Een aantijging zonder bewijs

Het was maar een kort bericht op pagina 7 van 7 december, maar het kan geen kwaad er hier aandacht aan te besteden....

Het artikel in de krant stelde dat de inspectiedienst van het ministerie van VROM steekproefsgewijs onderzoek had gedaan naar bodemonderzoekbureaus en dat er veel mis was. Het onderzoek was gedaan naar aanleiding van twee eerdere fraudezaken.

In het artikel werd gesteld dat er in Nederland ongeveer tweehonderd onderzoeksbedrijven zijn, waarvan een groot deel eenmanszaak. Vervolgens werden twee sjoemelende bedrijven met name genoemd, met de toevoeging dat het eenmanszaken zijn. Zo werd de suggestie gewekt dat het vooral kleine eenmanszaken zijn die sjoemelen met de resultaten van bodemonderzoek.

Volgens de verslaggeefster die het artikel maakte, is haar dat zo uitgelegd door iemand van de inspectie. Kleine bedrijven kunnen het werk soms niet aan en knoeien dan met de resultaten. Het hoeft geen kwade wil te zijn, het kan ook ondeskundigheid zijn.

Op de dag van publicatie reageerde een eigenaar van zo’n eenmanszaak. Hij stuurde een mail naar de redactie waarin hij stelde dat er ten onrechte de suggestie werd gewekt dat er een verband is tussen eenmanszaken en fraude.

De mail kwam bij de verslaggeefster terecht, die er niet op reageerde. Zij schatte in dat ze de klager toch niet van haar gelijk kon overtuigen en besloot hem niet te antwoorden.

Toen antwoord uitbleef, meldde de klager zich bij mij. Had de redactie niet moeten reageren op zijn mail, vroeg hij. Tevens wilde hij weten of ik vond dat het verband tussen eenmanszaken en fraude terecht was gelegd. De eerste vraag is eenvoudig te beantwoorden. Natuurlijk had de verslaggeefster moeten reageren. Lezers die contact zoeken met de redactie, moeten antwoord krijgen. Zeker in dit geval, waarin een betrokkene uitleg vraagt, had een fatsoenlijk en inhoudelijk antwoord gegeven moeten worden.

Dan de koppeling tussen eenmanszaken en fraude. Volgens de verslaggeefster is haar dat zo verteld door haar contactpersoon bij de inspectie. Ze vindt dat ook aannemelijk, mede omdat er net twee eenmanszaken wegens fraude voor de rechter zijn gesleept.

Als haar dat inderdaad zo is verteld door een onderzoeker van de inspectie, mag ze dat opschrijven.

Maar ik zou het dan wel aan de inspectie hebben toegeschreven en het niet voor eigen rekening hebben genomen. Dat is nu wel gedaan. In het artikel werd tot tweemaal toe expliciet gemeld dat een frauderend bedrijf een eenmanszaak was.

Er stond overigens ook in dat het onderzoek van de inspectie nog gaande was: de resultaten van het onderzoek worden deze maand bekend, werd gemeld.

Ik heb er het archief op nageslagen. Die resultaten hebben nooit de Volkskrant gehaald. Alleen in dagblad Trouw vond ik een artikel van half januari over het onderzoek. Daarin werd de koppeling met eenmanszaken niet gelegd. Gemeld werd wel dat de bedrijfssector die zich richt op bodemonderzoek gevoelig is voor fraude, maar het verband met eenmanszaken ontbrak in dat artikel.

Daarmee is niet gezegd dat dit verband ook niet in het uiteindelijke onderzoek van de inspectie is gelegd. Gek genoeg heeft de redactie van de Volkskrant het niet nodig gevonden de uitkomsten van het onderzoek te melden. Er is wel gemeld dat de resultaten later bekend zouden worden gemaakt, maar toen het eenmaal zo ver was, gaf de redactie niet thuis.

Dat is zacht gezegd een beetje vreemd. Je kunt niet eerst op gezag van een bron binnen de inspectie eenmansbedrijven koppelen aan fraudegevoeligheid om vervolgens als het eindrapport er ligt, te doen alsof je neus bloedt en het negeren.

De klager heeft dus groot gelijk. De redactie is tweemaal in gebreke gebleven. Eerst door geen antwoord te geven op de mail van de klager en vervolgens nog eens toen het definitieve rapport uitkwam, maar niet werd besproken.

Bij het nalezen van het bewuste artikel viel me nog iets op. Gemeld werd dat een frauderende directeur van een bodemzaak ‘vorige week’ voor de rechter stond. Er was celstraf geëist. De afloop van die rechtszaak haalde de krant ook al niet. Opnieuw moest Trouw uitkomst bieden. De man is veroordeeld tot vijftien maanden, waarvan zes voorwaardelijk. Dat vonnis had niet misstaan in de krant. Als je de eis meldt, moet je ook de uitspraak afdrukken.

Meer over