EEN ARABIER MET HET GEZICHT VAN TOM CRUISE

Hollywoodfilms worden bedacht door een kleine groep blanke mannen. Hun gekleurde beeld gaat als de werkelijkheid de wereld over...

Zorro is niet de actieheld zoals iedereen hem kent. De gemaskerde zwaardvechter komt in oude, Mexicaanse verhalen in verzet tegen buitenlandse, Amerikaanse overheersers. Alleen is dat in de bekende films met Douglas Fairbanks en Antonio Banderas niet te zien. In die producties verricht Zorro zijn daden in de context van het Californische verzet tegen de Spaanse overheersing.

Historisch onjuist, inderdaad. Maar wel beter te verkopen aan het Amerikaanse publiek. Net zoals de clichés van donkere dames met mantilla`s en waaiers, elegante haciënda`s met palmbomen, en fruit verkopende marktvrouwen.

In Exotisch Hollywood - Verbeelding van andere culturen in recente succesfilms, in de eerste plaats voor educatieve doeleinden geschreven, stelt Jaap van Ginneken de vraag hoe onbekende culturen in grote producties worden afgebeeld.

Met een reeks voorbeelden demonstreert hij dat studiobonzen - `merendeels mannen, merendeels blank, merendeels multimiljonair` - hun specifieke, door commercie gekleurde kijk op de wereld voor de waarheid verslijten. Met als ernstige bijwerking dat zij hun westerse normen, gebruiken en gewoonten als vanzelf voor beter aanzien, en die van de anderen als slechter. Van Ginneken spreekt de zorg uit dat het collectieve geheugen van de wereldbevolking door deze praktijk wordt vervuild met stereotiepe karikaturen en historische misbaksels.

Communicatiepsycholoog Van Ginneken, hoogleraar aan de universiteit van Nice, is niet van het voorzichtige soort. In zijn jacht op verborgen boodschappen en discriminerende generalisaties maakt hij grote stappen, zonder dat hij daarbij aan geloofwaardigheid verliest.

De animatieheld Aladdin, afkomstig uit een van de verhalen uit Duizend-en-een-nacht, heeft in de Disney-variant het uiterlijk van `de ideale schoonzoon, met het gezicht van Tom Cruise of Michael J. Fox en de stem van Robin Williams`.

Dat is nog het minst ernstige voorbeeld van etnocentrisme dat Van Ginneken in de tekenfilm aantreft. In zijn visie is Aladdin propaganda voor de Amerikaanse strijd tegen kwaadaardige leiders in het Midden-Oosten. `De belangrijkste slechterik, grootvizier Jafar, kwam er precies zo uit te zien als de gehate ayatollah Khomeiny. Een andere boef in de openingsscène kwam er net zo uit te zien als Saddam Hussein. En de enorme schat (in de wondergrot onder de woestijn) waar zij voor vochten, werd een duidelijke metafoor of een overdrachtelijk beeld voor olie.`

Vanuit het eerste hoofdstuk, over kinderfilms, waaiert Van Ginneken langs diverse thema`s, stijlen en genres. Hij duidt de etniciteit en de seksualiteit in De muiterij op de Bounty (driemaal verfilmd), staat stil bij talloze exotische clichés, koloniale karakters, gender- en rassenrelaties, en hij hekelt de Hollywood-gewoonte films te presenteren als `waargebeurde verhalen` terwijl de feiten in die verhalen zonder pardon zijn verdraaid, herschreven dan wel omgespit.

Hollywood wordt een Droomfabriek genoemd: blockbusters leveren een groot deel van de wereldbevolking wekelijks de mogelijkheid om het leven van alledag voor een paar uur in te ruilen voor een verleidelijk alternatief. Exotisch Hollywood maakt concreet hoe beperkt dat alternatief is.

`De meeste bioscoopbezoekers worden gedwongen andermans dromen mee te dromen, door andermans ogen te leren kijken, óók naar zichzelf en naar de buren. Die films worden vooral gemaakt door en voor een héél klein deel van diezelfde wereldbevolking.`

Aan het slot van zijn bozige studie vraagt Van Ginneken zich af of de verandering in de bevolkingssamenstelling tot een ander cultureel prisma in films zal leiden. Veelbelovend zijn de eerste signalen niet. Van Ginneken citeert de New York Times-columnist Nicholas Kristof die zich in 2005 afvroeg wanneer Hollywood een film durft uit te brengen waarin Denzel Washington en Reese Whitherspoon dolverliefd op elkaar worden.

Verandering komt slechts traag op gang, luidt de conclusie. Zeker in de filmindustrie, waar blanke, koopkrachtige jongeren in grote steden het morele centrum van de wereld vormen.

Meer over