Een aanklacht tegen geploeter

Op 26 september is Barbara Stok de eerste vrouw die de Stripschapprijs krijgt. Al vindt de winnares zelf de eeuwige focus daarop irritant....

‘Aha, dus het is bekend wie de Stripschapprijs heeft gewonnen.’ De verkoper van stripwinkel Lambiek in de Amsterdamse Kerkstraat hield er al rekening mee. De strips van Barbara Stok, de eerste vrouw die de belangrijkste Nederlandse stripprijs wist te winnen, liggen prominent op de toonbank.

Of de Groningse tekenares er iets mee te maken heeft, valt niet te meten, maar vaststaat dat strips niet langer het exclusieve terrein zijn van puberjongens. Het aantal vrouwelijke lezers stijgt, het aantal vrouwelijke auteurs ook. Bij Lambiek verwachten ze volgende maand ‘een grote groep meiden’ aan de tekentafel voor de 24 hour comics day, een tekenmarathon die in stripwinkels wereldwijd wordt gehouden.

Stok (39), die op 26 september de Stripschapprijs in ontvangst zal nemen, maakt autobiografische stripverhalen. Hoe ouder ze wordt, des te gelaagder daarbij de onderwerpen. In het begin, elf jaar geleden, tekende ze over dronken avondjes in het Groningse popcentrum Vera. Over het orgasme dat ze pas op haar 21ste voor het eerst kreeg. Later ‘verstripte’ ze de burn-out na haar eerste baan. En het verdriet om de baby’s die er nooit zullen komen.

In haar laatste album, Dan maak je maar zin, gaat Stok na de plotselinge dood van haar zwager op zoek naar de zin van het leven. Maar de Groningse tekent ook over kleine dagelijkse dingen, zoals een fietstochtje naar Delfzijl of raketijsjes. Haar eerste ontmoeting met ‘een moslim’, haar witte melkflesbenen. Alles in een bewust onhandige stijl, met het haar kenmerkende ‘spaghettisliertjes-haar’.

De dag voor de bekendmaking werd Stok gebeld door het Stripschap. ‘Ik was volkomen verrast’, zegt ze in haar werkkamer in het arbeidershuisje waar ze met haar man Ricky en hond Wisky – veelvuldig figurerend in haar strips – woont. ‘Toen ik het hoorde, zijn we meteen naar een café gegaan en hebben een fles champagne besteld.’

‘Stok is de eerste vrouw ooit die de prijs krijgt. Echter niet vanwege haar geslacht, maar vanwege haar oeuvre van topkwaliteit’, schrijft het Stripschap op zijn website. Wat vind je daarvan?

‘In dit geval is het logisch dat ze het vermelden, want ik ben de eerste vrouw die de prijs krijgt. Maar meestal vind ik het irritant dat altijd zo gefocust wordt op dat onderscheid. Het is net als de denigrerende term “chick lit”. Je zegt toch ook niet dat Harry Mulisch “guy lit” maakt?’

Vanwaar de aandrang om strips te tekenen?

‘Ter afleiding. Alles valt te lezen in mijn boek Je geld of je leven. Voor mijn eerste baan werkte ik als journalist-fotograaf voor een groep huis-aan-huisbladen. Met zijn drieën tikten we vijf edities vol. Een van de redenen waarom ik overspannen werd, is dat ik geen voldoening vond. Het moest altijd snel. Daarnaast waren het erg lange dagen, zodat ik naast het werk nergens meer tijd voor had. Ik ben strips gaan maken om mijn ei kwijt te kunnen. Ik had heel erg de drang om iets moois te creëren.’

Je hebt uiteindelijk ontslag genomen.

‘Dat doe je niet zo snel. Ik dacht: als ik hiermee ophoud, kom ik er nooit meer tussen in de journalistiek. Ik had geen opleiding afgemaakt, ik had ook niks anders. Maar het ging van kwaad tot erger. Door die burn-out kreeg ik lichamelijk overal last van. Tweeënhalf jaar lang sliep ik heel slecht. De druppel was dat ik last kreeg van angsten. Elke keer als ik bijna in slaap viel, dacht ik: “Als ik nu doodga, heb ik de laatste jaren van mijn leven verspild.” Toen wist ik zeker dat ik op moest stappen.’

Ben je je toen meer gaan toeleggen op strips?

‘Striptekenen vond ik zo ontzettend leuk, dat ik niets anders meer deed. Wanneer op de radio de jingles met ‘goeiemorgen’ voorbijkwamen, besefte ik pas: nu is het tijd om naar bed te gaan. Ik woonde in die tijd op één kamertje met een hoogslaper. ’s Ochtends werd ik wakker, keek naar beneden en sprong van puur plezier uit bed, om meteen verder te tekenen. Een half jaar lang heb ik alleen maar getekend.

‘Samen met mijn moeder ben ik met een stapel gekopieerde strips in de kofferbak naar stripwinkels in de Randstad gereden. Twee jaar lang heb ik in eigen beheer boekjes verspreid. Ik dacht net: ach, ik heb helemaal geen uitgever nodig, het gaat ook prima zo. En toen belde Nijgh & Van Ditmar. Ik ben niet zo thuis in de literatuur, ik kende ze eerst niet eens.’

De jury van de Stripschapprijs looft de humor en het lef waarmee je autobiografische verhalen maakt. Sta je erbij stil dat lezers van alles van je weten?

