Dylan is wel vertrouwd maar niet voorspelbaar

Unieke evenementen zijn optredens van Bob Dylan niet. Daarvoor komt hij te vaak langs (in september 2000 en mei 2002 was hij nog in Rotterdam) en is het recept te bekend: een paar nieuwe songs, oudjes uit alle decennia en een toegift die uitmondt in Like A Rolling Stone of...

Menno Pot

Toch was het ook in de Amsterdamse Music Hall, waar de 62-jarige maandag en dinsdag optrad, weer prachtig, wat toch curieus is voor een avondje muziek dat zich haast even regelmatig aandient als de Matthäus Passion.

De keuze van oudere songs is eigenlijk de enige variabele. Amsterdam trof het met It's All Over Now Baby Blue, een ingekorte versie van Desolation Row en Girl From The North Country, dat Dylan opnam met wijlen Johnny Cash en dus als een bescheiden hommage kon worden opgevat.

Dylan heeft ze zo ontelbaar vaak uitgevoerd dat hij het niet kan laten de zanglijnen soms onherkenbaar te verhaspelen. Dat is één van de redenen waarom de vele stukken roestbruine blues minstens even welkom waren. Tijdens die stukken bleek hij nog wel degelijk snerend te kunnen zingen. Dylan is één van de weinige popdinosaurussen bij wie je niet alleen staat te wachten op klassiekers:

Cry A While (2001) smaakte beter dan All Along The Watchtower.

Hoe vertrouwd ook, écht voorspelbaar is Dylan nooit. Wie had bijvoorbeeld gedacht dat hij de hele avond geen gitaar zou aanraken? Helemaal links stond hij, met zijn rechterzij naar de zaal, in stemmig zwart en ditmaal zonder hoed, licht gebogen over een kleine elektrische piano. Soms bespeelde hij de mondharmonica met zijn linkerhand en de piano met zijn rechter.

Zijn pianospel voegde overigens nauwelijks iets toe aan het ingetogen, maar avontuurlijke geluid van zijn band, waarin vooral gitarist Larry Campbell uitblonk met nu eens dienstbaar spel, dan weer een knappe solo.

Misschien is het samenspel met zijn band nog wel het mooist om te zien: ze stonden met zijn vijven in een kleine, halve cirkel, dicht bij elkaar. Er stond een echt bandje te spelen, zwijgzaam, maar met liefde. Misschien was het het gevoel nog steeds in een rock-'nrollbandje te spelen dat aan Dylan zijn enige opmerking van de avond ontlokte: 'Veel mooie vrouwen hier, in deze stad.'

Dat je je zelfs van zo'n constatering gefascineerd afvraagt wat erachter zit, dát is de magie van Bob Dylan.

Meer over