Duitse media laten zich niet gek maken

De Duitse media hebben terughoudend bericht over het drama in Winnenden. Ook politici houden zich rustig...

WINNENDEN Als onderdeel van de verslaggeving van de bloedige gebeurtenissen in Winnenden schakelde de commerciële nieuwszender n-tv woensdag geregeld over naar een medewerker in Berlijn, die de kijkers informeerde over de uitwisseling van wetenswaardigheden via het nieuwe medium Twitter. Deze informatie kon niet worden geverifieerd, gaf hij toe. Maar ze gaf in elk geval uitdrukking aan de betrokkenheid van het publiek bij het bloedbad dat in het kleine stadje in Baden-Württemberg werd aangericht. ‘Je kunt onder deze omstandigheden beter onvolledige berichten doorgeven dan de mensen helemaal niet informeren.’

Met deze zienswijze heeft hij vooralsnog geen school gemaakt in Duitsland. N-tv mag dan vanaf het prille begin van het drama rijp en groen informatie over de schietpartij hebben verstrekt, de publieke zenders legden een soevereine terughoudendheid aan de dag. Voor hen lijkt het oude adagium van Reuters nog de journalistieke leidraad: ‘Get it first, but first get it right.’

In de praktijk betekende dit woensdag dat de programmering pas laat in de middag werd aangepast en ’s avonds in grote lijnen ongewijzigd bleef; alleen de thema’s van de talkshows werden geactualiseerd. Zelfs wanneer het nieuws urgent is, veroorloven de publieke omroepen (en de kwaliteitskranten) zich een bezinningsperiode.

Dat bleek vorige week ook na het instorten van het stadsarchief in Keulen. Terwijl een verband met de aanleg van een metrolijn voor de hand lag, legden veel Duitse media een grote huiver voor het trekken van voorbarige conclusies aan de dag. De vraag wie voor de ramp verantwoordelijk moesten worden gesteld, kwam in dit vroege stadium van informatievergaring al helemaal niet aan de orde.

Als gevolg van deze taakopvatting was de berichtgeving in eerste instantie heel bescheiden van omvang. Op de radio was Keulen op de dag van de ramp meestal pas het laatste item voor het weerbericht. Pas na een paar dagen, toen ‘belastbare’ informatie over de ramp beschikbaar kwam, nam de zichtbaarheid van de gebeurtenis in de nieuwsmedia toe.

De Duitse nieuwsconsument lijkt door deze benadering enigszins te zijn geconditioneerd. In Winnenden toonden velen zich er verbaasd (en soms ontsteld) over dat de internationale media na een paar uur al present waren. Een meisje van een jaar of 14 dat ’s avonds een kaarsje aanstak bij de plaats des onheils, de Albertville Realschule, zei: ‘Die journalisten hadden pas morgen moeten komen, of overmorgen. Nu is er eigenlijk nog niets te melden. Behalve dat wat we al weten.’

Ook politici stellen zich terughoudend op. Ze tonen zich weliswaar ontdaan over de meervoudige moord, maar achten de tijd voor een ‘politieke vertaling’ van de gebeurtenissen nog niet gekomen. SPD-leider Franz Müntefering bond de andere partijen op het hart Winnenden niet tot verkiezingsthema te degraderen.

Daarmee zal hij een politisering van het thema op termijn niet kunnen verhinderen. Na de schietpartij in het Gutenberg-gymnasium in Erfurt (2002) zijn de Duitse regels voor het bezit van vuurwapens weliswaar tweemaal aangescherpt, maar dit laat onverlet dat de Duitsers samen vermoedelijk zo’n 45 miljoen wapens bezitten.

Meer in het algemeen zal de politieke vraag aan de orde komen welke consequenties in 2002 zijn verbonden aan de schietpartij in Erfurt, en wat daar in de praktijk van is terechtgekomen.

Tot die tijd zullen de gebeurtenissen van woensdag zorgvuldig worden gereconstrueerd. Gisteren verscheen al een vroegere klasgenoot van dader Tim Kretschmer op de televisie, die vertelde over diens obsessieve belangstelling voor schiettuig. De mogelijke medeverantwoordelijkheid van vader Jörg – eigenaar van ten minste vijftien wapens – zal ongetwijfeld ook worden geagendeerd. De eerste mediavertegenwoordigers hebben zich al gemeld bij zijn bedrijf voor elektrotechniek in Affalterbach.

Uiteindelijk zullen de Duitsers over het meest wezenlijke wel worden geïnformeerd. Maar daarbij zullen ze enig geduld moeten oefenen.

Meer over