‘Als ik erbij stilsta, vind ik het vreselijk.’

Waarom schrijf je het dan toch op?

‘Omdat het goede verhalen zijn die, vind ik, verteld moeten worden. In mijn strips zit veel maatschappijkritiek. Die hele historie van mijn burn-out is bijvoorbeeld ook een aanklacht tegen het Nederlandse arbeidsethos van hard werken en almaar doorploeteren. Ik ben een ontzettende voorstander van rustig aan doen, en ik breng dat ook veel in de praktijk.’

Vermijd je werkstress nu?

‘Mja, ik koester wel een bepaalde mate van rust in mijn leven. Ik heb een ontzettende hekel aan haast hebben, want dan kan ik geen ruimte in mijn hoofd maken om verhalen te verzinnen voor de opdrachten die ik heb liggen. Maar dan ga ik met mijn hond naar het bos. Bijna elke dag wandel ik een uur, lekker in mijn eentje, en dan komen de ideeën.

‘Zoals hier in Je geld of je leven, een stripje over zinloos geweld. Toen ik helemaal overspannen was, heb ik een wildvreemde een schop verkocht. Mijn strip-alter ego doet dat hier ook, waarmee ik maar wilde laten zien waar zinloos geweld vandaan zou kunnen komen: uit frustratie.

‘Ik hoop dat mensen oppikken dat ik een persoonlijk verhaal gebruik als aanleiding om een breder maatschappelijk probleem te bespreken.’

Word je geëngageerder?

‘Sinds ik de dertig gepasseerd ben, ben ik me meer gaan interesseren voor maatschappelijke debatten. Ik vond dat dat moest, als ik relevante verhalen wil blijven maken. Ik lees nu veel non-fictie. Over maatschappelijke kwesties, maar ook over natuurkunde of filosofie. Ik vind het mooi om dat dan in mijn strips te verwerken. Het zijn leuke verhaaltjes, maar als je wilt, kun je er ook meer in lezen.

‘Zo heb ik bijvoorbeeld een stripje gemaakt over hoe ik in een kledingwinkel sta te twijfelen over welke spijkerbroek ik ga kopen. De Levi’s die me heel goed zit, of toch de fairtrade Kuyichi? Ik probeer altijd een goed mens te zijn, maar als puntje bij paaltje komt, koop ik toch die Levi’s.

‘Die strip heb ik De vrije keuze genoemd, want hoe vrij is onze vrije keuze nu helemaal? In dit geval weet je nog dat die Levi’s-spijkerbroek waarschijnlijk met kinderarbeid is gemaakt, en de Kuyichi niet. Maar bij heel veel producten heb je geen idee, en werk je zonder het te weten mee aan een wereld die je helemaal niet wilt.’

Wat vertel je wel aan de lezer, en wat niet? Waar trek je de grens?

‘Het moet interessant kunnen zijn voor de lezer. Ik trek ook de lijn wanneer er anderen bij betrokken zijn. Maar voor mezelf vind ik eigenlijk niet dat er een grens is. Zolang het maar een interessant verhaal oplevert waarvan ik denk dat het wat toevoegt.

‘Zo’n stripje over lekker niksen bijvoorbeeld, is me wel op het lijf geschreven. Ik ben ambitieus wat betreft de kwaliteit, ik doe mijn best om de allerbeste strips te maken. Daar ben ik dan ook niet lui in, juist heel precies. Maar ik moet het niet te druk krijgen, daar houd ik niet van.

‘In Nederland is het een statussymbool om het druk te hebben. Mensen vragen altijd: ‘En hoe gaat het met je? Druk?’ Als ik dan nee zeg, betekent dat dus eigenlijk dat de zaken niet goed gaan. Daarom zeg je al heel snel automatisch “Jahaa hoor!”. Maar ik heb het zo druk als ik zelf zorg dat het is.’

Hoe druk heb je het nu?

‘Ik ben met een nieuw boek bezig, maar daar wil ik nog niet te veel over kwijt. De vorm wordt anders, het soort verhaal ook. Ik heb er een beurs voor gekregen van het Fonds voor Beeldende Kunsten.

‘Ik denk dat Dan maak je maar zin voorlopig wel een mooi laatste boek in de autobiografische serie is. Al wil ik daarmee niet zeggen dat ik nooit meer over mezelf zal tekenen. Als ik aan de tekentafel ga zitten, komen die verhalen toch vaak automatisch. Zo diende zich de kinderloosheid aan: een onderwerp waardoor je leven ineens op zijn kop staat, en dat interessante verhalen oplevert.

‘In opdracht van het Van Goghmuseum ga ik ook een stripbiografie maken over Vincent van Gogh. Daarmee ben ik ook wel weer een jaar onder de pannen. Nu ik de Stripschapprijs heb gewonnen, is het een beetje een heksenketel. NRC Handelsblad belde: voortaan maak ik wekelijks een tekening voor hun magazine. Ik kan natuurlijk niet alle opdrachten aannemen. Maar beter zo dan andersom. Het is een onzeker beroep, maar daar houd ik heel erg van.

‘Thuis heb ik internet noch computer, omdat ik last van rsi heb. Als ik een mailtje ontvang, belt Ricky me op. Geen Facebook of Hyves, héérlijk. Ik weet ook niet wat er over mij wordt geschreven op fora. En als je geen internet meer hebt, heb je ineens zeeën van tijd. Ideaal voor wandelen met de hond, en niksdoen.’

Meer over