Duitse films zónder nazi’s en Stasi

‘Ken je die saaie plekken op het vliegveld?’ vraagt regisseur Christian Petzold. ‘Je ziet er dezelfde tijdschriften, dezelfde merken – overal ter wereld....

Van onze medewerkster Floortje Smit

Het is precies wat hij en zijn generatiegenoten willen: andere dingen laten zien dan eenheidsworst en makkelijk vermaak. Petzold (Yella, Gespenster) wordt beschouwd als voorman van de Neue Berliner Schule, een filmstroming die zich afzet tegen de oude Duitse filmcultuur én die van nu.

Hun werk, dat Nederland slechts mondjesmaat via festivals bereikte, is in een speciaal filmprogramma samengebracht door het Goethe Instituut, filmtheater Rialto, het Duitsland Instituut en de Filmkrant.

Ach ja, dat label. De Duitse filmcriticus Rainer Gansera bedacht het etiketje in 2001. Het gerenommeerde Franse tijdschrift Cahies du cinéma omschreef het als de Nouvelle Vague Allemande. ‘School’, daar zit nog wel wat in, vindt Petzold. ‘We zaten allemaal rond dezelfde tijd op de filmacademie. Mainstream overheerste op tv en in de bioscoop. Remakes uit Hollywood. Studioproducties. Daarvan leer je niet hoe je films moet maken: het artistieke was weg. We hadden het gevoel dat we de Duitse filmindustrie opnieuw vorm moesten geven.’

Petzold en generatiegenoten als Thomas Arslan (Ferien) en Angela Schanelec (Nachmittag) maken geen makkelijke films. Het is sobere cinema over het dagelijks leven. Zonder visueel bombast, sterren of drama. Een beetje zoals in Nederland filmmakers als Nanouk Leopold en David Lammers dat doen.

Niet dat er strenge regels zijn die op de academie keurig bedacht werden. ‘We bemoeiden ons toen helemaal niet met elkaars werk. Pas toen de eerste films kwamen, ook uit München en Hamburg trouwens, herkenden we iets in elkaar. Daarvoor had ik geen Duitse film gezien die mijn hart en mijn geest kon openen. En nu kregen we opeens het gevoel dat we allemaal zoiets inspirerends wilden maken. Eerst klikte de films, daarna pas de makers.’

Filmcritici vinden het prachtig, op internationale filmfestivals maken de films furore, maar het massapubliek vindt ze saai en langzaam. Petzold heeft een haat-liefde-verhouding met hun geuzennaam. ‘Pas na een blockbuster heeft zo’n etiketje voordelen. Als er een nieuwe Truffaut of Bergman opstaat. Als er een The Godfather wordt gemaakt. Maar zo’n film hebben we nog niet.’

De recente Duitse publiekslievelingen als Das Leben der Anderen, Good Bye Lenin en Der Untergang, zijn dat ook niet – Petzold voelt er geen verwantschap mee. ‘Ik vraag me dat telkens af: waarom zijn de enige Duitse films die Oscars winnen films over nazi’s en Stasi? Als je naar de Dardennes kijkt zie je België als neoliberale, industriële, postmoderne samenleving. Duitse films tonen steeds dezelfde plaatjes, een liefdesrelatie die opbloeit tegen de achtergrond van Het Derde Rijk bijvoorbeeld. De hedendaagse situatie zie je niet. Daarvoor moeten filmmakers een eigen positie, een eigen blik en een eigen manier van vertellen zoeken. Dat is misschien lastig, maar uiteindelijk veel spannender.’

Meer over