zo hoopt McFarren - over twee jaar wordt geopend. En er wordt reeds druk gewerkt aan een opleidingscentrum annex markt voor lokale handwerkslieden.

0 ET LINOLEUM moet nog worden gelegd en het terras met panoramisch uitzicht is een betonvlakte, maar McFarren ontvangt nu al aan de lopende band buitenlandse bezoekers die meer willen weten over wat geldt als Latijns-Amerika's grootste en gewaagdste culturele project van het moment. De Chileense regering wil het idee kopiëren in Santiago. Ook de Ecuadoranen en Argentijnen studeren op het concept.

Interactief is de term die de geïnteresseerde beleidsmakers uit andere landen het meest intrigeert. In het interactieve kindermuseum - veel ideeën komen van het Amsterdamse Tropenmuseum - zullen de kinderen spelenderwijs leren over hun eigen cultuur en over zichzelf en elkaar. Er zijn huizen, hutten, winkeltjes, een kantoor en een marktje nagebouwd. Alles mogen ze zelf bemannen. In de keuken leren ze over voedingsmiddelen en gezondheid. De stad leren ze kennen in een labyrint met straten en personages uit het stadsleven. Maar ze leren ook over dieren van de hoogvlakte en het oerwoud en rekenen met de quipus, de touwen met knoopjes die de Inca's als rekenmachine gebruikten.

'Wij zijn een land met veel grenzen', zegt Sergio Rios, coördinator van het kindermuseum. 'De kinderen die hier straks komen, leven in heel verschillende werelden. Er is een Europese cultuur, één van halfbloeden en er zijn indiaanse culturen. Kinderen uit de stad weten niets van het platteland en omgekeerd. Wij willen dat ze meer over elkaar te weten komen, maar dat ze ook ontdekken wat ze gemeen hebben.'

0 ET MUSEUM van Boliviaanse kunst en cultuur is het logische vervolg van het kindermuseum. De maskers, doeken smeedwerk en andere kunstschatten krijgen een plaats in een doorlopend verhaal over de indianen en hun goden, de Spaanse verovering, de missieposten van jezuïeten en de mengeling die daarna plaats vond. Bezoekers stappen over landkaarten, kruipen door een grot met muurschilderingen, wandelen door een (nagebouwd) dorp en ontmoeten in de zalen handwerklieden die in een hoek zitten te werken. Wie vragen heeft over de culturele geschiedenis van Bolivia, kan terecht bij de computer die tekst en uitleg geeft in Spaans, Engels en Aymara, de taal die de meeste indigena's uit La Paz spreken.

In ateliers, al in aanbouw, zullen arme handwerklieden worden bijgeschoold: hoe kunnen ze hun product beter maken en ook beter verkopen. De Wereldbank financiert dit al lopend programma. De bedoeling is de kunstnijverheid in Bolivia zodanig te verbeteren dat er meer werk komt.

McFarren en zijn medewerkers denken niet aan de nikkelen bordjes van vijf dollar of de handgebreide truien en bivakmutsen waarmee veel toeristen Bolivia verlaten, maar aan hoogwaardige kunstnijverheid met een waarde van honderden dollars. Er is volgens hen een exportmarkt voor modern zilveren smeedwerk of geweven doeken, geïnspireerd op traditionele motieven. Eeuwenoude dierenfiguren, gestileerde godenafbeeldingen, planten en andere motieven worden in de computer verwerkt. Binnenkort brengt het Cultureel Complex Laikakota het eerste decoratiehandboek van Bolivia uit. Er bestaan fotoboeken voor toeristen over Bolivia's rijke folklore, maar nooit is gedacht aan een handleiding voor de ambachtslieden zelf.

De bouw op de Laikakota-berg wordt op het gemeentehuis met spanning gevolgd. Het cultureel complex wordt volgens burgemeester Gaby Candia de belangrijkste toeristische attractie van La Paz. Tegelijkertijd kan het een mini-revolutie voor het plaatselijk onderwijs betekenen. De scholen hebben een nieuw leerplan waarin de multiculturele samenleving een prominente plaats heeft gekregen. Maar er bestaat lesmateriaal noch didactiek. De bedoeling is dat het museum straks het verlengstuk wordt van de scholen.

Ook de Nederlandse ambassade, die tenslotte de grootste geldschieter van het project vertegenwoordigt, kijkt uit naar de opening. Veel zal afhangen van de uitvoering, gelooft ambassadeur Tania van Gool. 'Het moet een mooi museum zijn want anders komt de buitenlandse zakenman die twee uurtjes over heeft niet. Maar het moet niet te mooi worden, want dan blijven de inheemse kinderen en hun ouders weg.'

Maar het museum kan het imago van Bolivia veranderen, gelooft de diplomate. Zie het verpletterende succes en de uitstraling van het Museo de Oro in het Colombiaanse Bogota, ook een stad zonder veel attracties. 'De cultuur is rijk, maar zit nu verstopt in steegjes en gehuchten.'

Over zulke dingen droomt Peter McFarren. Over Bolivianen die trots zijn op hun land. Over roots versus globalisering. Over dat condormotief dat straks wereldwijd op koffiepotten staat. En over meer eenheid in een gespleten land.

Geregeld wordt hij geïnterviewd door Boliviaanse journalisten. Die vragen zich verwonderd af waarom een Boliviaan die eruit ziet als een gringo, zich zo uitslooft voor hun land. Zijn antwoord is even simpel als ambitieus. 'Je bent op de wereld gekomen om haar beter te maken.'

Meer over